Lily Lange

Cao-onderhandelingen 2021: dag 11

Gisteren, tijdens de 11e onderhandelingsdag is er een onderhandelingsresultaat voor de cao Bouw & Infra bereikt. De onderhandelingen afgelopen tijd waren lastig en hebben ook lang geduurd. 

Binnen de bouw heb je verschillende branches. Bij de ene branche gaat het beter dan bij de andere. Corona en stikstof hebben op sommige branches meer invloed dan op andere. In de woningbouw gaat het bijvoorbeeld heel goed, maar bij een deel van de bedrijven in de infra en utiliteitsbouw gaat het een stuk minder. Het onderhandelingsresultaat dat er nu ligt, kunnen wij denk ik evenwichtig noemen voor de bouwplaatsmedewerkers. Voor UTA is dit anders, maar wel is een eerste stap gezet met een afspraak over een zwaarwerkregeling. Verder is er voor UTA de komende periode nog veel te behalen.

Overwerkregeling
De werkdruk onder UTA is veel te hoog. In de huidige cao staat duidelijk opgenomen dat een werknemer niet verplicht kan worden tot overwerken. Helaas wordt er toch nog vaak veel overgewerkt. Over dit onderwerp is langdurig gesproken tijdens de onderhandelingen. Wij hadden graag met werkgevers een fatsoenlijke overwerkregeling in de cao afgesloten, helaas weigeren werkgevers dit te doen. Wij zullen nadrukkelijk op dit onderwerp blijven hameren. Weet dus dat je op dit moment, vanuit de cao, niet verplicht kan worden tot overwerk.

Er zijn in het onderhandelingsresultaat een aantal afspraken gemaakt voor UTA.

Afspraken UTA

Zwaarwerkregeling UTA
We hebben een zwaarwerkregeling voor UTA afgesproken die ingaat per 1 januari 2022. Eén van de voorwaarden om daaraan deel te nemen is dat van de laatste 25 jaar voor uittreding er in tenminste 20 daarvan onder de cao bouw gewerkt is en daarvan moet er tenminste 5 jaar als bouwplaatsmedewerker zijn gewerkt.

Indexatie zwaarwerkregeling
De zwaarwerkregeling wordt zowel voor UTA als voor bouwplaatsmedewerkers op 1 januari van ieder jaar geïndexeerd met de structurele loonsverhogingen van het jaar ervoor.

Loon

  • 1 augustus 2021 structureel 1,5% erbij
  • Eenmalige uitkering in december 2021 van 1% van het jaarsalaris (netto als er bij je werkgever ruimte is in de werkkostenregeling en hij daarvoor kiest)
  • 1 januari 2022 structureel 3%

Vergoedingen (niet de kilometervergoeding) stijgen met hetzelfde (structurele) percentage. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gereedschapsgeld, vergoeding voor kleding enzovoort.

Jongeren: diplomabonus en gratis boeken
We hebben een diplomabonus afgesproken. Voor het behalen van het BBL2, BBL3  en BBL4 krijg je een diplomabonus van € 2.500 voor de schooljaren 21/22 en 22/23. Nog een mooie afspraak: boeken en examens zijn voor de schooljaren 21/22 en 22/23 helemaal gratis.

Andere afspraken op hoofdpunten

Uitzendkrachten: zelfde kilometervergoeding als vaste krachten
De kilometervergoeding van uitzendkrachten in de bouw wordt gelijk aan die van medewerkers in vaste dienst. Dus € 0,32 in plaats van nu € 0,19 per kilometer.

Grotere kans op vaste baan voor uitzendkrachten boven de 50
Er komt een subsidie voor werkgevers van € 5.500 als zij een uitzendkracht van 50 jaar of ouder die daarvoor tenminste 10 jaar onder de cao Bouw heeft gewerkt, in vaste dienst aannemen.

Maatregelen bij werken in de hitte
Er komt een onderzoek naar welke maatregelen (verplicht) genomen moeten worden bij het werken bij hitte. Dat onderzoek is nog niet afgerond voor de komende zomer. Daarom is wel alvast afgesproken dat de werkgever nu al verplicht is zonnebrandcrème te verstrekken. En dat de werknemer dat dan verplicht moet gebruiken. Huidkanker komt bijzonder veel voor onder bouwvakkers.

Het Tijdspaarfonds blijft ongewijzigd
Er verandert nu niets wat betreft het Tijdspaarfonds. Er is een onderzoek gedaan naar het draagvlak onder werkgevers en werknemers. Als er uit dat onderzoek blijkt dat geen belang wordt gehecht aan het Tijdpaarfonds wordt het Tijdspaarfonds per 1 januari 2024 opgeheven.

Pilot werkdruk voor bouwplaatsmedewerkers
Een bouwplaatsmedewerker die last heeft van werkdruk, kan ondersteuning krijgen van een gespecialiseerd bureau. Dit is nu nog een proef. Deze regeling geldt al voor UTA.

Loondoorbetaling bij ziekte
De slechtere regeling van loondoorbetaling bij ziekte is van tafel gehaald. Wel gaat de re-integratiebonus uit de cao verdwijnen (voor mensen die langer dan een jaar ziek zijn geweest en re-integreren in het tweede jaar). Dit gaat in voor mensen wiens eerste ziektedag ligt na 1 januari 2022.

Tijdelijke contracten
In de wet staat dat je gedurende een periode van 3 jaar tijdelijke contracten mag aanbieden als werkgever. In de cao staat een periode van 2 jaar. We gaan naar de wettelijke bepaling.

Naast bovenstaande afspraken zijn er nog meer afspraken gemaakt voor deze twee-jarige cao (de looptijd van de cao is van 1 januari 2021 t/m 31 december 2022). Al deze afspraken kan je hier lezen.

Stemmen over het onderhandelingsresultaat
Zoals hierboven al aangegeven, hadden wij graag meer afspraken gemaakt voor UTA. De eerste stap is gezet, maar wij blijven ons hard maken voor betere arbeidsvoorwaarden en ons inzetten om de werkdruk naar beneden te krijgen.

