werkdruk anders organiseren

Werkdruk aanpakken door anders organiseren

De bouw is volop aan het innoveren. Dat is noodzakelijk als de bouw over 10 jaar nog relevant wil zijn. In andere sectoren is de innovatie in een stroomversnelling gekomen doordat nieuwe spelers op de markt zijn gekomen. Deze spelers noemen zich doorgaans techbedrijven, omdat zij nieuwe technologie gebruiken om producten en diensten te vernieuwen.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan de taxiwereld, hotelwezen, de reisbranche en de detailhandel. In Amerika is het bouwbedrijf Katerra een vergelijkbare nieuwe partij, die door digitalisering bezig is met het versneld introduceren van vernieuwingen.[i] Deze nieuwe spelers dagen uit om te zoeken naar andere manieren van werken.[ii]

De innovaties in de bouw bestaan uit een veelheid aan ontwikkelingen, zoals BIM, gebruik van algoritmen, de inzet van kunstmatige intelligentie, robots en Internet of Things. Digitalisering zorgt voor het stroomlijnen van administratieve processen. Het principe is het eenmalig vastleggen van gegevens voor meervoudig gebruik, zodat de gebruikte informatie overal dezelfde is. In de bouw zal het informatiseren van het hele bouwproces een grote vlucht nemen: van ontwerp, uitvoering, onderhoud en hergebruik. Kort samengevat gaat het om datagedreven bouwen.

Wat verandert er voor het werk

Alle functies in de bouw krijgen te maken met digitalisering. In de discussie over het effect hiervan, lag het accent vooral op het verdwijnen van werk. De praktijk laat zien dat dit genuanceerder ligt. Dit houdt in dat door digitalisering bepaalde taken uit een functie worden overgenomen en dat niet zozeer een hele functie verdwijnt. Het is van belang om te kijken naar het (her)ontwerpen van functies vanuit de gedachte dat de richting van de verandering niet door de technologie wordt gedicteerd. Dat biedt mogelijkheden om de inhoud van het werk, dus welke taken en werkzaamheden in een functie aanwezig zijn, te betrekken bij digitale veranderingsprocessen. Kort gezegd is het uitgangspunt dat het werk interessant en uitdagend moet zijn en blijven.

Organisatieontwerp

De manier waarop een organisatie is ontworpen is bepalend hoe het werk eruit ziet. Het ontwerp kan zijn gebaseerd op een strikte arbeidsdeling met beperkte handelingsmogelijkheden of op werkzaamheden die bestaan uit brede taken. Deze keuze hangt samen met de managementvisie op het inrichten van een organisatie.

Het effect van deze keuze voor de handelingsruimte van werknemers is groot. Zo zijn werkdruk en leermogelijkheden kenmerken van de werkorganisatie en niet van de mensen die er werken. Dit staat bekend als de primaire preventie, het bij de bron oplossen van problemen. Vergelijk het werken met een gevaarlijke machine. De machine moet zo zijn ontworpen dat deze geen gevaarlijke situaties oplevert voor de werknemers. Als dat niet mogelijk is moet de machine afdoende zijn beveiligd en als laatste stap geldt het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen. Dit principe van bronaanpak staat in de Arbowet.

Werkdruk ontstaat door de manier waarop een organisatie is ingericht en dat betekent dat de oplossing gezocht moet worden in een andere organisatievorm. Cursussen die bedoeld zijn om werknemers te leren omgaan met werkdruk, zoals timemanagement, mindfulness, lossen het probleem niet bij de bron op.

Werk dat uitdaagt om te blijven leren (leermogelijkheden) is een ander aspect dat samengaat met organisatieontwerp. Met beperkte handelingsmogelijkheden mag de werknemer niet meer doen dan het uitvoeren van strikt voorgeschreven handelingen of worden taken volledig door de computer of machine aangestuurd. Om het cru uit te drukken: de werknemer hangt bij binnenkomst op het werk zijn hersenen aan de kapstok, doet zijn werk en gaat weer naar huis.[iii]

Duidelijk is dat de werknemer bij dit type werk niets leert en daarmee niet in staat is om haar of zijn vaardigheden, kennis en vakmanschap verder te ontwikkelen. Een deel van het huidige flexwerk bestaat uit dit soort routinematige werkzaamheden.

