Webinar Anders Organiseren

Het webinar Anders Organiseren in de bouw laat zien dat organisaties maatregelen kunnen nemen die bedoeld zijn om productiviteit te verbeteren en om werkdruk te verminderen.

FNV Bouwen en Wonen ziet dat de werkdruk in de bouw al jaren oploopt. Het terugdringen van de werkdruk moet gezocht worden in andere organisatievormen. Dit vanuit de overweging dat de manier waarop het werk is georganiseerd de belangrijkste oorzaak is van werkdruk.

Hans Kommers van de ST Groep inventariseerde in opdracht van de FNV initiatieven van bouwbedrijven die zochten naar andere organisatievormen. In het webinar Anders Organiseren op 18 mei (van 16.00 uur tot 16.45 uur) verbindt hij theorie aan de praktijk van het anders organiseren. Er is beperkt plek, dus meld je aan via het aanmeldformulier onder de video.

Wil je meer weten? Bekijk hier de video waarin Hans Kommers toelichting geeft op het webinar.

https://www.youtube.com/watch?v=KTXvvoiqf8A

Meld je aan voor het webinar op 18 mei 2021!

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden van ons aanbod.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Lunchworkshops Vrouwen in de Bouw | Uitstraling

Op donderdag 22 april en donderdag 20 mei kun je van 12:00 tot 13:00 uur twee leuke online lunchworkshops volgen waarin “Uitstraling” het centrale thema is. Wat straal je uit en wat wil je uitstralen? Leer jezelf en (in de tweede workshop) je stem beter kennen! Ontdek wat uitstraling betekent! Elke vrouw die in de Bouw werkt kan gratis deelnemen, zowel leden als niet-leden van FNV.

Kracht door uitstraling

Donderdag 22 april van 12:00 tot 13:00 uur

Leer van buiten uitstralen wie jij van binnen bent!

Bij de eerste ontmoeting kan niemand aan je zien dat je aardig, slim of getalenteerd bent. Toch word je binnen een paar seconden beoordeeld op de ‘buitenkant’. Merianka Melissen leert hoe je van buiten kunt uitstralen wie je van binnen bent. Koppel je innerlijk aan je uiterlijk! In deze tijd ben je namelijk zichtbaarder dan ooit en is jouw uitstraling altijd een perfect marketinginstrument. Ook online doet de eerste indruk ertoe en kun je non-verbale communicatie inzetten om jezelf te laten zien.

Stem je stem

Donderdag 20 mei van 12:00 tot 13:00 uur

Leer je stem kennen en gebruiken!

We denken niet vaak na over onze stem, het is wat het is. Toch? Carl Hoogvliet laat het tegendeel zien: je stem is juist een belangrijk instrument voor een dynamische presentatie of boeiend gesprek. Hoe kun je mensen aangehaakt houden? Ook online is het belangrijk om dynamisch te zijn, zodat het niet saai wordt. In deze workshop leer je je eigen stem beter kennen aan de hand van verschillende oefeningen. Word tijdens deze workshop verrast door je eigen stemgeluid!

 

Meld je aan voor de workshops!

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden van ons aanbod.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.

 


UTA zwaar werkregeling | “De druk naar een oplevering toe is geestelijk zwaar“

De zwaar werkregeling in de cao Bouw & Infra geldt alleen voor bouwplaatsmedewerkers. Waarom eigenlijk? UTA'ers hebben ook te maken met zwaar werk, zo blijkt ook uit onderzoek van FNV | UTA. Tijdens de onderhandelingen voor een nieuwe cao Bouw & Infra komt dit onderwerp aan bod. In een reeks portretten leggen UTA-werknemers uit waarom ook zij recht hebben op de zwaar werkregeling. 

 

Naam:                                                 Cor van de Reep
Leeftijd:                                              63
Functie:                                              Uitvoerder
Ervaringsjaren in bouwsector:      48

 

Vroeger

“Het was vroeger lang niet altijd beter. Als ik met de huidige bouwsystemen zie hoe snel en efficiënt zo’n ruwbouw gaat, dan is dat een hele verbetering. Het verschil zit wel in de betrokkenheid met het werk. Door alle apart ingekochte disciplines is men alleen betrokken bij hun eigen ding. Zelfs in bedrijven met alleen maar ZZP’ers is er ook weinig interesse in het eigen werk en is het niveau vaak belabberd.

