Samenvatting Webinars UTA-knelpuntenonderzoek

Afgelopen donderdag 24 november en 1 december vonden de webinars rondom UTA-knelpunten plaats. We spraken met de deelnemende UTA’ers over onder andere overuren, vierdaagse werkweek, waardering, en werkdruk.

De nieuwe cao Bouw&Infra gaat in januari 2023 in. In deze cao is afgesproken dat de knelpunten onder UTA-medewerkers onderzocht worden. Dit onderzoek gaat in januari van start. Tijdens de webinars hebben wij informatie over verschillende onderwerpen opgehaald. Deze input gebruiken wij om de juiste vragen aan je te stellen tijdens het onderzoek.

In deze samenvatting lees je over welke knelpunten we het met jullie hebben gehad en hoe mede UTA’ers denken over deze onderwerpen.

Werkdruk

Het moge inmiddels iedereen duidelijk zijn dat de werkdruk hoog ligt onder de UTA-medewerkers. Tijdsdruk door te krappe planningen en een te kort aan gekwalificeerd personeel zijn de voornaamste redenen die genoemd worden. Daarnaast heerst er een groot verantwoordelijkheidsgevoel, waardoor het werk nooit af is, en je nooit echt vrij bent. Werkdruk is hoogstwaarschijnlijk het grootste probleempunt bij UTA.

Vierdaagse werkweek

Wij vroegen de deelnemers of zij een vierdaagse werkweek zou willen. Het overgrote deel wil dit wel, maar heeft zo zijn bedenkingen. Een vierdaagse werkweek moet dan ook daadwerkelijk betekenen dat er maar vier dagen gewerkte wordt, en niet dat er vijf dagen in vier gepropt worden. Om dit te bewerkstelligen zijn er meer handjes nodig.

Vakantie en vrije dagen

Een groot deel van de vakantiedagen wordt collectief vastgesteld. Dit gebeurt in de zomer, maar ook in de kerstperiode. De voorkeur is om meer flexibel met de vakantiedagen om te kunnen gaan. De  UTA’ers die we spraken ervaren de dagen voor een vakantie veel stress om alle werkzaamheden af te krijgen. De vakanties zijn ook echt nodig om het werk even helemaal los te kunnen laten.

Zwaarwerkregeling

Het werk van een UTA’er is fysiek, maar ook vooral mentaal erg zwaar. Over het algemeen is de verwachting dat UTA’er niet fit de AOW-leeftijd zal kunnen bereiken. Dit kan natuurlijk niet. Wij vroegen de deelnemers naar mogelijke oplossingen hiervoor. Een terechte vraag vanuit de webinar over dit onderwerp was of uitvoeders en technische beroepen niet onder de bouwregeling zouden moeten vallen. Andere ideeën zijn om het aantal dienstjaren binnen de bouw te laten tellen.

Thuiswerken

Zoveel mensen, zoveel meningen. De deelnemers aan dit webinar waren erg verdeeld. Er zijn werkgevers waar men veel werkzaamheden vanuit huis kan doen. De werkgever betaalt hiervoor een vergoeding en/of zorgt voor een geschikte thuiswerkplek. Door enkelen wordt thuiswerken als een ‘extraatje’ gezien, een bijkomend voordeel. Over het algemeen vinden de deelnemers dat thuiswerken niet goed is voor de saamhorigheid binnen het bedrijf. Ook wordt er gezegd dat de werkdruk door het thuiswerken nóg meer zal toenemen, doordat de scheiding tussen werk en privé komt te vervallen.

Werk- en overuren

Over het algemeen hebben alle deelnemers veertig contracturen in de week. Opvallend was dat de UTA’er die we spraken tot wel 10 overuren per week maken. Volgens de cao Bouw & Infra is het niet toegestaan om de UTA-medewerker structureel te laten overwerken. Op de vraag wat er gebeurt met de overuren wordt verschillend gereageerd. Soms krijgen UTA’ers tijd voor tijd, maar dan moeten ze wel zelf de uren registreren. Bij anderen wordt een verzoek tot uitbetaling alleen gehonoreerd als er vooraf is aangegeven dat er overuren gemaakt gaan worden.

Wat is er nodig om niet structureel over te moeten werken? Wij stelden de vraag wat er nodig is om niet structureel over te werken. Iedereen was het ermee eens dat er meer personeel moet komen, maar we waren ook op zoek naar andere oplossingen, zoals het werk aantrekkelijker maken voor jongeren, en het werk op te splitsen en te verdelen over meerdere collega’s waardoor ook de werkdruk verveeld wordt.

Waardering

Het blijkt dat de ene UTA’er zich meer gewaardeerd voelt door de werkgever dan de ander. Degenen die zich niet gewaardeerd voelen, hebben niet het idee dat er ruimte is voor complimenten. Er is een hoop stress binnen het bedrijf door het personeelstekort, waardoor waardering niet uitgesproken wordt. Het gaat alleen over het werk en er is weinig aandacht voor de persoon.
Er waren ook UTA’ers die zich wel gewaardeerd voelen. Vrijheid, het niet maken van overuren, en betaalde lunches met alle collega’s op vrijdag zijn factoren die aan dit gevoel bijdragen. Hieruit blijkt het uiten waardering niet per se ligt in salaris, maar in persoonlijke aandacht en autonomie.

Hoe nu verder?

We gaan alle informatie bundelen en daarmee zorgen dat de juiste vragen in het onderzoek komen. We houden jullie op de hoogte via de Nieuwsflits, waar jullie ook de link naar het onderzoek in januari 2023 ontvangen.