Bij uitgebreide handelingsmogelijkheden in het werk zijn de leermogelijkheden groot. De werknemer neemt beslissingen, lost problemen op en overlegt met collega’s. Het leren tijdens het werk levert de grootste bijdrage aan het leren van werknemers, meer dan wordt geleerd in cursussen of opleidingen.[iv]

Voorbeeld van anders organiseren

Vermeulen Bouw

Vermeulen was de winnaar van de sociale innovatieprijs van FNV BOUW in 2018. Het is een bouwbedrijf met 35 medewerkers, gevestigd in Rijen. Het werkt naar eigen zeggen met zelfsturende teams. Eigenaar Pim Vermeulen (directeur) typeert zijn bedrijf voor de organisatieverandering als volgt:

·       Een duidelijke scheiding tussen binnen- en buitenmensen. Vakmannen vonden dat ‘ze het binnen maar moeten regelen’ en kantoormensen vonden dat vakmannen ‘geen verantwoording nemen en niet betrokken genoeg zijn’.

·       Er was sprake van een typische hark/piramide structuur waarbij de directie duidelijk de baas was, met een laag van projectleiders tussen directie en de bouwmensen.

·       De directie zat op grote afstand in een luxueuze directiekamer, wat een fysieke drempel voor bouwmensen creëerde om vragen te stellen of mening te geven.

·       Bouwplaats medewerkers kregen de planning voor hun neus geduwd en moesten gaan bouwen. Er was weinig kans om mee te denken.

 

Door de organisatieverandering werkt Vermeulen anders.

·       Er zijn zelfsturende teams gevormd die hun werk van A tot Z regelen. Ze zijn gevormd rond: Nieuwbouw, Verbouw en Onderhoud. Ieder team heeft een teamcoach die zorgt voor een goede sfeer en een aanspreekpunt is voor de teamleden.

·       Er is minder controle, thuiswerken voor kantoormensen is mogelijk, werktijden zijn flexibel, iedere collega is zelf bevoegd om gereedschap tot 250 euro te kopen.

·       Vermeulen werkt met rollen en niet meer met functies. Dit geeft medewerkers de vrijheid om meerdere rollen op zich te nemen, bijvoorbeeld als timmerman en materiaalbesteller

·       Bouwplaats medewerkers worden van begin af aan bij projecten betrokken en beslissen mee over het al dan niet uitbrengen van een offerte.

·       Het kantoor is een open werkruimte geworden met een bouwlab, stilteruimtes en ontmoetingsplekken voor binnen- en buitenmensen.

Bron: ‘Anders organiseren in de bouw anno 2020, een vooronderzoek’, FNV Bouwen en Wonen en ST groep, juni 2020 'Inhoud van het werk'

Wat zijn de elementen van de inhoud van werk, die ervoor zorgen dat het werk niet leidt tot werkdruk en dat er sprake is van leermogelijkheden? In de theorie over organisatieontwerp is het kernwoord de balans tussen taakeisen en regelmogelijkheden.[v] Regelmogelijkheden omvatten de controle over het werk. Dit komt neer op zeggenschap (autonomie) van de werknemer over het uitvoeren van het werk en over het vakmanschap dat vereist is. Met deze autonomie en vakmanschap kan de werknemer hoge taakeisen aan. Bovendien bevordert deze combinatie het leren in het werk. De combinatie van hoge taakeisen en weinig controle is een stress risico dat kan leiden tot werkdruk.

De ontwerptheorie van organisaties legt een koppeling tussen de productieorganisatie en de besturingsstructuur als aanvulling op de hierboven genoemde balans. In een functioneel ingerichte organisatie ontstaan allerlei afstemmingsproblemen die door direct betrokkenen niet of heel moeilijk kunnen oplossen. In een functionele organisatie bestaat een duidelijk hiërarchie, die goed te zien is in het organogram, dat de vorm heeft van een harkje. Er wordt ook wel gesproken over silo’s in de organisatie, die naast elkaar bestaan en waarbij elke silo een bepaald deel van het werk uitvoert. De onderlinge samenwerking en communicatie verloopt vaak stroef. Niet zelden is de klacht van werknemers dat zijzelf hun stinkende best doen, maar dat het fout gaat door de collega’s van een andere afdeling.