Er is nu grote behoefte aan controle, vooral over hoe het werk wordt uitgevoerd. Men wordt niet meer zoals vroeger binnen een bedrijf opgeleid naar een bepaald niveau; het niveau van wat het bedrijf wil uitstralen. Dit is wat het werk zwaarder maakt. Je weet niet wat collega’s doen. Dat was met eigen personeel wel anders. Dit gaf je meer rust omdat je wist op wat voor niveau er buiten gewerkt werd. Nu komen werknemers binnen, ze doen hun werk, en gaan dan snel naar de volgende klus. Als je dan gaat kijken blijkt het resultaat niet oké te zijn, maar de vogels zijn al gevlogen. Je moet echt alles direct controleren, waardoor je aan je eigen werk eigenlijk niet meer toekomt. Dan ben je ’s avonds bekaf en reageer je wel eens knorrig en geïrriteerd."

UTA werkweek

“Je bent als eerste op je werk om de keet en containers los te maken en je gaat als laatste weer weg na het afsluiten van de hekken. Natuurlijk werk je systematisch en gepland, maar vaak komt er van de planning die je voor je eigen werk in gedachten had weinig terecht. Er komen steeds meer storende factoren. De bouwbedrijven zelf hebben weinig tot geen eigen personeel rondlopen. De mensen om je heen zijn veelal onderaannemers die weer ZZP’ers inhuren om het werk uit te voeren. Er is weinig samenhang, de kwaliteit van de vakmensen is vaak belabberd. Er zijn veel vragen. Dat blijft in stand omdat veel van die ZZP’ers komen en gaan. Dat leidt tot meer vragen en meer uitleg moeten geven.”

Dit is zwaar werk

“Ik ben er voor mijn eigen wel uit. Ik heb mijn pensioen al aangevraagd en ik ga deze zomer met pensioen. Ik ben dan 64 jaar en 3 maanden. Ik trek het gewoon niet meer. Ik ga me aan steeds meer dingen irriteren. Ik heb zelf altijd gezegd ‘je moet met plezier naar je werk gaan en anders moet je wat anders zoeken’.

Ik heb altijd met plezier in de bouw gewerkt. Ik heb alles gedaan; kleinbouw, grootbouw, betonbouw, in de werkplaats machinale trappen maken en later, toen mijn rug het niet meer trok, de laatste 25 jaar als uitvoerder. Ik weet wat ik nu krijg, ik heb daar zelf een keuze in gemaakt, dan moet je niet zeuren.

Mijn rug is ook op. Ik heb mijn eigen nooit ontzien. Ik maak langere dagen als uitvoerder dan de jongens op de werkvloer en ook ik sta in weer en wind. Ik draag een hele verantwoordelijkheid op de bouwplaats met alle werkdruk erbij.”

Zwaar werkregeling. Ook voor UTA

“Als je zwaar werk alleen als fysiek ziet, hebben UTA’ers geen recht op de zwaar werkregeling. Maar zo staat het niet omschreven. De druk en psychische belasting waaronder je werkt als uitvoerder zijn enorm hoog. Planningen worden zwarte pistes. De druk naar een oplevering toe is geestelijk zwaar.

Voor mij heeft de zwaar werkregeling geen voordelen meer, maar ik gun het mijn collega-uitvoerders wel om minimaal gelijkwaardig te worden behandeld als de jongen op de werkvloer waar je altijd mee hebt gewerkt en in de keet koffie mee hebt gedronken. Waarom moeten wij alleen om het woordje ‘UTA’ anders worden behandeld?”

 

Lees hier alles over de cao-onderhandelingen Bouw & Infra 2021

Wil je ook meepraten over de zwaar werkregeling? Stuur ons een e-mail via deze link.


Stephanie Samson: “Bouwsector is dynamisch, complex en persoonlijk uitdagend”

Stephanie Samson heeft op haar 30ste al een uitgebreid CV opgebouwd. Zo heeft zij voor grote opdrachtgevers in de publieke en private sector gewerkt op verschillende management posities. Naast haar werk als interim- en tendermanager was zij bij het Bouwnetwerk het jongste bestuurslid ooit. Stephanie is trots op haar rol als jonge zakenvrouw in de bouw. Zij hoopt dan ook meer jonge vrouwen te inspireren voor een carrière in deze dynamische, spannende en snel veranderende bouwwereld!