Het belooft een lang proces te worden om de werkproblematiek van UTA’ers aan te pakken. Daarom hebben we een kerngroep gevormd die samen met ons ervoor zorgt dat dit onderzoek en de uitkomsten ervan prioriteit behouden. Als jij ook tot deze kerngroep wil behoren (of je aan wil melden voor het UTA-panel) kun je dit doen door op deze link te klikken.

We bedanken alle deelnemers voor hun input! Heb je ook iets te melden over deze onderwerpen? Of zijn er hele andere zaken waar FNV|UTA aandacht aan moet besteden? Neem dan contact met ons op via uta@fnv.nl .


Week van de werkstress

Van 14 tot en met 18 november is het de Week van de Werkstress. Werkstress resulteert in slapeloosheid, burn-out, een te hoge bloeddruk en hartklachten. 1 op de 3 werknemers meldt zich ziek door werkdruk-/werkstressgerelateerde klachten. Dat maakt werkstress beroepsziekte nummer 1.

1,3 miljoen mensen in Nederland hebben last van burn-outklachten. Dit is 17 procent van alle Nederlanders! Uit onderzoek van TNO blijkt dat 42 procent van alle werknemers vindt dat er maatregelen nodig zijn tegen werkstress. Bekijk hier de Factsheet Werkstress van TNO.

Doe de test

Te hoge werkdruk is vaak een kwestie van structureel te veel werk en te weinig tijd. Maar er zijn veel meer factoren die bij kunnen dragen aan werkdruk en werkstress. Structureel te hoge werkdruk leidt tot fysieke en mentale problemen. Het is belangrijk om alert te zijn op de symptomen, en om hulp te vragen wanneer je dit nodig hebt! FNV heeft de Sneltest Werkdruk ontwikkeld, waarmee je inzicht krijgt in jouw werksituatie, en geeft wanneer nodig een persoonlijk advies.

Wat te doen?

Heb jij structureel last van werkdruk en/of werkstress? Dit zijn enkele voorbeelden van wat jij en je werkgever zouden kunnen doen:

  • Ga in gesprek met je werkgever
    Wanneer je een hoge werkdruk ervaart is het van belang om hierover op tijd in gesprek te gaan. Maar een afspraak met je werkgever en bedenk van te voren wat je met het gesprek wilt bereiken. Je werkgever is bij wet verplicht om problemen met werkdruk op te lossen, en wil dat waarschijnlijk ook graag! Als jij je werk niet af krijgt of ziek wordt, heeft je werkgever namelijk ook een probleem. Daarom is het raadzaam om samen een oplossing te bedenken die voor jullie allebei, maar met name voor jou, werkt. Het gaat immers om jouw gezondheid.
  • Pak samen met je collega's de werkdruk aan
    Samen sta je sterker. Vraag aan je collega's of zij ook een te hoge werkdruk ervaren,
  • Zorg voor genoeg pauze en beweging
    Doe je zitten werk, zorg dan ook voor voldoende 'beweegpauzes'. Ga bij een telefoontje bijvoorbeeld een stukje lopen. Of maak een wandeling tijdens je lunchpauze. De fysieke en mentale effecten van werkstress verminderen door beweging. Het belangrijkste is om tijdens je pauze je werk even helemaal los te laten. Dit kan door over niet-werkgerelateerde dingen te praten met je collega's, door even een rondje te lopen, of iets voor jezelf te doen. Zo reset je je hersenen en kun je na je pauze weer aan de slag.

Werk-privébalans

Of je nog steeds vanuit huis werkt of niet, sinds corona is de werkdruk in de bouwsector een heel stuk hoger geworden. Dit komt misschien door reorganisaties, dat je minder collega's hebt om dezelfde hoeveelheid werk te doen, of omdat je woonkamer nu ook je werkruimte is. Het kan daarom moeilijk zijn om je werk los te laten, ook als je werktijd voorbij is. Hieronder vind je wat tips om werk en privé beter gescheiden te houden:

  • Vergeet niet om te stoppen met werken. Dat lijkt een open deur, maar op je werk zijn vertrekkende collega’s een mentaal signaal dat het tijd is om naar huis te gaan. Werk je thuis, zet dan bijvoorbeeld een wekker zodat je precies weet wanneer het tijd is om te stoppen.
  • Houd je werktijden in de gaten, en kom voor jezelf op als je te vaak, te lang moet doorwerken.
  • Ga na je werkdag even naar buiten, of doe iets waardoor je ontspant. Zo sluit je mentaal de werkdag af.
  • Eet in een andere ruimte dan waar je werkt. Zo voorkom je dat je in je vrije tijd met je werk bezig bent als je zit te eten.

bouwvrijstelling stikstof

Grote gevolgen voor bouwsector na opheffing bouwvrijstelling

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 2 november geconcludeerd dat de bouwvrijstelling voor stikstofdepositie niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De vrijstelling mag daarom niet langer gebruikt worden voor bouwprojecten.

De Wet natuurbescherming bevatte sinds 1 juli 2021 de bouwvrijstelling. De bouw was hierdoor uitgezonderd van de stikstofregels. In de praktijk betekende dit dat bij de vergunningverlening van een project geen rekening hoefde te worden gehouden met de stikstofuitstoot van bepaalde bouwactiviteiten. Volgens de wetgever zou het complete pakket aan maatregelen ervoor zorgen dat de natuur dusdanig verbeterde, dat de stikstofgevolgen van bouwactiviteiten zouden wegvallen. De effecten van tijdelijke stikstofuitstoot op de natuur waren daardoor niet van belang, zolang een gebouw na de bouw geen stikstof meer uitstootte.