In een stroomsgewijze organisatiestructuur wordt het probleem van de afstemming opgelost. De organisatie is ingericht rond de klant of het product en er is sprake van een intensieve samenwerking van alle partijen. Regelmogelijkheden bestaan dan uit controle over het werk, werkoverleg en overleg met andere afdelingen.

Figuur 1 laat zien wanneer er sprake is van een goede balans in het werk en wanneer dat niet het geval is. Goed werk bestaat uit hoge taakeisen en veel regelmogelijkheden. Werk dat bestaat uit hoge taakeisen en weinig regelmogelijkheden, levert een stressrisico op.

 

Figuur 1: Balansmodel taakeisen versus regelmogelijkheden

Weinig regelmogelijkheden Veel regelmogelijkheden
Hoge taakeisen stressrisico Goed werk met leermogelijkheden
Lage taakeisen Geen leermogelijkheden Saai werk

Bron: Frank Pot. Vakbond en goed werk.

Het leren in het werk is pas mogelijk als werk bestaat uit verschillende soorten werkzaamheden, zodat een beroep wordt gedaan op uiteenlopende kennis en vaardigheden van medewerkers. Figuur 2 geeft weer om welke werkzaamheden het gaat.

Figuur 2: Volledige functie

Bron: Frank Pot. Vakbond en goed werk

Bij voorbereidende taken gaat het om taken die de werknemer uitvoert voordat hij kan starten met het werk, zoals zorgen voor gegevens, keuze van software waarmee wordt gewerkt, maken van een werkplan. Ondersteunende taken zorgen ervoor dat de uitvoerende taken ongestoord kunnen plaatsvinden. Denk aan kwaliteitscontrole, onderhoud. Bij organiserende taken gaat het om de mogelijkheid om met andere te overleggen over het werk. Uitvoerende taken bestaan tenslotte uit een mix van simpele en complexe taken. Dus niet alleen om werkzaamheden die bekend zijn, maar die ook bestaan uit nieuwe werkzaamheden die tot dan toe onbekend waren.
Het beoordelen van de arbeidsinhoud kan aan de hand van de volgende criteria:[vi]

  • de functie bestaat uit voorbereidende, uitvoerende en ondersteunende taken om te voorkomen dat functies zijn gebaseerd op een verdergaande arbeidsdeling;
  • de functie kent organiserende taken (werkoverleg en overleg met andere afdelingen);
  • in de functie bestaat een evenwichtige verdeling van makkelijke en moeilijke taken;
  • de functie kent autonomie ten aanzien van werktempo, werkvolgorde en werkwijze;
  • de werkzaamheden zijn niet kort-cyclisch of tempo-gebonden ;
  • het is makkelijk om de hulp van collega’s en leidinggevende in te roepen;
  • er bestaat voldoende en tijdig informatie en terugkoppeling over het werk;
  • werknemers hebben inzicht in (eventueel) gebruikte algoritmen, die een effect hebben op de werknemer. Denk aan prestaties, inzet en productiviteit. Factoren die gedrag sturen.

Conclusie

De bouw gaat een periode van grote veranderingen tegemoet door verschillende innovatieve ontwikkelingen. Bij deze innovaties ligt het accent doorgaans op technologische vernieuwingen. Het pleidooi is om deze innovatieve vernieuwingen gelijk te laten lopen met innovatieve organisatievormen en met vernieuwingen in het werk. Bij het laatste gaat het om het herontwerp van functies die kwalitatief goed en interessant zijn. Werk dat werknemers uitdaagt te blijven leren en om zich te blijven ontwikkelen.