Ik heb gezien dat je aan de TU Delft Architecture en Construction Management and Engineering hebt gestudeerd. Kun je vertellen waarom je voor deze studie gekozen hebt?
“In eerste instantie wilde ik graag architect worden, vandaar de Bachelor (BSc) Bouwkunde. Dit was midden in de economische crisis en ongeveer een derde van de bestaande architecten was op dat moment werkloos. Dit heeft mij aan het denken gezet en het leek mij een verstandige keuze om op zoek te gaan naar een andere Master (MSc). De MSc Construction Management & Engineering (CME) sprak mij enorm aan omdat het managen van deze bouwprojecten zoveel complexer is dan alleen de bebouwde omgeving. Alles komt bij elkaar in de civiele techniek. En uiteindelijk is wel gebleken dat dit veel beter bij mijn ambities en persoonlijkheid past.”

Wat maakt de bouwsector voor jou zo leuk?
“De bouwsector is dynamisch, complex en daarmee voor mij persoonlijk uitdagend. Neem bijvoorbeeld de bouw van de nieuwe grote Zeesluis bij IJmuiden waar honderden miljoenen mee gemoeid zijn of de energietransitie waar TenneT het komende decennia aan werkt. Ik werk voornamelijk op project- en tenderbasis aan strategische projecten waarvan de uitkomst vooraf nog niet bekend is. Dit houdt mij scherp.”

Is er iemand in de sector door wie jij echt geïnspireerd bent?
“In eerste instantie was dit Neelie Kroes. Niet perse iemand uit de sector wel een hele inspirerende vrouw. In mijn Rijkswaterstaat tijd kwam ik in aanraking met Michèle Blom, de Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat. Dit is iemand die mij echt heeft geïnspireerd in de sector. Met die reden heb ik haar ook geïnterviewd voor het boek ‘Bouw Vak Vrouw’. Een boek dat we in 2019 hebben uitgegeven voor het Bouwnetwerk. Wat ik zo sterk aan haar vind? Haar visie is duidelijk en helder. Geen moeilijke woorden. Belangrijke issues knipt ze op en ze wil niet alles in beton gieten om de flexibiliteit te behouden. Dit is wat mij betreft een voorbeeld van vrouwelijk leiderschap.”

Op je LinkedIn staat dat je een mooi cv hebt. Naast je baan, zat je de afgelopen drie jaar in het bestuur van het Bouwnetwerk. Hoe ben je hier terechtgekomen en waarom wilde je graag bij dit netwerk aansluiten?
“Bedankt, ik ben hier ook erg trots op en mijn stelling was vanaf het begin om zo  snel mogelijk mijn vlieguren te maken. Voor dit cv heb ik dan de afgelopen jaren keihard gewerkt. Als eerste generatie werkende vrouw kwam ik erachter dat er in mijn omgeving genoeg inspirerende mannen waren maar ik was op zoek naar een vrouwelijke rolmodel. En dan met name omdat ik erg geïnteresseerd was in de persoonlijke loopbaan, hoe zag deze loopbaan eruit? Hadden deze vrouwen een carrièreplan?  Hoe zijn zij in de bouw terecht gekomen? Deze vragen hebben we ook gesteld in het boek ‘Bouw Vak Vrouw’.

Om deze reden ben ik in 2016 ook op zoek gegaan naar een netwerk. Dit was nog niet zo makkelijk te vinden. Het Bouwnetwerk was het derde netwerk dat ik bezocht. Ik vond het best spannend om naar een netwerkbijeenkomst te gaan zonder dat ik iemand kende. Omdat het Bouwnetwerk altijd kwalitatief hoogwaardige bijeenkomsten organiseert gaat het netwerken tijdens de borrels eigenlijk organisch. Meteen tijdens de eerste bijeenkomst voerde ik al de juiste discussies met mensen zoals over het verloop van mijn en hun carrière. Ik ging met meer energie en ideeën naar huis waardoor ik lid ben geworden.

Het idee achter het Bouwnetwerk in 1984 was: Vrouwen helpen in hun professionele ontwikkeling. En dat is in deze tijd nog steeds keihard nodig. Het Bouwnetwerk is opgericht als sociale infrastructuur voor carrièrevrouwen om contact te maken met elkaar en kennis uit te wisselen. We leven nu in een andere tijd maar het contact met elkaar is nog steeds erg belangrijk en dat is waar het Bouwnetwerk voor staat!”