Streep door de bouwvrijstelling

De bouwsector heeft hier een jaar lang gebruik van kunnen maken, maar de Raad van State heeft op 2 november geconcludeerd dat de bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Er mag namelijk alleen toestemming voor een project worden gegeven als zeker is dat de individuele beschermde natuurgebieden geen schade oplopen. Hierin volgt de Raad van State eerdere rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. De stikstof die bij bouwprojecten vrijkomt, kan daarom niet langer buiten beschouwing gelaten worden.

Gevolgen

Dit betekent echter niet dat er sprake is van een algehele bouwstop.  Er moet nu weer vooraf bekeken worden hoeveel stikstof bij elk bouwproject vrijkomt en wat daarvan de gevolgen zijn. Voor de bouwsector betekent dat nieuwe bouwprojecten veel vertraging zullen oplopen. Dergelijke berekeningen maken kost veel tijd en er is een tekort aan deskundigen die dit soort rapportages kunnen opstellen.

De uitspraak van het college heeft geen gevolgen voor projecten waarvoor al een definitieve vergunning is verleend. Voor vergunningen waartegen nog bewaar kan worden gemaakt, kan de uitspraak wel nadelig uitpakken. Voor nieuwe vergunningaanvragen geldt dat door berekeningen moet worden aangetoond dat de uitstoot binnen de regels valt. Ook kan er nog steeds toestemming worden gegeven voor projecten van groot openbaar belang als er geen andere alternatieven zijn en de natuurschade gecompenseerd wordt.

Werken aan oplossingen

“De gevolgen voor de bouw zijn verstrekkend’, aldus Bouwend Nederland voorzitter Maxime Verhagen tegen BouwTotaal. “Het kabinet zal als de bliksem piekbelasters moeten uitkopen om zo stikstofruimte vrij te maken voor natuur, bouw en nieuwe economische ontwikkelingen. Het kabinet kan het zichzelf niet veroorloven op de handen te blijven zitten. Actie is nu nodig. Dit duurt al drieënhalf jaar. Dat is onacceptabel. Om grote vertragingen te voorkomen zullen er naast de versnelde uitkoop van piekbelasters, meer experts moeten komen die stikstofberekeningen kunnen maken. Ook zal emissieloos bouwen topprioriteit moeten worden.” Ook de AFNL en NOA delen deze mening: ‘Wij roepen het kabinet op mee te investeren met de bouw, afbouw en infrasector om emissieloos bouwen in sneller tempo te kunnen realiseren. Er wordt al veel gedaan door de sector zelf om emissieloos te kunnen bouwen, maar extra investeringen zullen hard nodig zijn om ook dit proces te kunnen versnellen.”

 


Tessa Meij: ‘Prefab heeft negatief imago’

De bouw heeft Tessa Meij altijd getrokken, omdat het een mooie combinatie van het inzetten van creativiteit en de technische mogelijkheden. "Overal om ons heen is het belang van de bouw te zien. Het is mooi om te mogen bijdragen aan deze gebouwde omgeving." FNV|UTA interviewde Tessa over de belangrijkste bevindingen uit haar afstudeeronderzoek.

Tessa Meij is afgestudeerd aan de Technische Universiteit Delft. Haar afstudeeronderzoek tijdens haar opleiding Management in the Built Environment ging over de mogelijkheden die industrialisatie van de woningmarkt biedt. Over dit onderwerp heeft ze veel kennis opgedaan tijdens haar periode bij Heijmans. De hoofdvraag van het onderzoek was: "Welke aanpassingen zijn nodig in het proces om de productie van industriële woningen op te schalen in Nederland?"

Onderzoek

Tessa meij
Tessa Meij

Tessa: "Na overleg met mijn begeleider prof. Peter Boelhouwer ben ik tot het onderwerp industrieel bouwen gekomen; een relevant onderwerp met de huidige forse bouwopgave. Tijdens mijn onderzoek heb ik verschillende partijen geïnterviewd en ben ik begeleid vanuit Heijmans. Ik heb voor Heijmans gekozen omdat zij één van de partijen zijn die stappen aan het zetten zijn rondom industrialisatie van de woningbouw. Maar ook andere partijen hebben bijgedragen aan mijn onderzoek." In haar scriptie wijst Tessa op het belang van kennisdeling in de sector en op de noodzaak van een cultuurverandering binnen de bouw. Dit jaar won Tessa een prijs die het Ministerie van BZK sinds 2017 uitreikt voor de meest originele en beleidsrelevante wetenschappelijke masterscriptie op het terrein van de woning- en vastgoedmarkt.

Negatief imago

Eén van de dingen die Tessa opviel voorafgaand aan haar onderzoek is dat er in Nederland een negatief imago heerst over prefab bouwen. De gedachte is namelijk al snel dat dit samengaat met grootschalige nieuwbouw met maar weinig variatie in architectuur. Daarbij heerst het beeld van de Vinex-wijken in Nederland. Dat is volgens Tessa niet terecht: "Er bestaat veel verwarring bestaat over de term industrieel bouwen. Velen denken dat we al industrieel bouwen door het gebruik van prefab materialen. Echter is Prefab al zeker 50 jaar de standaard, en gaat industrialisatie veel verder. Het off-site produceren van losse onderdelen is niet de enige innovatie die we nodig hebben voor industriële woningbouw. Industrieel bouwen gaat over de industrialisatie van het product en het proces. Dit betekent een fabrieksmatige aanpak (herhalen, automatiseren, robotiseren, voorwaardelijke omstandigheden) en innovatie in het product (gestandaardiseerde variatie, digitalisering)."

Visualisatie 'Verbandontwikkeling Industrieel Bouwen' uit het onderzoek van Tessa Meij.