Bronnen

[i] https://www.katerra.com/[ii] Martijn Arets. De platformeconomie. Boom: Management impact 2020[iii] Henk Volberda. De toekomst van de bouw gaat er heel anders uitzien. Itannex 2020[iv] George Evers en Jeroen Pepers. De dynamische gemeente. Den Haag: Sdu 2014[v] Frank Pot. Vakbond en goed werk. In: Rosa Kösters, Wim Eshuis. De vakbond en de werkvloer, op zoek naar nieuwe relaties. Amsterdam: De Burcht aug 2020[vi] Position paper FNV ten behoeve van het rondetafelgesprek van de Tijdelijke commissie Digitale toekomst in de Tweede Kamer op 2 maart 2020


Vertrouwen en samenwerking zijn succesfactoren voor verduurzaming

Gerben Hofmeijer was één van de genomineerden voor Young Talent Award van Cobouw. De prijs ging naar een andere genomineerde, maar het verhaal dat Gerben vertelt is interessant en reden om met hem in gesprek te gaan. Hij studeerde bouwkunde en deed een master Construction Management and Engineering in Delft. Al snel raakte Gerben ervan overtuigd dat de grote opgaven waarvoor we als maatschappij staan, zoals klimaatverandering, vragen om een radicaal andere aanpak. Deze aanpak brengt hij in de praktijk bij zijn huidige werkgever AT Osborne, die hij binnenkort verruilt voor het bedrijf Rebel Group. Dit bedrijf wil maatschappelijk impact hebben door samenwerking te organiseren op basis van vertrouwen.

De UTA consulenten Ernst van den Berg en George Evers spraken met Gerben over zijn visie.

Vertrouwen

Het woord vertrouwen staat centraal in het denken van Gerben. Hij adviseert overheden bij hun aanbestedingen en bouworganisatie. Waarbij het hem opviel dat het bij deze processen regelmatig ging om het beperken van de risico’s voor de opdrachtgever. Ook zag hij dat de aanbesteders zich vaak in hun keuzen laten leiden door de laagste prijs. Negatieve ervaringen met aanbestedingen uit het verleden bepaalden voor een groot deel het gedrag van de aanbesteders. Het gevolg hiervan is dat er sprake is van wantrouwen tussen de partijen en waarbij alle denkbare risico’s die zich kunnen voordoen zoveel mogelijk worden uitgesloten in contracten. Niet voor niets zijn het juristen die een belangrijke rol spelen bij aanbestedingen. Volgens Gerben komt het vaak voor dat zij de aanbestedingsregels veel strikter hanteren dan nodig is, met als gevolg dat de handelingsvrijheid voor de projectleden erg beperkt is.

Op welke wijze wil je invulling geven aan samenwerkingen en hoe bereik je dat partijen elkaar vertrouwen?

‘De werkwijze, waarbij alle risico’s vooraf worden afgedekt, staat ons in de weg als we kijken naar de maatschappelijke opgaven die we moeten oplossen. Neem de klimaatverandering. We weten dat we daar hard aan moeten werken om onze wereld leefbaar te houden. Het is een zoektocht naar wat we moeten doen. We weten wel wat we willen bereiken, maar er zijn vele manieren om daar te komen. Bij deze zoektocht is het belangrijk dat partijen met elkaar samenwerken. En samenwerken betekent dat partijen elkaar vertrouwen en accepteren dat zij risico’s én successen met elkaar delen.

Ik sta dus voor een aanpak die is gebaseerd op co-creatie. Bij co-creatie is er veel aandacht voor de wijze van samenwerken, het delen van kennis en inzichten. Partijen zijn voortdurend met elkaar in gesprek over de voortgang en de uitvoering van het project. En niet onbelangrijk, alle partijen werken al zeer vroeg in het project samen, zodat iedereen in staat is kennis en expertise in te brengen. Daarmee committeren partijen zich aan het project en is de kans op succes het grootst. Mijn missie is het om dit proces tussen samenwerkende partijen te faciliteren.’

Je stelt vast dat samenwerking centraal moet staan. Hoe ben je tot dit inzicht gekomen en wat zijn hiervoor succesfactoren?

‘Ik heb dat opgedaan door praktijkervaring en me vooral de vraag te stellen waarom het bij veel processen zo moeizaam ging. Ik ben me gaan verdiepen in wat mensen drijft en wat hun motivatie is. Ik heb daar veel over gelezen en dat was behulpzaam. Het gaat bij samenwerking vooral om de vraag of de mensen die het samen moeten doen een klik hebben, elkaar vertrouwen en gezamenlijk aan een project willen werken. Op basis van gelijkwaardigheid.