Wat waren je belangrijkste doelen toen je in het bestuur begon?
“Ik geloof er in dat als je goed bent voor je netwerk, dan is je netwerk ook goed voor jou. En daardoor was mijn belangrijke doel: Mensen met elkaar verbinden middels een mentorprogramma – wat zich heeft geresulteerd in het: persoonlijk ontwikkelprogramma. – Mijn tweede net zo belangrijke doel was verjonging van het netwerk. We hebben veel trouwe leden die al heel erg lang lid zijn en daar zijn we erg trots op. Maar ik vond dat het tijd werd om hier een nieuwe generatie jonge ambitieuze vrouwen aan toe te voegen.

Dit mentorprogramma was ook de reden waarom ik in het bestuur ben gegaan in 2018 met als verantwoordelijkheid de programmering. Ik was zelf nog steeds op zoek naar verbinding met vrouwelijke rolmodellen en had een pitch voorbereid voor het huidige bestuur destijds.”

Wat was het meeste memorabele moment dat je in de afgelopen drie jaar hebt gehad?
“Toch wel de publicatie van het boek ‘Bouw Vak Vrouw’ in de zomer van 2019. Dit was het 35 jarige bestaan van het Bouwnetwerk. Als commissie, waar ik onderdeel van was als bestuurslid, wilden we meer doen dan alleen een lustrumfeest. Vandaar dat we het ambitieuze plan in ons hoofd hadden gehaald om ook een boek te publiceren. Natuurlijk wilde we dit presenteren tijdens het lustrumfeest op pampus in mei en niet aan het einde van het jaar. Een belachelijk ambitieus plan, maar het is ons gelukt en daar ben ik trots op!

Misschien was dit voor mij wel extra memorabel omdat ik hoogzwanger (38 weken) was en absoluut niet van plan was om dit moment te missen.”

"Ik werk soms zo hard, dat ik wel eens vergeet om van mijn successen te genieten."

Zijn er dingen die je achteraf anders had willen doen?
“Ik werk soms zo hard, dat ik wel eens vergeet om van mijn successen te genieten. Als initiator van het mentorprogramma (nieuw onderdeel binnen het Bouwnetwerk programma) was ik met name met de organisatorische kant bezig. Ik wilde graag dat iedereen op zijn gemak was en dat het programma een succes zou zijn. Op die momenten vervloek ik mezelf ook weleens waarom ik meteen tijdens mijn eerste bestuursjaar een nieuw ambitieus programma initieer en niet gewoon eerst rustig rond kijk wat er allemaal speelt. Dit is nu eenmaal hoe ik ben, als ik een idee heb dan pak ik meteen door.

Toch vind ik  het belangrijk om beter op deze balans te letten. Het is niet erg om ambitieus te zijn en hard te werken, maar plezier en evenwicht is ook belangrijk.”

Hoe kijk je in het algemeen terug op de afgelopen drie jaar?
“Met heel veel plezier en dankbaarheid. Dankbaar dat ik de ruimte heb gekregen van het vorige bestuur en het netwerk. Ik was nog maar 27 en had net een aantal jaar werkervaring. Ik ben super blij dat ik het risico durfde te nemen om deze positie te bekleden en trots dat het me gelukt is.”

Wat wil je meegeven aan vrouwen die (overwegen te) starten in de bouw?
“Doen! De bouw is zo veelzijdig en ik geloof in de kracht van diversiteit. Het is leuk en uitdagend om in divers samengestelde teams te werken. Twijfel je nog of heb je vragen? Heel veel mensen staan open om een keer (digitaal) koffie te drinken en iets te vertellen over zijn of haar carrière. Neem de tijd om uit te zoeken aan welke kant je graag werkt: opdrachtgever, opdrachtnemer of liever als adviseur. Sta open voor nieuwe uitdagingen. Weten wat je niet wilt is ook een meerwaarde. Ga voor die ambitie en wees niet bang om ergens keihard voor te werken. Des te leuker als je het gehaald hebt!

Je mag mij altijd berichten op LinkedIn voor vragen, ik draag graag bij aan het bevorderen van ambitieuze vrouwen in de bouw.”


zwaar werkregeling 1

UTA zwaar werkregeling | “Zwaar werk ten koste van werkplezier, creativiteit, werk-privébalans en effectiviteit”

De zwaar werkregeling in de cao Bouw & Infra geldt alleen voor bouwplaatsmedewerkers. Waarom eigenlijk? UTA'ers hebben ook te maken met zwaar werk, zo blijkt ook uit onderzoek van FNV | UTA. Tijdens de onderhandelingen voor een nieuwe cao Bouw & Infra komt dit onderwerp aan bod. In een reeks portretten leggen UTA-werknemers uit waarom ook zij recht hebben op de zwaar werkregeling. 