Je kunt vanaf nu tot en met 27 mei stemmen op dit onderhandelingsresultaat.


Onderhandelingsresultaat cao Bouw en Infra 2021/2022

Er is een onderhandelingsresultaat voor de cao Bouw en Infra. Jij kunt er nu over stemmen tot en met 27 mei.

'Het was een lastig proces. Er zijn bedrijven, vooral in de woningbouw, waar het heel goed gaat ondanks corona en stikstof. De bouw bestaat daarnaast ook uit de infra en de utiliteitsbouw. En daar gaat het bij een groot aantal bedrijven een stuk minder. Veel (rijks) opdrachtgevers houden de hand op de knip.

Ik denk dat er een evenwichtig onderhandelingsresultaat ligt. De eerste stap voor UTA is gezet met een afspraak over een zwaarwerkregeling, maar daar is nog veel te doen. De werkdruk is echt veel te hoog. Erg blij ben ik met de afspraak dat leerlingen bij het behalen van hun diploma € 2.500 ontvangen. Ook zijn boeken en examens voortaan gratis. We hebben ook de eerste stappen gezet om het werken bij hitte gezonder te maken', aldus cao-onderhandelaar Hans Crombeen.

Op hoofdpunten:

Looptijd
De looptijd van de cao is van 1 januari 2021 t/m 31 december 2022.

Zwaarwerkregeling UTA
We hebben een zwaarwerkregeling voor UTA afgesproken die ingaat per 1 januari 2022. Eén van de voorwaarden om daaraan deel te nemen is dat van de laatste 25 jaar voor uittreding er in tenminste 20 daarvan onder de cao bouw gewerkt is en daarvan moet er tenminste 5 jaar als bouwplaatsmedewerker zijn gewerkt.

Indexatie zwaarwerkregeling
De zwaarwerkregeling wordt zowel voor UTA als voor bouwplaatsmedewerkers op 1 januari van ieder jaar geïndexeerd met de structurele loonsverhogingen van het jaar ervoor.

Loon

  • 1 augustus 2021 structureel 1,5% erbij
  • Eenmalige uitkering in december 2021 van 1% van het jaarsalaris (netto als er bij je werkgever ruimte is in de werkkostenregeling en hij daarvoor kiest)
  • 1 januari 2022 structureel 3%

Vergoedingen (niet de kilometer-vergoeding) stijgen met hetzelfde (structurele) percentage. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gereedschapsgeld, vergoeding voor kleding enzovoort.

Het Tijdspaarfonds blijft ongewijzigd
Er verandert nu niets wat betreft het Tijdspaarfonds. Er is een onderzoek gedaan naar het draagvlak onder werkgevers en werknemers. Als er uit dat onderzoek blijkt dat geen belang wordt gehecht aan het Tijdpaarfonds wordt het Tijdspaarfonds per 1 januari 2024 opgeheven.

Jongeren: diplomabonus en gratis boeken
We hebben een diplomabonus afgesproken. Voor het behalen van het BBL2, BBL3  en BBL4 krijg je een diplomabonus van € 2.500 voor de schooljaren 21/22 en 22/23. Nog een mooie afspraak: boeken- en examengeld zijn voor de schooljaren 21/22 en 22/23 helemaal gratis.

Uitzendkrachten: zelfde kilometervergoeding als vaste krachten
De kilometervergoeding van uitzendkrachten in de bouw wordt gelijk aan die van medewerkers in vaste dienst. Dus € 0,32 in plaats van nu € 0,19 per kilometer.

Grotere kans op vaste baan voor uitzendkrachten boven de 50
Er komt een subsidie voor werkgevers van € 5.500 als zij een uitzendkracht van 50 jaar of ouder die daarvoor tenminste 10 jaar onder de cao Bouw heeft gewerkt, in vaste dienst aannemen.

Geen overwerkregeling UTA
Werkgevers weigeren een fatsoenlijke overwerkregeling af te spreken voor UTA. Dit terwijl het onderwerp ontzettend belangrijk voor UTA-medewerkers is. Wij zullen nadrukkelijk op dit onderwerp blijven hameren. In de cao staat bovendien dat een werknemer niet verplicht is om over te werken.

Maatregelen bij werken in de hitte
Er komt een onderzoek naar welke maatregelen (verplicht) genomen moeten worden bij het werken bij hitte. Dat onderzoek is nog niet afgerond voor de komende zomer. Daarom is wel alvast afgesproken dat de werkgever nu al verplicht is zonnebrandcrème te verstrekken. En dat de werknemer dat dan verplicht moet gebruiken. Huidkanker komt bijzonder veel voor onder bouwvakkers.

Pilot werkdruk voor bouwplaatsmedewerkers
Een bouwplaatsmedewerker die last heeft van werkdruk, kan ondersteuning krijgen van een gespecialiseerd bureau. Dit is nu nog een proef. Deze regeling geldt al voor UTA.

Loondoorbetaling bij ziekte
De slechtere regeling van loondoorbetaling bij ziekte is van tafel gehaald. Wel gaat de re-integratiebonus uit de cao verdwijnen (voor mensen die langer dan een jaar ziek zijn geweest en re-integreren in het tweede jaar). Dit gaat in voor mensen wiens eerste ziektedag ligt na 1 januari 2022.

Tijdelijke contracten
In de wet staat dat je gedurende een periode van 3 jaar tijdelijke contracten mag aanbieden als werkgever. In de cao staat een periode van 2 jaar. We gaan naar de wettelijke bepaling.

Overzicht van alle afspraken
Dit zijn de afspraken op hoofdpunten. We hebben natuurlijk nog veel meer afspraken gemaakt.

Klik hier voor de volledige tekst van het onderhandelingsresultaat.

Stemmen tot en met 27 mei
De cao-adviescommissie legt dit resultaat neutraal aan je voor. Je kunt nu stemmen over dit onderhandelingsresultaat


Werkgevers dit kan echt niet!