Ik maak graag de vergelijking met de wijze waarop we het werk in veel organisaties hebben geregeld, met als het extreme voorbeeld de lopende band. De werknemer is niet meer dan een uitvoerder van opdrachten die door iemand anders zijn bedacht. De invloed van deze werknemer op het werk is heel gering en de verantwoordelijk is klein. Dat leidt ertoe dat een medewerker niet betrokken is en geen eigenaarschap voelt. Waarom zou hij ook?’

Zie jij daarnaast andere manieren van organiseren?

‘Die zijn er zeker. Denk aan de zelfsturing, waarbij een team de rollen onderling heeft verdeeld en door samenwerking het project tot een succes wil maken. Zo organiseer je samenwerking, betrokkenheid en eigenaarschap. De nadruk ligt op kennisdelen en de wil om samen te werken. En natuurlijk zal er veel discussie nodig zijn om tot een gemeenschappelijk aanpak te komen. Dat is de reden dat ik bij de start van een project begin met een ambitiesessie die bedoeld is met iedereen de doelen van het project te bepalen.’

Wij horen vaak dat de bouw te weinig innoveert. Hoe zie jij dat en kun je aangeven wat volgens jou de rol van de opdrachtgevers is?

‘Opdrachtgevers zijn belangrijk bij het innovatieproces in de bouw. Dit zijn vaak overheden. Zij moeten innovaties veel beter faciliteren in de opdrachtverlening dan nu het geval is. Ook hier geldt dat niet alleen de prijs maatgevend moet zijn voor de opdracht, maar dat er ruimte is om te experimenteren met innovatieve aanpakken. Net zoals in het bedrijfsleven kun je denken aan een launching customer, met wie het bedrijf een project in co-creatie ontwikkelt en uitvoert. Ze leren allebei van de aanpak en daarna vindt opschaling plaats.

Zeker op het terrein van klimaatverandering zie ik dat er veel winst valt te behalen, omdat de vraagstukken die om een oplossing vragen, op veel plekken spelen. Ik zie steeds meer dat er opdrachtgevers zijn die deze rol op zich nemen. Als deze ontwikkeling doorzet, dan verwacht ik dat we in staat zijn om de opgaven waarvoor we staan, aan te pakken.’


Start cao-onderhandelingen later

De huidige cao loopt aan het eind van het jaar af. Normalerwijs starten ruim van tevoren de onderhandelingen voor een nieuwe cao. Uiteraard wilden we dat ook deze keer, maar helaas hebben werkgevers aan de rem getrokken. Ze willen eerst een beter beeld hebben van wat stikstof, PFAS en corona met de sector doen. In december vindt er met werkgevers een ‘verkennend gesprek’ plaats over hoe de sector ervoor staat. Hierbij betrekken we ook graag jouw beeld van de bouw.

Naar verwachting starten de cao onderhandelingen nu in de tweede week van januari. Dan worden ook de voorstellen uitgewisseld. Onlangs hebben we hiervoor input opgehaald via de cao enquête. We gaan de resultaten bespreken met de cao adviescommissie. Dit is een commissie die bestaat uit leden die werken onder de cao. We bepalen samen hoe de voorstellenbrief eruit gaat zien en praten regelmatig met elkaar tijdens de onderhandelingen. Natuurlijk brengen we jou ook op de hoogte van de resultaten van de enquête. Deze delen we zo snel mogelijk met je!


Oproep: wat is jouw beeld van de sector?

Half januari starten naar verwachting de onderhandelingen voor de cao Bouw&Infra 2021. Voorafgaand voeren we met werkgevers op 10 december een ‘verkennend gesprek’. Daarbij kijken we ook hoe de bouw er voor staat. Uiteraard bestuderen we allerlei onderzoeken en publicaties, maar we willen ook graag jouw beeld erbij betrekken. Papier is tenslotte geduldig.