"Om dit productieproces in gang te zetten, moeten bouwers investeren in de realisatie van een fabriek. Dit betekent een hoge eenmalige investering, die daarom alleen is weggelegd voor de grotere organisaties en pas rendabel wordt vanaf een minimale productie. De omvang van deze investering zorgt voor aarzeling bij bedrijven, want ze moeten toekomst zien in de markt om deze stap te durven maken. Een aantal bouwers hebben al een industrieel product ontwikkeld, maar zij lopen tegen het probleem dat het productieproces nog niet klaar is voor opschaling. In dit proces zijn nog verschillende andere actoren betrokken, zoals woningbouwcoöperaties, investeerders en publieke partijen. Tussen deze verschillende partijen is momenteel nog gebrek aan structurele samenwerking met verschillende belemmeringen om optimaal gebruik te maken van het productieproces." Aldus Tessa.

Versnippering

De bouw is erg versnipperd en er werken veel partijen, die allemaal gewend zijn op hun eigen manier te werken. Tessa: "Als je kijkt naar de informatiesystemen die worden gebruikt dan kun je vaststellen dat veel bedrijven hun eigen systemen hebben. Kennisdelen en samenwerken is dan lastig, want deze systemen communiceren niet altijd even makkelijk met elkaar. Misschien nog belangrijker dan dit technische deel is dat er in de bouwsector geen cultuur bestaat van kennisdelen en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor projecten."

In de bouw lopen de grote bedrijven voorop en is het voor kleinere bedrijven lastig om investeringen te doen die noodzakelijk zijn. "Ik kan me voorstellen dat grote bouwfabrieken, waarvan er nu enkele in aanbouw zijn, uiteindelijk producten gaan maken voor andere bouwbedrijven die niet over deze mogelijkheden beschikken," zegt Tessa. "Voorwaarde voor een goed functionerende fabriek is dat er voldoende vraag is naar huizen en dat de industriële productie van huizen op gang komt. Duidelijk is dat de overheid en corporaties hierbij een belangrijke rol spelen als opdrachtgever."

Betrokkenheid medewerkers

Volgens Tessa zijn medewerkers door de verschillende lagen nog te weinig betrokken bij de ontwikkelingen rondom industrieel bouwen. "Industrieel bouwen heeft impact op werkzaamheden van medewerkers, alle partijen zullen een nieuwe rol aannemen in het proces. Voor medewerkers van de bouwbedrijven kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het werken in een ploegdienst in de fabriek. Om een fabriek rendabel te laten draaien ligt een 24/7 productie voor de hand, echter in de bouw wordt normaliter niet met een ploegendienst gewerkt. Het bouwen in de fabriek heeft als voordeel dat werkzaamheden minder zwaar en veiliger zijn. Je kunt je wel afvragen wat het effect hiervan is op de kwaliteit van het werk. Zal dit werk nog wel uitdagend genoeg zijn voor medewerkers?"

Onderdeel van de industrialisatie van de bouw is de rol van digitalisering, die steeds belangrijker zal worden. Dit betekent dat data een steeds grotere rol gaat spelen in het bouwproces. Op basis van data wordt het mogelijk om de voorkeuren van klanten inzichtelijk te krijgen en op basis daarvan meer maatwerk te leveren. Deze veranderingen zullen volgens Tessa ook op de bouwplaats te zien zijn: "Over 10 jaar zal het werken op de industriële bouwplaats er heel anders uitzien dan op de huidige traditionele bouwplaats is mijn verwachting. Niet alleen in de manier van bouwen van traditioneel naar industrieel, maar ook het kunnen werken met digitale apparatuur.  Het is van belang om medewerkers mee te krijgen in deze slag naar digitalisering."

Toekomst

Industrialisatie zal in de aankomende jaren een steeds groetere rol gaan spelen in de bouw. De vraag naar woningen is de komende jaren groot en industrieel bouwen is één van de manieren waarmee er een die toekomstige vraag voldaan kan worden is de stellige opvatting van Tessa. "Dat vraagt om een forse investeringsslag in het industrieel bouwen, veel meer ketensamenwerking en het meenemen en investeren in de kennis van medewerkers bij deze ontwikkeling."

En de toekomst van Tessa? Na haar afstuderen is zij bij Heijmans Vastgoed aan de slag gegaan. Zij wil de komende jaren vooral inzicht krijgen in het verloop van het gehele bouwproces. Wie werkt er op welk moment in het proces en hoe verloopt de samenwerking? Over enige tijd heeft zij een eigen bouwproject waardoor ze aan den lijve kan ondervinden wat er nodig is om het bouwproces goed te laten verlopen.

Je kunt de scriptie van Tessa hier downloaden.


Kwaliteit van werk

Kwaliteit van werk maakt werkgever aantrekkelijk

Werknemers eisen in toenemende mate dat werk hen uitdaagt en waarin ze zich kunnen blijven ontwikkelen. Ze verwachten van een werkgever dat hij dit alles faciliteert. Als dat niet het geval is, dan lopen werknemers weg.

Frank Pot (emeritus hoogleraar) stelt dat kwaliteit van werk in Nederland veel beter kan dan nu het geval is. Werk dat bestaat uit slechts korte handelingen, waarbij de werknemer geen eigen besluitruimte heeft en overleg met collega’s beperkt is, voldoet niet aan onze normen over kwalitatief goed werk.

Frank Pot laat zien dat kwalitatief goed werk werknemers motiveert om te blijven bij een werkgever. En dat is in tijden van grote krapte op de arbeidsmarkt veel waard. In een interview met het blad Solar Magazine licht hij zijn opvatting helder toe.

Het hele artikel is hier te lezen.


Webinars knelpunten-onderzoek: Laat nu van je horen!