Werk jij in de Bouw en Infra? Laat voor 4 mei van je horen!

Terug naar af?

Al jarenlang neemt jouw werkdruk toe en tijdens corona heb jij keihard doorgewerkt. In ruil daarvoor zetten werkgevers tijdens de laatste cao-onderhandelingen plotseling hun hakken in het zand en willen ze niets. Een klap in het gezicht van iedere werknemer in onze sector!

Op hoofdpunten

  • Een overwerkregeling voor UTA met impact is onbespreekbaar voor werkgevers.
  • Een zwaarwerkregeling voor UTA waar mensen ook gebruik van kunnen maken. Werkgevers willen dit voor een enkeling.
  • Een thuiswerkvergoeding voor UTA volgens de adviezen van het Nibud willen werkgevers niet geven.
  • Premie en pensioenopbouw: werkgevers willen de premie bevriezen waardoor de opbouw sterk verlaagt.
  • Doorbetaling schooldag BBL: willen werkgevers ook al niet.
  • Tijdspaarfonds. Werkgevers willen het  lopend onderzoek niet afwachten en het TSF afschaffen per 1 januari 2023.

Laat van je horen!

De houding van de werkgevers is onacceptabel en onfatsoenlijk. Vind jij dit ook? Laat ook van je horen en vul onderstaand formulier in. Wij nemen dit mee tijdens onze volgende onderhandelingsronde op 5 mei.

Werkgevers neem ons serieus en kom over de brug met fatsoenlijke afspraken!

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden van ons aanbod.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Hestia: Jessica Bruintjes

"Van stil zitten word ik helemaal gek. Op een dag zei ik: ‘Pa, ik wil op de kraan’"

Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt iedere week een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week is Jessica onze Hestia. Ze is naar eigen zeggen een echt meisjes-meisje en werkt sinds haar 18e als kraanmachinist.

Naam: Jessica Bruintjes
Leeftijd: 28
Woonplaats: Ridderkerk
Opleiding: HBO technische bedrijfskunde, Hijsbewijs, Groot rijbewijs, VCA
Beroep: Kraanmachinist
Lievelingsbouwjargon: "Geen idee, eigenlijk. De meeste uitspraken zijn het opschrijven niet waardig, haha."

 

Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
“Mijn ouders hebben een kraanwagenbedrijf, maar tot mijn achttiende dacht ik altijd dat ik eerder de media kant op zou gaan. Vrouwelijke collega’s waren er niet op de bouwplaats, die zaten op kantoor of deden de administratie. Dus ik heb altijd gezegd van ‘Ja, dag! Op kantoor zitten is niets voor mij.’ Ik wilde een hele andere kant op, want van stil zitten word ik helemaal gek.
Maar op een dag, en ik weet niet meer precies wanneer die omschakeling is gekomen, zei ik: ‘Pa, ik wil op de kraan’. Nou, mijn vader zei gelijk al dat dat niks voor mij zou zijn. Hij zei: ‘Loop maar een dagje mee, dan ben je zo genezen.’ Maar, nee. Ondanks dat het hartstikke koud was en ik ook best wel een koukleum ben, vond ik het echt heel erg leuk!
Er zijn weinig vrouwen die op de kraan werken, maar ik vind dat gewoon stoer. Plus, al die vrijheid. Dit is wat ik wilde gaan doen.”

Hoe werd daarop gereageerd?
“Ik heb daarna ook tegen mijn moeder gezegd dat ik bij hen wilde gaan werken, maar die zei dat ze niemand nodig had op kantoor. Dus toen zei ik: ‘Ik wil ook helemaal niet op kantoor! Ik wil op de kraan!’
Ik ben wel echt een meisjes-meisje, ik houd van make-up en mijn haar moet altijd gestijld of gekruld zijn. Dus mijn moeder keek me toch een beetje raar aan: ‘Dat is helemaal niets voor jou, dan sta je heel de dag in de modder. Maar als dit je leuk lijkt, dan moet je het doen!’
Ik vond het werk op de kraan zo’n enorme kick geven, dat ik binnen een half jaar al mijn papieren gehaald had. En zo was ik op mijn 18e kraanmachinist.”

Wat maakt de bouw zo leuk?
“Elke dag is anders en elke dag werk je weer met andere mensen, dat vind ik heel leuk. En je draagt ook een grote verantwoordelijkheid, want je gaat natuurlijk wel met zo’n grote machine op pad.”

Wat inspireert jou?
“Andere vrouwen in de bouw. Vrouwen die ook gewoon zeggen van: ‘ik doe mijn eigen ding en ik doe wat ik leuk vind.’ Vrouwen in de techniek, vrouwelijke schippers, vrouwelijke lassers, vrouwelijke vrachtwagenchauffeurs. Allemaal doen ze gewoon hun ding, wat ze leuk vinden, en laten zich niet leiden door wat de maatschappij daar mogelijk van vindt.”

Wie in de bouw inspireert jou?
“Mijn vader. Hij is een hele intelligente en creatieve man. Toen ik net begon in dit vak werkte ik heel veel met hem samen, dus hij heeft mij erg veel geleerd. Ook qua mens is hij heel anders dan ik. Ik was een verlegen en bescheiden meisje en hij weet goed hoe je met mensen om moet gaan, dus daar heeft hij me echt bij geholpen. Mijn vader weet precies hoe hij mensen om zijn vinger kan winden. Dat ik echt denk: ‘Dat zég je toch niet tegen een klant’. Maar iedereen vindt het nog leuk ook!”

Wat vind je het allerleukst aan je werk als kraanmachinist?
“Je hebt veel vrijheid. Je stapt ‘s ochtends in de kraan en aan het einde van de dag kom je er weer uit. Ik vind het ook gewoon echt een kick geven, dat je met zo’n grote machine en van dat grote materiaal in de weer bent.
Dus als er vrouwen zijn, of mannen natuurlijk, die nog twijfelen of kraanmachinist zijn wat voor hen is, zoek gewoon contact met mij! Want ik laat de kraan heel graag zien. Ik vind het hartstikke leuk om iemand mee te nemen naar de kraan en ze een beetje wegwijs te maken.”

Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Ik wil sowieso het kraanwagenbedrijf van mijn ouders overnemen. Dat is wel echt mijn droom geworden. Ik heb er zo’n enorme passie voor gekregen, het is gewoon echt mijn kindje. Maar ik ben ook wel een typje dat ik er misschien nog meer bij wil doen. Ik wil het bedrijf graag laten groeien, of misschien nog meer bedrijfjes erbij. Ik houd niet van stil zitten.
Daarnaast doe ik ook veel met video. Ik vind dat gewoon erg leuk om te doen, dat is dan toch een beetje die mediakant die ik in eerste instantie uit wilde gaan.
Ik ben op een gegeven moment video’s gaan posten en dat werd zo goed ontvangen, dat ze op kantoor zeiden van ‘Joh, ga er maar mee door. Je bent een goed visitekaartje voor het bedrijf!’. Dus dat is mijn hobby, eigenlijk. Voor mij is dat perfect, want zo kan ik de dingen die ik leuk vind combineren.”

Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die twijfelen de bouw in te gaan?
“Vergeleken met 10 jaar geleden, zie je sowieso dat er al veel meer vrouwen in de bouw zitten. Ik vind dat erg leuk, dat geeft ook een hele andere sfeer. Vrouwen zijn toch weer net anders en die staan er ook net iets anders in.
Ik vind gewoon: als iets je droom en je passie is, moet je het gewoon doen! Laat je niet tegenhouden door wat andere mensen misschien van je zouden vinden.”


Enquête: Hoe denk jij over pensioenpremie?

In de onderhandelingen voor een nieuwe cao Bouw & Infra stellen de werkgevers een voorwaarde voor het maken van afspraken. Die voorwaarde is dat werkgevers zekerheid willen over de pensioenpremie voor 2022 en 2023: namelijk dat die niet verder mag stijgen. Wat onze houding moet zijn over deze voorwaarde leggen we aan jou voor.

Verdeling van pensioenpremie tussen werkgever en werknemer

De totale pensioenpremie bestaat uit een werkgeversdeel en een werknemersdeel. Als werknemer betaal je iets meer dan een derde van de totale premie. In 2019 was de totale premie 20,2%. In 2020 22,2%. En in 2021 steeg deze premie verder naar 25%. Dit was nodig om verschillende redenen, maar de lage rente was een belangrijke reden.

Wat stellen werkgevers nu precies voor?

De premie is nu 25% in totaal. Dat willen werkgevers ook in 2022 en 2023 zo houden. Dat betekent dat als de premie verder omhoog moet, bij een gelijkblijvende premie van 25%, de pensioenopbouw lager wordt. Je gaat dan dus minder pensioen opbouwen. Het pensioen dat je al op hebt gebouwd verandert niet! Een lagere pensioenopbouw heeft daardoor voor jonge mensen grotere gevolgen dan voor oudere mensen. Die hebben hun opbouw voor een belangrijk deel vaak al binnen.

Wat vind jij ervan?

We vragen je om de enquête te vullen. Het zijn maar een paar korte vragen die een paar minuten van je tijd kosten. We willen graag van onze leden weten welke houding we moeten aannemen over dit onderwerp.


Oproep aan uitvoerders: lichtere projecten vlak voor pensioen?

Werkgeversorganisaties vinden de zwaar werkregeling voor UTA niet nodig. Uitvoerders krijgen volgens hen de mogelijkheid om in de laatste fase voor hun pensioen minder zware projecten te draaien. Wij zijn benieuwd of dit klopt.

  • Krijgen jij en/of je collega’s in de laatste fase voor het pensioen de mogelijkheid om minder zware projecten te draaien?
  • Zo ja, vanaf wanneer krijgen jullie die mogelijkheid?
  • Maakt het dan ook een groot verschil, kun je het hierdoor makkelijker volhouden tot aan je pensioen?

Wij zouden het heel fijn vinden als jullie ons hier meer over kunnen vertellen. Wij kunnen dit meenemen tijdens de onderhandelingen en ons verhaal hiermee richting de werkgeversorganisaties sterker maken. Dit gebeurt uiteraard helemaal anoniem en we gaan vertrouwelijk om met je gegevens.

 

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden van ons aanbod.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Video: Ontmoet jouw cao-onderhandelaars!

De onderhandelingen voor de nieuwe cao Bouw en Infra zijn van start! Sectorbestuurder Hans Crombeen en UTA-consulent Laura Beers nemen namens jou plaats aan de onderhandelingstafel.

Benieuwd? Bekijk de video en ontmoet Hans en Laura!

https://youtu.be/3NYmzs5xU2M

Benieuwd naar al onze voorstellen? Bekijk ze hier.

Klik hier voor de werkgeversvoorstellen.


Monic Bührs: Loonkloof aanpakken door onderhandelen

De loonkloof tussen man en vrouw. Er zijn mensen die stug blijven volhouden dat deze helemaal niet bestaat, maar dat doet deze kloof wel degelijk. En met een afname van zo’n half procent per jaar, zal hij ook niet snel verdwijnen. Hoe kunnen we dit aanpakken? Onderhandelen!

Tenminste, als we Monic Bührs moeten geloven. En dat kunnen we. Zo’n 25 jaar geleden richtte zij, samen met compagnon Elisa de Groot, In Touch Female Leadership and Carreer Academy op. Ondertussen heeft Monic jaren ervaring met het trainen en coachen van ambitieuze vrouwen. Ook heeft zij verschillende boeken geschreven, zoals Stratego voor vrouwen en Vrouwen bluffen niet.