Naam: Anoniem
Leeftijd: 59
Functie: Adviseur bij een infra
Ervaringsjaren: 44

“Op 15-jarige leeftijd ging ik van school af. Ik heb toen de verkeerde keuze gemaakt door voor Mavo te kiezen in plaats van techniek. Ik ben toen vier jaar naar een bedrijf gegaan die bezig was met voorspantechnieken en voegovergangen. Daarna heb ik een poosje als onderhoudsmonteur van materieel bij een bouwbedrijf gewerkt. Begin jaren ’80 ben ik bij de Nederlandse Spoorwegen begonnen als Aspirant Vakmanwegonderhoud en daar doorgegroeid tot beheerder van een gebied. Door de privatisering van wegonderhoud ben ik bij één van de grote aannemers gekomen, als uitvoerder. Daarna ben ik bij dit bedrijf verder doorgegroeid Ik heb veel studies gevolgd om te komen tot wat ik nu doe, leren doen we nog constant.”

Vroeger

“Ik denk dat voor veel van mijn (oudere) collega’s geldt dat wij allemaal in de praktijk zijn begonnen. Ik zeg wel eens ‘met de bagger aan de poten’. Ook zijn we vaak op jongere leeftijd hier al mee begonnen. Niet zoals nu, waar veel van onze jongere collega’s langer doorstuderen en dus op latere leeftijd beginnen met werken. Deze collega’s missen dan ook vaak de praktijkervaring die wij hebben. Er is tenslotte echt een verschil tussen theorie en praktijk.

Vroeger was er toch meer scheiding tussen werk en privé. Ik denk dat de werkdruk toen minder aanvoelde als ‘druk’, dan nu. Er is alleen maar meer bijgekomen. Ook is er constant de druk om je te moeten verantwoorden. Ik vergelijk dit wel eens met ziekenhuis, er zijn te veel managers die zich bemoeien met jouw werk zonder kennis van zaken. Dit kost tijd, maar ook energie.”

UTA werkweek

“Voor Covid was ik rond 07:00 op kantoor of op projectbezoek. Dan was ik normaliter zo tussen 17:00 en 18:00 thuis. Nu ik thuis werk start ik pas rond half acht en ik stop meestal rond 18:00. Dan verwerk ik nog de bevindingen van de dag in rapportages of doe ik de voorbereiding voor de komende dagen. Het komt regelmatig voor dat ik in de avond nog documenten moet doorlezen voor de komende dagen, ook voor Covid. Ook het bezoeken van projecten in het weekend of in de nacht komen er nog bij. Dit betekendt dat ik soms lange weken maak, van zes of zeven dagen.”

Dit is zwaar werk

“Het is moeilijk te zeggen wat nu precies zwaar werk is. Voor mij zijn de lengte van de dagen en het continu bezig zijn met werk belastend. Het voelt als constant onder druk staan. Dit ga je wanneer je ouder wordt wel merken. E-mail en telefoontjes komen ook in de avond nog vaak. Voor mij en voor een heleboel collega’s is dit een part of the job.

“De invloed die ik van het werk ervaar is dat ik door constante druk niet meer tot rust kan komen. Hierdoor bestaat ook de kans dat de kwaliteit van het werk minder wordt. Vroeger, daar heb je dat woord weer, had je meer tijd om na te denken en te sparren met je collega’s. Je bent eigenlijk constant bezig met je werk. Je staat onder druk omdat je onvoldoende tijd hebt om iets te doen. Dat betekend dat wanneer je juist vrij zou moeten hebben, je bezig blijft met nadenken bijvoorbeeld over of je niet iets vergeten bent.

Mijn collega’s en ik lopen tegen meerdere dingen aan. Er zijn veel regeltjes en je moet veel verantwoording afleggen. Ik persoonlijk kan hier wel tegen, maar ik merk dat een aantal collega’s hier niet tegen kunnen. Je staat eigenlijk continu onder druk. Het aantal vergadermomenten is dan ook veel, maar het ‘doe-werk’ is gewoon hetzelfde gebleven.