Webinars knelpunten-onderzoek: Laat nu van je horen!

Laat nu van je horen en bepaal jouw toekomst!

De cao-partijen hebben afgesproken om de knelpunten van UTA’ers rond arbeidsvoorwaarden, -tijden, en -uren te onderzoeken. Tijdens twee Webinars op 24 november en 1 december kun jij aangeven wat jij belangrijk vindt. Want wie weet er nu beter wat er in jouw werk verbeterd moet worden dan jijzelf? Beslis mee en meld je aan!

Jouw ervaringen zijn van belang om oplossingen voor de knelpunten in je werk te krijgen. Wat zijn jouw wensen voor de toekomst van UTA? Voordat het knelpunten-onderzoek start, gaan wij samen met jou bepalen welke vragen er in dit onderzoek gesteld moeten gaan worden. Op deze manier zorg jij ervoor dat er onderzocht wordt wat écht belangrijk is voor de toekomst van UTA.  

FNV|UTA organiseert twee Webinars waarin het onderzoek uitgelegd wordt, en waar ook jouw input van belang is.

De eerste Webinar was op donderdag 24 november van 19:30 tot 20:30. Deze avond hebben we het gehad over: 

  • Werkdruk 
  • Thuiswerkvergoeding 
  • RVU 
  • Vierdaagse werkweek 
  • Vakantie en vrije dagen 

De tweede Webinar is op donderdag 1 december van 19:30 tot 20:30. Deze avond kun jij alles delen omtrent: 

  • Werkuren 
  • Overuren 
  • Reisuren voor ambulante functies 
  • Toeslagen 

Andere knelpunten en originele oplossingen mogen beide avonden natuurlijk ook gedeeld worden. Graag zelfs!

Waar moet volgens jou de focus op liggen? Laat jouw mening meetellen. Meld je hieronder aan. Je kunt je inschrijven voor één of beide avonden. Kun je niet op deze data? Je kunt ook een mail sturen naar uta@fnv.nl .

Zoveel mensen, zoveel meningen. Maar elke mening is belangrijk. Daarom zijn jouw collega’s ook welkom om deel te nemen. Je hoeft geen lid te zijn, dus nodig ze vooral uit!  

Aanmelden UTA webinar

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.

Aanmelden UTA webinar

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Gastcollege Construct your Future groot succes!

Op 12 september jongstleden heeft FNV|UTA het gastcollege Construct your Future verzorgd voor de minor Bouwtechnische Bedrijfskunde op de Avans Hogeschool in Tilburg.

Consulenten Ramon en Daniëlle hebben de studenten een gastcollege gegeven over onder andere de FNV, cao’s, solliciteren, onderhandelen en ondernemen. We zijn het college begonnen met een kennismaking. We zijn als FNV|UTA namelijk erg benieuwd wie de studenten zijn, of ze al weten wat ze na hun studie willen gaan doen en of zij al eens hebben kunnen onderhandelen over bijvoorbeeld hun salaris. Een meerderheid van de studenten volgt de opleiding duaal en werkt en leert tegelijk. Ongeveer een derde van de studenten studeert voltijd. De functie van projectleider werd het meeste genoemd als toekomstige droombaan. Door enkele studenten is in het verleden al eens onderhandeld waarvan bij een aantal studenten met succes. Daar waar de ene student een dekkende reiskostenvergoeding voor elkaar bokste, heeft een andere student onderhandeld over het volgen van een opleiding op kosten en tijd van de werkgever. Hartstikke goed!

FNV | UTA helpt mij verder in mijn carrière

Weten de studenten van de Avans Hogeschool eigenlijk wel wat de FNV is en wat FNV|UTA doet? Dit wordt toegelicht in een introductie over de FNV. Zo is bijvoorbeeld benadrukt wat FNV|UTA kan betekenen voor (toekomstige) UTA-medewerkers. Ook zijn de studenten meegenomen in de wereld van cao’s. Dat was een eyeopener voor veel studenten. De studenten realiseerden zich dat het bekijken van hun cao handig is, omdat ze meer rechten (en plichten) hebben dan dat ze alvorens dachten.

Tijdens het gastcollege waren de studenten geïnteresseerd, actief betrokken en werden er veel vragen gesteld. Vooral over het onderwerp onderhandelen werden veel vragen gesteld. Het meest gewaardeerd was de tip om je loonstrook niet af te geven bij het arbeidsvoorwaardengesprek. Want wat je al verdient is helemaal niet relevant voor de functie waarop je solliciteert. Een student gaf aan dat zijn moeder haar loonstrook juist expres had meegenomen, omdat ze uit het bedrijfsleven kwam met een aanzienlijk hoger salaris dan de functie waarop ze gesolliciteerd had. In zo’n geval is je loonstrook meenemen wel een goede zet.

Door de oprechte interesse van de studenten was het een feestje om het gastcollege te verzorgen. Al snel na afloop van het gastcollege kwamen de eerste WhatsAppjes met vragen al binnen. Ook de docenten waren erg onder de indruk en hopen ons elk jaar weer te mogen verwelkomen. Een prachtig compliment voor een fantastisch gastcollege!

Klik hier als jij ook wilt dat we een gastcollege verzorgen op jouw opleiding!


Krapte op de arbeidsmarkt: een veel besproken fenomeen

George Evers

In deze column vertelt George Evers over zijn visie op de krapte op de arbeidsmarkt. George Evers volgt en agendeert vanuit een werknemersperspectief innovatieve ontwikkelingen in de bouw. Denk daarbij aan datagedreven bouwen, pré fab en digitalisering.