Loonkloof en onderhandelen

“Een belangrijke oorzaak voor de loonkloof is dat vrouwen niet altijd even handig onderhandelen”, aldus Monic Bührs. Uit cijfers van FNV blijkt dat mannen en vrouwen even vaak om een loonsverhoging vragen, maar dat mannen vaker succesvol van de onderhandelingstafel weglopen. “Vrouwen hebben de neiging om bij de eerste de beste nee te stoppen en niet meer door te vragen. Terwijl mannen bij de eerste nee vaak weten dat het onderhandelen dan pas begint.”

Maar volgens Monic speelt ook mee dat men bepaalde verwachtingen heeft bij vrouwen. Een vrouw mag wel onderhandelen, maar als ze dat doet, wordt er wel verwacht dat ze dat niet te stevig doet. En als ze dat wel stevig doet, wordt ze als bitch ervaren. “Dan krijg je je opslag alsnog niet, omdat je niet voldoet aan het stereotypische beeld dat van een vrouw verwacht wordt. Dan word je een zeur en dominant, ook daar heb je mee te maken. Er zijn dus ook wat genderbias-achtige vraagstukken tijdens een onderhandeling.”

Waarom wordt er dan zo anders naar vrouwen gekeken dan naar mannen? Dat zit heel diep volgens Monic. “We hebben als mens de neiging om vrouwen lager te beoordelen dan mannen.” Zo blijkt uit een onderzoek van Stanford University dat we mannen en vrouwen met een inhoudelijk identiek cv anders beoordelen als er een mannennaam boven staat, dan wanneer er een vrouwennaam boven staat. Ze zagen de man als een talent, maar de vrouw niet. Ook zouden ze de man een hoger salaris bieden dan de vrouw.

“Als we denken aan het woord ‘leiden’, denken we binnen een splitsecond aan een man. Dat gaat automatisch in de hersenen. Het duurt heel lang om de hersenen te overtuigen dat het net zo goed een vrouw kan zijn. En pas als al die hersenen, van al die mensen begrijpen dat vrouwen net zo goed kunnen zijn als mannen, dan pas haal je dit soort ongelijkheden weg. Maar dat gaat echt heel lang duren”, zegt Monic Bührs.

 

                                                                                                               IJsland

IJsland is al een stuk verder wat betreft het dichten van de loonkloof. Daar is in 2017 een wet aangenomen die bedrijven, met meer dan 25 werknemers, verplicht om hun personeel gelijk te betalen, ongeacht geslacht. Deze bedrijven moeten dit ook kunnen bewijzen. Volgens Monic is dit ook dé manier om het dichten van de loonkloof in Nederland in een stroomversnelling te brengen. Zonder wetgeving is dat volgens haar niet mogelijk. “Daar heb je absoluut wetten voor nodig. Als manager van een afdeling moet je kunnen laten zien wat iedereen betaalt krijgt en waarom voor dat bedrag gekozen is.

Maar dat maakt het wel erg ingewikkeld om mensen weg te kapen. Stel, je hebt een talent en die werkt bij een andere partij, en je weet hoeveel die persoon betaalt krijgt. Dan zal je meer moeten bieden en dat kan weer ten koste gaan van de mensen die je al in dienst hebt. ”Maar ook als het aankomt op quota binnen bedrijven, doet IJsland het volgens Monic veel beter. “In Nederland komt er nu een formeel quotum voor vrouwen in de Raad van Commissarissen. Maar alléén voor vrouwen. Dat doen ze in IJsland al jaren veel beter”, zegt Monic. “Daar werken ze met een quota voor zowel mannen, als voor vrouwen. Dan moet je bijvoorbeeld 40% mannen en 40% vrouwen in dienst hebben en van de overige 20% mag je zelf weten hoe je die invult.”

 

Bluf!

Een belangrijk onderdeel van onderhandelen is bluffen. Daar voelen mannen zich over het algemeen meer in thuis dan vrouwen. “Bluffen is heel normaal in een mannenomgeving. Als mannen gaan vissen en ze vertellen vervolgens hoe groot die vis was, is die vis altijd veel groter dan hij in het echt was. En dan hebben ze een hoop lol met elkaar.”
Maar bluffen past volgens Monic he-le-maal niet in een vrouwenomgeving. “Stel je voor, vrouwen gaan met elkaar vissen. En één van de dames gaat vertellen dat de vis groter is dan hij feitelijk was. Dan vinden die andere vrouwen haar gewoon minder leuk. Zo ontstaat ook het krabbenmandeffect: dat vrouwen elkaar naar beneden gaan trekken.”

Vrouwen hebben eerder de neiging om zich bescheiden en kleiner op te stellen. “Dat is nou eenmaal hoe je je gedraagt in een vrouwencultuur”, aldus Monic. Maar heel veel bedrijven zijn masculien ingericht en dus is de kans groot dat je, als vrouw, alsnog in een mannencultuur aan het werk gaat. En daar hoort bluffen bij. “Alleen dat is het spannende. Dat op het moment dat je gaat bluffen, er ook zal worden gekeken van ’ja, maar je bent wel een vrouw. Dus we gaan wel even testen of dat ook allemaal klopt.’ En dan gaan ze je uitdagen in de hiërarchie, wat ook heel masculien is. Want in een vrouwenomgeving bestaat er in feite geen hiërarchie, behalve over uiterlijk. Maar niet over werk, dus je mag niet beter zijn dan een ander. Terwijl mannen juist worden gestimuleerd om beter te zijn.”

Man vs vrouw

Volgens Monic zijn mannen dan ook veel beter in competitie, in durven winnen, in durven verliezen en ook dát heeft weer te maken met onderhandelen. “Je vraagt om iets en je krijgt een ‘nee’. Dan zal een vrouw eerder denken dat ze verloren heeft en opgeven. Terwijl een man denkt ‘Hup, ik ga de volgende ronde in’.”