  • Hoe gaat het bij jou in het bedrijf?
    Is er op het moment voldoende werk?
  • En als je naar de toekomst kijkt, zijn de verwachtingen dan goed of slecht, of eerder stabiel te noemen?
  • Heb je het rustig, druk of veel te druk?
    Zijn er voldoende collega’s om het werk te doen?
  • Worden er nog winsten geboekt of is aan alles binnen het bedrijf te merken dat het financieel moeilijk gaat?

Zomaar wat vragen waar we je graag over horen. Ook als je het niet weet, of je weet maar iets te melden over een paar vragen, dan horen we dat graag. Dat mag in een paar zinnen of in een heel boek. Heb je liever dat we je hierover bellen, mail dan je telefoonnummer.

De keuze is aan jou. Je reactie wordt altijd op prijs gesteld!

(Onderstaande informatie wordt niet gepubliceerd en wordt niet met derden gedeeld. Je kunt ons ook bereiken via uta@fnv.nl)

 


BIM jaagt organisatieontwikkeling aan

Bent u ook benieuwd naar welke veranderingen BIM met zich meebrengt? FNV|UTA denkt dat innovatieve ontwikkelingen zoals BIM, de organisatie en het werk ingrijpend verandert. Daarom zoeken we BIM experts en HR-adviseurs om met FNV|UTA mee te denken over innovatie en organisatieontwikkeling. Zo blijft werk in de bouw interessant en uitdagend en zijn organisatie en personeel toekomstbestendig.

Nieuwsgierig geworden? Klik hier voor meer informatie.


Werkgroep Impact BIM op werk

FNV|UTA start een werkgroep die zich bezighoudt met de vraag welke veranderingen in het werk en de organisatie gaan optreden door de invoering van BIM en data gestuurd bouwen. De bouw is volop aan het innoveren. Dit was ook één van de redenen om aansluiting te zoeken met het BIMregister. Naast BIM gaat het om het gebruik van drones, de inzet van AI, robots, gaming, het gebruik van Internet of Things etc. Daarnaast zien we op de kantoren de nodige automatiseringsontwikkelingen, die zorgen voor het stroomlijnen van administratieve handelingen. We vatten al deze ontwikkelingen onder de noemer digitalisering. Het gaat om de informatisering van het hele bouwproces: van ontwerp, uitvoering, onderhoud en hergebruik.

FNV|UTA verwacht dat er door digitalisering veel veranderingen zullen zijn voor de manier waarop een organisatie is ingericht en voor het werk dat werknemers doen. De inhoud van functies verandert, sommige functies verdwijnen en er ontstaan nieuwe functies. Dit veranderingsproces vraagt om nieuwe kennis en vaardigheden van werknemers. Bijblijven in je vak en je voortdurend blijven ontwikkelen is belangrijk. Dat maakt werken in de bouw uitdagend en boeiend.

Vragen

FNV|UTA wil met enkele mensen uit de bouw inventariseren welke veranderingen in het werk en de organisatie optreden, zowel op de korte als de lange termijn. Enkele vragen die aan de orde komen zijn:

  • Welke visie heeft het bedrijf op de toekomst en welke plaats heeft digitalisering daarin? Is daarbij aandacht voor het verbeteren van de kwaliteit van diensten, waarde creatie, maar ook aandacht voor de positie van medewerkers bij de transformatie?
  • Hoe past BIM in deze visie? Op welke wijze?
  • Welke veranderingen in het werk ontstaan en met name door de invoering van BIM? Is duidelijk om welke functies het gaat? En valt er een duiding te geven van de veranderingen?
  • Verandert de inrichting van de organisatie en op welke wijze? Denk aan anders organiseren, stijl van leidinggeven, meer samenwerking, meer autonomie van werknemers.
  • Hoe verloopt het implementatieproces? Werkt het bedrijf met een living lab, een plek om te experimenteren met innovaties?
  • Welke beleid heeft het bedrijf om ervoor te zorgen dat werknemers mee gaan in de verandering? Denk aan opleidings- en scholingsbeleid.
  • Welke partijen zijn bij de veranderingen betrokken en welke rol hebben zij? Denk externe partijen, maar ook aan HR en de OR.
  • Op welke manier zijn medewerkers betrokken bij de veranderingen?
Wie nodigen we uit

De werkgroep bestaat uit vakspecialisten uit de bouw. Zij hebben inzichten in de nieuwste ontwikkelingen rond BIM en data gestuurd bouwen. We zijn op zoek naar alle BIM gerelateerde functies. Uitvoerders en projectleiders hebben in de meeste gevallen (technische) ervaring met BIM, en spelen vooral een nadrukkelijke rol tussen de bouwplaats en kantoor. Wij zien er het belang van in om uit deze groep enkele personen mee te laten draaien in de werkgroep.