George Evers: "Het zal een ieder inmiddels wel duidelijk zijn dat Nederland te maken heeft met krapte op de arbeidsmarkt. Deze krapte werd op 13 augustus 2022 in een bericht op de NOS site genoemd als de achilleshiel van de maatschappij. Het artikel noemt verschillende oorzaken van deze krapte. De oorzaken zijn heel herkenbaar, maar er vallen wel de nodige kanttekeningen bij te plaatsen.

Kanttekeningen bij de krapte op de arbeidsmarkt

De krapte op de arbeidsmarkt is niet vanzelf ontstaan, maar het is resultaat van beleid of de afwezigheid daarvan. De volgende kanttekeningen plaatsen we bij de krapte op de arbeidsmarkt:

  • De krapte op de arbeidsmarkt is natuurlijk geen nieuw verschijnsel, dat is al jaren bekend. Bij de overheid werd destijds gesproken over de grote uittocht. Sinds de jaren '10 van deze eeuw weten we dat er een grote groep mensen met pensioen zal gaan. Dat gevoegd bij minder instroom van jongeren (ontgroening). Ook in de bouw zien we al jaren dat de gemiddelde leeftijd aan het toenemen is en dat het aandeel oudere werknemers groeit.
    Hoe kan het dat we een kleine twintig jaar verder zijn en we nog steeds de vergrijzing aanhalen als oorzaak van de problemen op de arbeidsmarkt? Wat is er in de tussentijd gebeurd en welke maatregelen zijn genomen? Het lijkt erop dat we al die jaren weinig hebben gedaan met de inzichten rond vergrijzing. Je kunt dat betitelen als beleidsarmoede.
  • De arbeidsproductiviteit blijft achter in vergelijking met andere landen. Dit wordt gepresenteerd als een soort natuurverschijnsel, maar dat is het niet. Nederland is al jaren kampioen flexwerk met veel onzeker en tijdelijk werk. In de bouw is het aandeel zzp-ers fors gestegen na de kredietcrisis van 2008. Denk aan uitzendwerk, platformwerk, zzp-ers, maar er zijn zonder enige twijfel nog vele andere constructies waar medewerkers mee te maken hebben. Dit flexwerk betaalt in de regel minder goed dan medewerkers met een vast dienstverband. Ook is de pensioenvoorziening veel slechter en de mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen zijn doorgaans afwezig. Kortom flexwerk is lekker goedkoop. Deze goedkope arbeid maakt werkgevers lui, want de noodzaak om te investeren in productiviteit bevorderende maatregelen is niet groot. Er is altijd een groot reservoir beschikbaar geweest aan snel inzetbaar en goedkope werknemers. Helaas zien we dat er sectoren zijn, zoals nu de bouw, die aangeven dat werk zo goedkoop mogelijk moet zijn. Werk wordt gezien als kostenpost met als gevolg dat werk verder wordt uitgekleed tot routinematige en kleine taken.
    Als werknemers kunnen kiezen op de arbeidsmarkt vanwege de grote vraag, dan ontstaat er een arbeidsmarktprobleem. Met een focus op de korte termijn en makkelijk geld verdienen was dit te voorspellen.
  • Er zijn sectoren die het extra moeilijk hebben om mensen te werven. Sectoren die op de één of andere manier gelinkt zijn aan de overheid merken dit vooral. We moeten hierbij niet vergeten dat de afgelopen jaren verschillende regeringen hebben ingezet op minder overheid en meer overlaten aan de markt. Met als gevolg dat met minder medewerkers het werk moeten uitvoeren, meer werkdruk, voortdurende bezuinigingen en reorganisaties. In de bouw is er ook de neiging om zo goedkoop mogelijk te produceren, omdat de ‘markt’ dat nu eenmaal vraagt. Bedenk daarbij dat een groot deel van de vraag naar woningen is afkomstig van de overheid.
    Of dat nou ideaal is om prettig te werken is de vraag.
  • Zinvol werk. Medewerkers stellen steeds meer eisen aan de inhoud van het werk. Werk moet bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling met het oog op het behoud van een duurzame positie op de arbeidsmarkt. Zinvol werk, kunnen samenwerken met anderen en werk dat een beroep doet op eigen verantwoordelijkheid zijn elementen die werk aantrekkelijk maken. Daarbij is het niet van belang wat voor soort werk de medewerker uitvoert, kenniswerk of werk dat een beroep doet op praktische vaardigheden. Goede inhoud van het werk is voor iedereen heel relevant.
    Nu de veranderingen in het werk snel gaan (onder andere door digitalisering) is er een grote noodzaak om in kennis en vaardigheden van medewerkers te investeren. De karige paar procent die werkgevers beschikbaar hebben voor opleiden en ontwikkelen is wel wat mager. Misschien moeten we het maar eens hebben over dat minimaal 10% van de loonsom beschikbaar moet zijn voor opleiden en ontwikkelen. Uiteraard naast andere goede arbeidsvoorwaarden. Het wordt tijd dat serieus werk wordt gemaakt van het vergroten van de kennis en vaardigheden van medewerkers. Dat maakt werk aantrekkelijk.

Krapte op de arbeidsmarkt vraagt om visie

Er zijn vele redenen waarom we te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt. Dit is geen natuur verschijnsel, maar heeft te maken met visie en beleid. Laten we hebben over de visie op zinvol werk en over wat er nu gedaan kan worden om de krapte aan te pakken."

 


ART Duurzame inzetbaarheid

Individueel budget: hoe blijf ik duurzaam inzetbaar?

Iedere werknemer in de bouw en infra, zowel bouwplaatsmedewerkers als UTA-werknemers, heeft beschikking tot een individueel budget in het kader van Duurzame Inzetbaarheid. Duurzame inzetbaarheid heeft als doel dat men gezond en met plezier kan blijven werken.