Uit een onderzoek van Harvard bleek echter dat vrouwen beter zijn in onderhandelen, wanneer ze dit voor iemand anders doen. “Als we dan een vergelijking maken tussen mannen en vrouwen, doen vrouwen het beter. Sommige vrouwelijke advocaten kunnen echt als een pitbull voor jouw belangen opkomen. Maar dat komt omdat ze dat voor een ander doen. Als het gaat over onderhandelen voor jezelf, zoals bijvoorbeeld over je salaris, dan vinden vrouwen het veel moeilijker. Dan komt er veel meer tussen te staan zoals ‘Ik moet wel aardig gevonden worden’, ‘Straks krijg ik die baan niet’, of ‘Straks lig ik eruit’”, aldus Monic.

Als het gaat over vertellen wat je allemaal bereikt hebt, hebben mannen de neiging om dat nog wat te vergroten, waar vrouwen hun prestaties vaak verkleinen. Dat heeft volgens Monic met bescheidenheid te maken. “Wat ik bij heel veel trainingen merk als ik vrouwen vraag om over hun resultaten te vertellen, is dat ze het heel lastig vinden omdat ze dan het gevoel hebben dat ze aan het bluffen zijn. Terwijl het enige wat ze doen, is gewoon vertellen wat ze concreet gerealiseerd hebben. Maar dat voelt dan al alsof ze aan het bluffen zijn.”

Tips voor je volgende onderhandeling

Zoals Monic zegt, de onderhandelingen beginnen pas na de eerste ‘nee’. “Niet tijdens de voorbereiding, niet bij binnenkomst. Wees voorbereid op je eerste nee. Misschien zegt je leidinggevende ‘Er komt een financiële crisis aan, dus we hebben geen geld.’ Dat is dan je eerste nee. En dan benoem jij een argument waarom je dat wel waard bent. ‘Ook in een crisis is het belangrijk om talent te betalen’ en dan houd je je mond dicht. Dat is de kracht van de stilte. Vervolgens komt er weer een argument: ‘Ja, als ik jou opslag geef, dan moet ik Pietje ook geven.’ Een tweede nee. En dan kom jij ook weer met een argument: ‘Het gaat over mij, niet over Pietje’ en dan houd je je mond weer.”

Het is dus ook belangrijk dat je niet in één keer al je argumenten op tafel gooit. “Dan heb je geen voer meer voor de volgende rondes. Onderhandelen betekent dat je allerlei rondes ingaat, dus je moet voorbereid zijn op vijf, zes, zeven, misschien wel acht keer een ‘nee’. Als je al je argumenten in het begin al geeft, dan ga je jezelf herhalen en dan word je een zeur.”

Ook is het belangrijk om bij te houden wat je concreet gerealiseerd hebt. “Mijn tip aan alle vrouwen is: houd al je resultaten wekelijks bij en stuur het af en toe door naar je leidinggevende. Ga er niet vanuit dat hij/zij weet wat jij allemaal realiseert, want dat kost hem/haar veel te veel tijd en werk. Als je dit zelf doorstuurt, dan help je je leidinggevende ook weer bij het beoordelen van jouw werk. Dat maakt het een stuk makkelijker om jou een goede beoordeling en dus een dito salaris te geven.”

 

                                                                        In Touch Female Leadership and Carreer Academy

In de beginjaren lag de focus op de zoektocht naar vrouwelijk talent, een bemiddelingsbureau speciaal voor vrouwen. Maar sinds 2002 ligt de focus veel meer op het trainen en coachen van ambitieuze vrouwen.Toen Monic en partners in 2004 benaderd werden door een uitgever, met de vraag of ze een boek wilden schrijven, hebben ze daar gelijk ja op gezegd. “Wat in het kader van onderhandelen natuurlijk heel stom is, hè, want op het moment dat je ja zegt kun je niet meer onderhandelen”, aldus Monic. In 2007 kwam het boek Stratego voor vrouwen uit en werd in 2008 genomineerd voor managementboek van het jaar.

“Vanaf dat moment zijn we eigenlijk omgeschakeld van werving en selectie, naar het trainen en coachen van vrouwen. Maar ook om organisaties zo ver te krijgen dat ze aantrekkelijk zijn voor vrouwen. ”Naast Stratego voor vrouwen heeft Monic, in samenwerking met partners van In Touch, nog andere boeken geschreven. Zoals Onderhandelen voor vrouwen, Sterke mannen, slimme vrouwen en Vrouwen bluffen niet. Ook worden er bij In Touch veel trainingen gegeven, een-op-een en in groepen, op gebied van ongeschreven regels, waaronder onderhandelen. Volgens Monic moet je als vrouw niet veranderen in een man, maar je moet je wel realiseren dat er spelregels zijn. “Als je goed meespeelt, dan krijg je meer invloed en meer salaris. En dan kun je de spelregels gaan veranderen, uiteindelijk.”


bim bots rob en wim

"We willen de sloophamer niet meer zien op de bouw"

"Ik hoor vaak dat de bouw niet innovatief is. Onzin. De bouw is hard bezig om innovatieve vernieuwingen toe te passen. Ik heb verschillende voorbeelden, zoals het toepassen van BIM (Bouw Informatie Modellen) om bijvoorbeeld via een 3D model een steiger te ontwerpen voordat deze wordt geplaatst. En het gebruik van drones om bij te houden hoe de voortgang is van de bouw bij een tunneltracé."

Met deze stellige mening start Rob Roef het gesprek dat de UTA-consulenten Ernst van de Berg en George Evers met hem en met zijn collega Wim van der Poel hadden. Beiden werken bij TNO en zijn actief betrokken bij de ontwikkeling van de BIM Bots, die een nominatie heeft gekregen voor de Digitalisering Award 2020 van Cobouw. We spraken Rob en Wim over het idee achter BIM Bots en over de effecten van digitalisering in de bouw.

Wat zijn BIM Bots?

TNO is zo’n tien jaar geleden gestart met wat toen de open source BIM server heette. Dit is een dienst waar gegevens uit het bouwproces kunnen worden opgeslagen en bevraagd. ’Met de gegevens in een BIM model is uiteraard nog veel meer te doen. Welke functionaliteiten kun je toevoegen aan de data, zodat je deze data beter en effectiever kunt inzetten in de bouw’, verduidelijkt Wim. Deze data worden geleverd door alle betrokken partijen in het bouwproces zoals de architect, de constructeur, de bouwer, de installateur.