Buiten de kring van BIM deskundigen nodigen we HR-experts uit vanuit de gedachte dat zij kennis hebben rond organisatieverandering en -ontwikkeling. Tenslotte denken we aan een OR-lid die vanuit de medezeggenschap betrokken is bij BIM ontwikkelingen.

We vragen van de deelnemers om hun kennis en inzichten met de werkgroep en ons te delen. Deelnemers krijgen met hun deelname inzicht het organisatieontwikkelingsproces die samenhangen innovaties. Uit onderzoek is bekend dat innovatie en organisatieontwikkeling onlosmakelijk bij elkaar horen.[1]

Wat doen we met de kennis

Met deze kennis kunnen we laten zien welke veranderingen optreden, wie in het veranderingsproces welke rol vervult en wat nodig is om deze veranderingen goed te laten verlopen. Deze kennis gebruiken voor het maken van publicaties over datagedreven bouwen. Daarnaast is het organiseren van een webinar een goede mogelijkheid om kennis te delen.

Praktische zaken

Het aantal deelnemers is maximaal 8. De bijeenkomsten houden we digitaal met een frequentie van zes keer per jaar. Een bijeenkomst duurt maximaal 1 uur.

Contact en aanmelding

Contactpersonen zijn Ernst van den Berg (tel. 06 18 98 66 92) en George Evers (tel. 06 58 87 30 03) van FNV|UTA. Zij zijn bereikbaar via UTA@fnv.nl. Via dit mailadres kunt u zich ook aanmelden.


Enquête cao Bouw en Infra (video)

De voorbereidingen voor de onderhandeling voor de nieuwe cao Bouw en Infra zijn in volle gang. En we kunnen jouw input goed gebruiken! Wil jij meedenken over jouw cao? Vul de enquête hier in.

Cao-voorstellen

De cao loopt eind dit jaar af en wij bereiden ons voor op nieuwe onderhandelingen. Tijdens de vorige cao-onderhandelingen heeft corona ons allemaal overvallen. Belangrijke voorstellen konden daardoor niet worden behandeld en zijn blijven staan voor de volgende cao ronde. Dat is nu. FNV|UTA wil dat ook UTA werknemers gebruik kunnen maken van de regeling eerder stoppen met werken en we willen de werkdruk via allerlei voorstellen verlagen. Benieuwd naar alle voorstellen? Bekijk ze hier.


FNV|UTA werkt samen met het BIMregister

Vakbond FNV ziet de bouw veranderen. Het aandeel UTA-functies in de bouw is fors toegenomen.  Speciaal voor deze medewerkers is FNV|UTA opgericht die zich richt op de ondersteuning van deze bouwmedewerkers. UTA consulenten Ernst van den Berg en George Evers leggen uit wat FNV voor jou kan betekenen en waarom FNV|UTA de samenwerking met het BIMregister is aangegaan.

De bouw verandert

FNV Bouwen & Wonen ziet dat van de 110.000 bouwplaats medewerkers voor wie zij een cao afsluit al bijna 45 procent niet meer werkt op de bouwplaats. UTA medewerkers (uitvoerend, technische en administratief) werken voor een groot deel op het kantoor van een bouwonderneming, anderen werken op de bouwplaats.

“Speciaal voor deze medewerkers is FNV|UTA opgericht,” legt consulent Ernst van den Berg uit. “Het is een groeiende groep vaak hoger opgeleid personeel die misschien niet lichamelijk zwaarbelast werk doen, zoals de traditionele bouwplaats medewerker, maar die wel een mentale belasting ervaren en soms onder zware druk staan. Voor hen hebben we met FNV|UTA een aantal diensten in het leven geroepen om hen bij het werk te ondersteunen.”