Sinds 2016 is in de cao Bouw en Infra het individueel budget ingesteld (te vinden vanaf artikel 47a). Dit budget is bedoeld als steuntje in de rug voor werknemers, om te investeren in hun eigen duurzame inzetbaarheid. En te zorgen dat zij geestelijk en lichamelijk ‘fit for the job’ blijven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan investeren in een opleiding of een abonnement op de sportschool. Maar je kunt dit budget ook inzetten om extra verlof- en/of verzuimdagen of een langere vakantie op te nemen.

Het individueel budget wordt voor bouwplaatsmedewerkers verplicht in het Tijdspaarfonds gestort. UTA-werknemers mogen hier vrijwillig aan deelnemen. Als je er als UTA-werknemer voor kiest om geen gebruik te maken van het Tijdspaarfonds, wordt het bedrag tegelijk met het salaris uitgekeerd.

Het individueel budget bestaat uit drie componenten: (vrije) dagen, vakantietoeslag en duurzame inzetbaarheid.

Dagen

Dit onderdeel bestaat uit roostervrije dagen, bovenwettelijke vakantiedagen en kortverzuim-dagen. De waarde van deze dagen bij elkaar opgeteld maakt deel uit van het individueel budget. Wanneer je gebruik maakt van deze dagen moet je dit, als je evenveel wilt blijven verdienen, vanuit je individueel budget financieren.

Wanneer je deeltijds werkt is het aantal dagen naar verhouding kleiner. Ben je 55-plusser met een 4-daagse werkweek? Dan wordt alleen het loon over drie kortverzuimdagen in het individueel budget ondergebracht.

Vakantietoeslag

Als werknemer heb je recht op een vakantietoeslag van 8% van het overeengekomen salaris. Dit budget wordt door veel werknemers gebruikt voor een zomervakantie of een eenmalige grote uitgave.

Duurzame inzetbaarheid

Hier gaat het erom dat je als werknemer gezond en gelukkig kan blijven werken. Met het duurzame inzetbaarheidsbudget betaal je zelf voor de zaken die bijdragen aan jouw duurzame inzetbaarheid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan op latere leeftijd extra verlof dagen te kopen of door het volgen van een opleiding naar keuze. Die opleiding is speciaal voor jou bedoeld, kies dus iets waar jij je graag in wilt verdiepen. Het is namelijk niet de bedoeling dat je met dit budget een opleiding volgt die nodig is voor het bedrijf waar je werkt. In dat geval zijn de kosten gewoon voor je werkgever. Als je geen gebruik wilt maken van het duurzame inzetbaarheidsbudget, kun je ervoor kiezen om het saldo uit te laten betalen.

Volandis helpt je bij het maken van keuzes op het gebied van Duurzame Inzetbaarheid, maar uiteindelijk bepaal jij zelf.

Hoewel het individueel budget drie bestedingsdoelen heeft, is het goed je te realiseren dat het één pot geld is. Het is dus mogelijk om het geld dat je voor het ene doel gekregen hebt, in te zetten voor een ander doel.

DIA (Duurzame Inzetbaarheidsanalyse)

Eens in de vier jaar krijgt iedere werknemer in de bouw een uitnodiging voor de Duurzame Inzetbaarheidsanalyse. Als werknemer ben je niet verplicht om hieraan mee te doen, het is op vrijwillige basis. Jouw werkgever is echter wel verplicht om jou de mogelijk te bieden om deel te nemen.

De DIA bestaat niet zoals voorheen enkel uit een medische keuring (PAGO), nu maakt een adviesgesprek daar ook deel van uit. Je gaat dan in gesprek met een DIA-adviseur van Volandis over wat je wil en kan doen om duurzaam inzetbaar te blijven.

De DIA wordt uitgevoerd door de hiervoor genoemde adviseur, een doktersassistent en een bedrijfsarts van de Arbodienst. De uitslag van jouw DIA is strikt vertrouwelijk en wordt dus niet doorgezet naar jouw werkgever. Uiteraard ben je wel vrij deze informatie te delen met jouw werkgever, mocht je bijvoorbeeld stappen willen ondernemen.

Werkgeversbijdrage

Hoe veel draagt jouw werkgever nou eigenlijk bij aan jouw individueel budget? Dat hebben we voor je uitgeschreven in de tabel hieronder:

Tabel Duurzame Inzetbaarheid
 

Uitbetalen saldo

Je bepaalt zelf wanneer, hoeveel en welk saldo je wilt laten uitbetalen. Het saldo van Vakantietoeslag en Dagen ontvang je jaarlijks in mei, maar je kunt ook een tussentijdse uitbetaling aanvragen. Het saldo Duurzame Inzetbaarheid ontvang je alleen als je het opvraagt. Bij het uitbetalen worden de gebruikelijke loonheffingen toegepast.

Als bouwplaatsmedewerker kun je het uitbetalen van het saldo aanvragen bij de vakbond, hiervoor hoef je geen lid te zijn van de vakbond. Bij FNV kun je deze aanvraag online regelen via een digitaal formulier.

Ben je UTA’er? Dan regel je jouw uitbetaling via Mijn Tijdsparen.


BINX: bouwen als een dienst

De Nederlandse bouwsector ontwikkelt zich in rap tempo. Reden voor FNV | UTA om in gesprek te gaan met Ruth Feenstra (HR adviseur). Zij is werkzaam bij het innovatieve bouw- en installatiebedrijf BINX Smartility. Binnen BINX is zij bij innovatieve ontwikkelingen betrokken vanuit de visie dat innovatie grotendeels wordt gedragen door de medewerkers. En dat is het deel waar zij vanuit Mens en Organisatie verantwoordelijk voor is.