‘We vroegen ons af of je deze data kunt gebruiken om vooraf volledig geautomatiseerd na te gaan of in het ontwerp geen fouten aanwezig zijn. Dat betekent dat je alle noodzakelijke data combineert en met elkaar vergelijkt. Maar je kunt ze ook leggen naast regelgeving, zoals de milieuprestaties van een gebouw. Het blijkt dat als je dat in de ontwerpfase doet, het mogelijk is om conflicten in het ontwerp te ontdekken. Vanzelfsprekend kan dat al geruime tijd met op de markt zijnde software, maar nog niet op een geautomatiseerde wijze. In een vroege fase zaken ontdekken van conflicten met de geldende regelgeving is bijzonder efficiënt, omdat je deze nu nog digitaal kunt corrigeren in plaats van dat je dat moet doen tijdens het werk op de bouwplaats. Vandaar dat we de sloophamer niet meer willen zien’, vult Rob aan.

BIM Bots maken het mogelijk om op basis van BIM-modellen berekeningen, simulaties en analyses uit te voeren voordat de bouw start. Deze bewerkingen voeren de bots autonoom uit. BIM Bots betekenen een enorme kwaliteitsslag en maken het mogelijk de foutmarge flink te reduceren. En daarmee bespaart de bouw op de faalkosten. Belangrijke verbeteringen omdat de productie in de bouw de komende jaren fors omhoog moet.

Na jaren van ontwikkelen van het BIM Bots concept, bevinden deze zich nu in de fase van uitproberen en testen. Dat was succesvol, want deze fase heeft geleerd dat het concept van de BIM Bots werkt. Een belangrijk succes voor de verdere ontwikkeling.

Samen ontwikkelen

TNO ontwikkelt BIM Bots in samenwerking met de markt. Het initiatief lag bij TNO, waarbij deze organisatie in het begin een intern ontwikkelbudget beschikbaar stelde om het idee uit te werken. Er waren signalen uit de markt waaruit werd afgeleid dat er vraag zou kunnen ontstaan naar deze bots.

TNO heeft plannen om een ecosysteem van BIM Bots te ontwikkelen met bedrijven die gebruik gaan maken van de BIM Bots of die software hiervoor ontwikkelen. Deze bedrijven leveren waardevolle ideeën voor de BIM Bots. Het betrekken van deze partijen bij een zogenaamd ecosysteem BIM Bots is een belangrijke voorwaarde om dit tot een succes te maken. ‘Het gaat niet alleen maar om de techniek. Van belang is om inzicht te hebben of de markt klaar is voor een nieuw product en bereid is om ermee te gaan werken. Daarom hebben we redelijk wat tijd gestoken in het betrekken van bedrijven in ons ontwikkeltraject. We merkten daarbij dat ook het ministerie van BZK interesse had en zelfs bereid was om mee te financieren’, antwoordt Wim op de vraag wat een succesfactor is.

De effecten van digitalisering op het werk

De digitalisering in de bouw, waar BIM een onderdeel van is, gaat zonder meer effecten hebben op het werk. Dat is niet nieuw. Bij de invoering van CAD (Computer Aided Design) was de grote vrees dat al het werk zou worden overgenomen door de computer. Dat is niet gebeurd, maar het werk is wel veranderd.

Volgens Rob zijn de “rotklusjes” verdwenen. Als er vroeger in de tekening een foutje zat, dan was je als medewerker veel tijd kwijt om dat op papier te herstellen. Met de intrede van de computer op de tekenkamer werd het een kwestie van het digitaal aanpassen. De routinematige werkzaamheden worden door de computer overgenomen, maar de kennis die de medewerkers hebben, vormt de basis van wat met de software wordt getekend en tegenwoordig met BIM wordt gemodelleerd. Door verregaande digitalisering is het momenteel mogelijk veel gegevens op te slaan en deze met de betrokken stakeholders in het bouwproces te delen. Niet voor niets is er momenteel sprake van datagestuurd bouwen, waarbij data uit een veelheid van bronnen wordt gecombineerd tot zinvolle informatie. Dat betekent dat data gestandaardiseerd moet zijn om te kunnen koppelen, zodat er informatie wordt gegenereerd die het bouwproces efficiënter maakt.

Het belang van digitaliseringskennis

Wim geeft aan dat het werk anders wordt, zo zijn er andere functies ontstaan. Denk daarbij aan BIM-modelleurs, -coördinatoren, data-analisten, dataengineers, AI-specialisten en algoritmeontwikkelaars. Er ontstaat in de sector een vraag naar medewerkers met forse digitaliseringskennis, waarbij ook die ontwikkeling niet stilstaat. Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van machine learning, een opstap naar kunstmatige intelligentie. Machine learning maakt het mogelijk om te leren van de gebruikersinteractie en daarmee wordt het systeem steeds slimmer. Je hebt mensen nodig die begrijpen wat in de software gebeurt, welke logica er in BIM-modellen zit en welke beslismodellen zijn geprogrammeerd. Dit is nodig om deze zo nodig te kunnen aanpassen. De discussie over algoritmen van de laatste tijd heeft geleerd dat dit noodzakelijk is.

Er zijn dus functies ontstaan die tien jaar geleden niet bestonden in de bouw. Er is wel zorg over de vraag of de huidige opleidingsinstellingen deze ontwikkelingen inbouwen in het opleidingsprogramma. De traditionele vakman, zoals een timmerman, zal wel nodig blijven, maar voor specifieke werkzaamheden, zoals bij herstel en bij onderhoud. Maar de grote bouwprojecten waarbij ook nog een deel van het bouwproces prefab zal gebeuren, zullen echt andere eisen aan medewerkers gaan stellen. Digitaliseringskennis is, naast kennis van het bouwen zelf onvermijdelijk. met deze kennis wordt het eenvoudiger een functie te vinden in de bouw.