“Het Economisch Instituut voor de Bouw gaf al enige jaren geleden aan hoe de bouw verandert”, licht George toe. “Denk aan digitalisering van het bouwproces, zoals BIM, waardoor informatie een cruciale rol speelt bij het ontwerp, de uitvoering, het onderhoud en het hergebruik. Alle functies, zowel op kantoor als op de bouwplaats, krijgen hiermee te maken. Dit betekent dat de inhoud van functies verandert, dat functies verdwijnen en er nieuwe ontstaan.

Met onze kennis willen we medewerkers meenemen in het digitaliseringsproces en de mogelijkheden, om zo ook tot het pensioen inzetbaar blijven in de bouw. De vaardigheden die daarbij horen, willen we met de werknemers bespreken en ondersteunen met FNV|UTA diensten. Zo krijg je werknemers die goed zijn opgeleid voor de ontwikkelingen in de bouw.”

“Daarom heeft FNV|UTA zich aangesloten bij het BIMregister waar we kennis kunnen opdoen en delen over de functies en competenties die horen bij het BIM gestuurd bouwen. We volgen diverse sessies in het BIM-huis en bezoeken regelmatig projecten waar BIM een belangrijke rol speelt,” voegt Ernst toe.

FNV|UTA als partner

Ernst: “Vakbonden nemen van oudsher een afwachtende houding aan bij de automatisering en robotisering. FNV|UTA ziet juist kansen en mogelijkheden bij digitalisering in de bouw. Het biedt veel mogelijkheden om het werk interessant te maken en te verbeteren. Dat gaat natuurlijk niet vanzelf. We willen actief meedenken en -praten over de manier waarop digitalisering kan bijdragen aan de kwaliteit van werk. Dat betekent dat we moeten weten wat de ontwikkelingen zijn zodat we vanuit een werknemersperspectief laten zien hoe de veranderingen eruitzien. Wij zijn ervan overtuigd dat BIM fantastische kansen biedt voor nieuwe functies, die het aantal jongeren en vrouwen in de bouw kan vergroten.”

George: “FNV|UTA heeft de ambitie om een meedenkende partner te zijn bij deze veranderingen, waarbij we vooral de sociale aspecten van de nieuwe bouwfuncties laten zien. Vragen die we stellen zijn: Blijft het werk interessant en uitdagend? Hoe leid je personeel op en hoe houd je de werkdruk binnen de perken? Want ook hier ligt een burn-out op de loer. We hebben een voorstel gemaakt om bij bouwbedrijven pilots te starten waarin we kijken naar de manier waarop de organisatie en het werk zijn ingericht. Op deze manier zoeken we naar oplossingen die de bron van werkdruk wegneemt. We delen de opgedane kennis door deze te publiceren op onze website.”

Jongeren in de bouw

Het team van vijf UTA consulenten en vakbondsbestuurder Bernet van Leeuwen tonen op de website Kan ik de activiteiten en het aanbod. “Kan ik verder komen met FNV|UTA”? is de vraag die gesteld wordt en waarop natuurlijk direct het antwoordt wordt gegeven. Ernst: “Ja! We bieden de traditionele ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld juridische bijstand en pensioenen. Daarnaast zijn we er voor het geven van ondersteunende cursussen en specifieke UTA zaken. De cursussen zijn er voor persoonlijke en professionele ontwikkeling.”

Ernst: “We richten ons uitdrukkelijk op de nieuwe instroom van jongeren in de bouw. Zij zijn hoger opgeleid en dus bezoeken we off- en online regelmatig hogescholen en universiteiten. Het aanbod is daarmee anders dan voorheen. En de manier van ontsluiten van onze kennis en het opbouwen van een sociaal netwerk is anders. We zijn te vinden via onze instagram en op persoonlijke LinkedIn profielen. Op ons actieve instagram account building.thefuture bereiken we tal van jongeren die op hun eigen manier kijken naar de bouw.”

 

Dit artikel verscheen eerder op de website van BIMregister (www.bimregister.nl). Deze versie is bewerkt.