Digitalisering

Ruth Feenstra

Innovatie staat bij BINX hoog in het vaandel, het behoort tot het DNA van het bedrijf. Er is een innovatiemanager aangesteld, die onder andere kijkt naar ontwikkelingen in andere branches om na te gaan wat kan worden overgenomen voor het eigen bedrijf. Volgens Ruth is het innoveren niet zozeer plannen maken en aan het papier toevertrouwen, maar vooral uitproberen en experimenteren. ‘Medewerkers krijgen daarvoor de ruimte want zij mogen een deel van hun werktijd besteden aan het bedenken en uitwerken van innovaties. Door medewerkers op deze manier te faciliteren is er een innovatieve cultuur ontstaan bij BINX, geeft Ruth aan.

Werken met BIM en het uitgangspunt van eerst digitaal bouwen voordat een gebouw daadwerkelijk wordt neergezet is bij BINX de gewoonste zaak van de wereld. Op de bouwplaats heeft de uitvoerder de beschikking over een groot scherm waarop het digitale bouwmodel bekeken wordt. Wat overigens niet betekent dat er op de bouwplaats geen papieren versies van tekeningen worden gebruikt. Ruth: ‘Niet alle partijen met wie we samenwerken kunnen op dit moment al volledig digitaal werken. Ik verwacht wel dat we de komende jaren steeds vaker van onze samenwerkingspartners afspraken maken dat zij digitaal meebouwen. Als een partij dat niet kan of wil leren, dan worden zij voor ons een minder interessante partij.’

Slimme gebouwen

Bij BINX Smartility verwachten ze dat slimme gebouwen (smart buildings) de toekomst hebben. Ruth geeft hierop een toelichting: ‘Slimme gebouwen kenmerken zich door de aanwezigheid van installatietechniek en aanvullende sensoren, die een groot aantal metingen vastleggen. Deze techniek en sensoren generen data die we opslaan in een datawarehouse. De data laten zien wat de situatie is in de gebruiksruimten, zoals de hoeveelheid CO2 en de temperatuur feitelijk doet. Het mooie is dat de gebouweigenaar met de data het gebouwgebruik kan optimaliseren. Ik geef enkele voorbeelden: de eigenaar kan verwarming van ruimten beter afstemmen op de aanwezigheid van gebruikers. Dus de ruimte pas gaan verwarmen als het nodig is in plaats van het hele gebouw standaard verwarmen vanaf een bepaald tijdstip. Dit leidt tot beduidend minder energieverbruik en we weten hoe hard nodig dat is op dit moment. Maar het is ook mogelijk om met gebruiksdata de schoonmaakwerkzaamheden beter af te stemmen op het feitelijke gebruik. Uit de data waarover we nu beschikken blijkt dat toiletten op hogere etages doorgaans minder intensief gebruikt worden dan op de begane grond. De gebouweigenaar kan besluiten om het schoonhouden meer te concentreren op die delen van het gebouw waar de schoonmaakbeleving het hardst nodig is.’

BINX beheert alle data van een gebouw en kan de klant adviseren over de exploitatie (beheer & onderhoud). De klant kan daarvoor een abonnement afsluiten bij BINX. Op het moment dat veel klanten hun data zo laten analyseren door BINX is het mogelijk om patronen te ontdekken in het gebruik van gebouwen, ook wel machine learning genoemd. De eigenaar kan daarmee facilitaire diensten en onderhoud effectiever organiseren en daarmee kosten besparen. Zo ver is het overigens nog niet, maar dit is wel het perspectief.

‘Wat wij zelf leren uit de data is het efficiënter maken van een gebouwontwerp door dit beter af te stemmen met het gebruik. Neem weer het voorbeeld van de toiletten. Het ligt voor de hand om op de begane grond meer toiletten op te nemen in het gebouwontwerp en op andere verdiepingen minder. Afhankelijk van de geldende eisen. Ik verwacht dat als we kunnen beschikken over meer data het nog beter het gebouwontwerp kunnen optimaliseren’, aldus Ruth.

Het werken met grote hoeveelheden data, deze te analyseren en conclusies aan te verbinden voor ontwerp, beheer en onderhoud vraagt om een nieuwe functie. Bij BINX is dat de smart building engineer.  Een functie die nog niet voorkomt in de huidige cao.

Als we kijken naar de ontwikkeling van slimme gebouwen en het inzetten van de vrijkomende data, dan is de conclusies dat deze data leiden tot nieuwe en andere vormen van diensten door bouwbedrijven. Het bouwen gaat over in het leveren van datadiensten aan gebruikers.

 

BINX Smartility is een bouw- en installatiebedrijf met vestigingen in Groenlo en Rotterdam. Het bedrijf is ontstaan uit twee moederbedrijven en heeft als doel het vergroten van de innovatiekracht. Het bedrijf richt zich op het ontwerpen en realiseren en onderhouden van utiliteitsgebouwen. Voor uitvoerende werkzaamheden werkt BINX samen met andere bedrijven. De beide vestigingen van BINX kennen dezelfde administratieve processen en ICT systemen. Bij het bedrijf werkt alleen UTA personeel. BINX heeft ervoor gekozen om de Bouw en Infra cao te volgen voor de medewerkers met de opmerking dat niet alle functies die het bedrijf kent terugkomen in de cao. Denk bijvoorbeeld aan de drone vlieger, die met een drone een complete scan maakt van een (bestaand) gebouw. De verwachting is dat door nieuwe innovaties de komende jaren meer functies ontstaan die op dit moment niet voorkomen in de cao.