Op de goede weg

Rob gaf bij de start aan dat de bouw wel innovatief is. Dat betekent niet dat er geen verbeteringen nodig zijn. ‘Die zijn er zeker. De bouw is nog te fragmentarisch georganiseerd, met als gevolg dat het delen van data soms lastig is. En juist data delen is hard nodig voor het datagestuurd bouwen. Verder kun je denken aan datakwaliteit, de data moet gevalideerd kunnen worden, zodat je zeker weet dat de data goed zijn’. Wim vult aan: ‘Er moet ook discussie worden gevoerd over de vraag van wie data is. Is data voor iedereen in de hele keten toegankelijk, te gebruiken en onder welke voorwaarden? Daar zullen afspraken over moeten komen, maar als dat georganiseerd is, dan voorzie ik dat de bouw belangrijke stappen gaat zetten’.

Wie zijn Rob Roef en Wim van der Poel?

Rob deed de studie Civiele Techniek, maar ontdekte al snel dat zijn belangstelling lag bij automatiseringsvraagstukken in de bouw. Hij heeft ervaring met CAD en GIS (Geografisch Informatie Systeem) en dat legde een basis om te verdiepen in BIM. In 2019 is Rob gaan werken bij TNO waar hij zich als clustermanager digitalisering onder andere bezighoudt met hoe nieuwe technologieën zoals BIM Bots, digital twins, en kunstmatige intelligentie aansluiten bij de vraag van de markt.

Wim heeft een studie Informatiesystemen gedaan. Na een aantal jaren als softwareontwikkelaar, consultant en projectleider te hebben gewerkt, is hij in dienst gekomen van TNO. Hij is projectleider van projecten waar ICT een (hoofd)rol speelt. Het gaat om complexe projecten, die steeds meer in de bouw te vinden zijn. Sinds enkele jaren is hij projectleider bij de ontwikkeling van BIM Bots, waarbij zijn rol is om experts te faciliteren om de BIM Bots tot een succes te maken.


BIM werkgroep

Werkgroep BIM: Blijven ontwikkelen

BIM maakt werk anders. De inhoud van functies verandert, sommige functies verdwijnen en er ontstaan weer nieuwe functies. Wil je in de toekomst leuk en uitdagend werk blijven doen, dan is het essentieel dat je je door kunt blijven ontwikkelen. FNV|UTA start daarom een werkgroep die zich bezighoudt met de impact van BIM op het werk en de organisatie.

Ook voor bouwbedrijven zelf is het belangrijk om te weten hoe ze om moeten gaan met innovatieve ontwikkelingen. Denk aan de inrichting van de organisatie, (om)scholing van personeel, maar ook inkopen, voorbereiden, bouwen en renoveren. Digitalisering en data gestuurd bouwen gaan direct of indirect grote gevolgen hebben voor al deze zaken.

Het BIM-bewustzijn

Het kennisniveau is hoog. Zoals USP Marketing Consultancy in hun rapport European Contractor Monitor zegt: het BIM-bewustzijn van Nederland is het hoogst van alle Europese landen. In Nederland wordt door 42% van de aannemers met BIM gewerkt, zowel bij MKB als bij de grote bedrijven. Engeland staat op de tweede plaats, met slechts bij 5% van de MKB en 25% van de grote spelers. In Duitsland is niet alleen het actief gebruik laag, zelfs de bekendheid van BIM is minimaal. De technologie lijkt in Nederland dus prima te aarden.

Toch geeft dit niet het volledige verhaal weer. De digitale koppeling met andere partijen in de bouwketen loopt niet altijd soepel. Zo kunnen er soms (onder)aannemers aangesloten zijn die een minder hoog BIM-bewust zijn hebben. Vervolgens heeft dit een effect op de volledige keten. Ook kunnen praktische problemen ontstaan. Denk aan het gebruik van verschillende BIM- en automatiseringsapplicaties. In de praktijk zorgen die voor veel frustratie doordat ze niet altijd goed op elkaar aangesloten zijn. Met als gevolg dat er – zoals wel vaker –veel druk op de schouders van de uitvoerders komt te liggen.

In sommige vallen is de inrichting van de organisatie binnen bouwbedrijven nog wat conservatief. Scheiding tussen bouwplaats en bouwkantoor is dan meer regel dan uitzondering. Dit terwijl zaken rondom digitalisering de volledige organisatie raken, niet enkel het bouwproces.

Het komt er eigenlijk op neer dat de technologie zich wel doorontwikkeld, maar ontwikkelt de mens en de organisatie zich met datzelfde tempo mee?

Het doel van de werkgroep

Met opgedane kennis kunnen we laten zien welke veranderingen in de organisatie en het werk optreden, wie in het veranderingsproces welke rol vervult en wat nodig is om deze veranderingen goed te laten verlopen. Het delen van de kennis kan bijvoorbeeld door het schrijven van publicaties of organiseren van een webinar.

Wie nemen deel aan de werkgroep?

Allereerst is het natuurlijk belangrijk dat er vakspecialisten uit de bouw bij betrokken worden. Zij hebben inzichten in de nieuwste ontwikkelingen rondom BIM en data gestuurd bouwen. Dat zijn dus in ieder geval de BIM-managers. Ook Uitvoerders en Projectleiders hebben in de meeste gevallen (technische) ervaring met BIM, en spelen daarnaast een nadrukkelijke rol tussen de bouwplaats en kantoor.

Naast BIM-deskundigen zijn ook HR-experts uitgenodigd, vanuit de gedachte dat zij kennis hebben rond organisatieverandering en -ontwikkeling.

Input en uitkomsten BIM werkgroep

De uitkomsten willen we graag met je delen. En input voor de werkgroep waarderen we natuurlijk ook. Ernst van den Berg (tel. 06 18 98 66 92) en George Evers (tel. 06 58 87 30 03) van FNV | UTA, zijn de contactpersonen. Je kunt hun ook bereiken via UTA@fnv.nl.