Ik denk dat ik dit werk kan doen tot mijn pensionering. Ik vindt mijn werk leuk om te doen in de rol die ik nu kan uitvoeren, maar ik kom dan ook voor mijzelf op. Ik bescherm mijzelf. Dit komt ook door het leermoment dat ik heb gehad na mijn burn-out. Mijn leidinggevende komt gelukkig ook uit de praktijk en hij en ik proberen mijn jongere collega’s hierin te begeleiden en te coachen. Maar dit is bij andere collega’s zoals werkvoorbereiders, uitvoerders en projectleiders heel anders. Die krijgen geen begeleiding. Mijn ervaring probeer ik dan wel over te dragen aan deze groep medewerkers.”

Zwaar werkregeling. Ook voor UTA

“In de huidige zwaar werkregeling wordt zwaar werk echt beschreven als fysiek zwaar. Maar ik denk dat het continu onder druk moeten werken ook (geestelijk) zwaar is. Als de zwaar werkregeling ook voor UTA’ers van toepassing is, krijg ik de mogelijkheid om eerder tot rust te komen. Ik kan dan tijd besteden aan andere dingen in het leven, behalve werk.

De zwaar werkregeling alleen bij fysiek zwaar werk is niet afdoende. UTA-medewerkers hebben regelmatig te maken met hoge werkdruk. Een (te) hoge werkdruk is het probleem dat ontstaat als je (te) weinig tijd hebt om het gevraagde werk af te krijgen. Veel collega’s hebben het idee dat ze continu op de tenen moeten lopen om het gevraagde niveau te kunnen halen. Dat veroorzaakt spanning. Als de spanning te hoog oploopt gaat dit ten koste van je werkplezier, je creativiteit, je werk-privébalans en je effectiviteit. Dit is te merken in de gesprekken met collega’s die ouder zijn.

Ik denk dat een bouwplaatsmedewerker makkelijker te vervangen is dan een ervaren UTA-medewerker. Je ziet tenslotte nu een heleboel anderstaligen al het werk uitvoeren van bouwplaatsmedewerkers. Dat betekent ook vaak meer druk voor de UTA-medewerker, denk bijvoorbeeld aan de communicatie met deze groep. Ik hoor uitvoerders regelmatig zeggen: ‘ik kan het beter zelf doen’.

Ik denk ook dat bedrijven meer in moeten zetten op het coachen van jongere collega’s, door medewerkers met meer (praktijk)ervaring. Ik denk dat veel collega’s dit leuk vinden en dat geeft dan ook veel werkplezier in onze laatste jaren. Dit in plaats van oudere collega’s inzetten op projecten die onder druk staan.”

 

Lees hier alles over de cao-onderhandelingen Bouw & Infra 2021

Wil je ook meepraten over de zwaar werkregeling? Stuur ons een e-mail via deze link.


Monic Bührs: Loonkloof aanpakken door onderhandelen

De loonkloof tussen man en vrouw. Er zijn mensen die stug blijven volhouden dat deze helemaal niet bestaat, maar dat doet deze kloof wel degelijk. En met een afname van zo’n half procent per jaar, zal hij ook niet snel verdwijnen. Hoe kunnen we dit aanpakken? Onderhandelen!

Tenminste, als we Monic Bührs moeten geloven. En dat kunnen we. Zo’n 25 jaar geleden richtte zij, samen met compagnon Elisa de Groot, In Touch Female Leadership and Carreer Academy op. Ondertussen heeft Monic jaren ervaring met het trainen en coachen van ambitieuze vrouwen. Ook heeft zij verschillende boeken geschreven, zoals Stratego voor vrouwen en Vrouwen bluffen niet.

Loonkloof en onderhandelen

“Een belangrijke oorzaak voor de loonkloof is dat vrouwen niet altijd even handig onderhandelen”, aldus Monic Bührs. Uit cijfers van FNV blijkt dat mannen en vrouwen even vaak om een loonsverhoging vragen, maar dat mannen vaker succesvol van de onderhandelingstafel weglopen. “Vrouwen hebben de neiging om bij de eerste de beste nee te stoppen en niet meer door te vragen. Terwijl mannen bij de eerste nee vaak weten dat het onderhandelen dan pas begint.”

Maar volgens Monic speelt ook mee dat men bepaalde verwachtingen heeft bij vrouwen. Een vrouw mag wel onderhandelen, maar als ze dat doet, wordt er wel verwacht dat ze dat niet te stevig doet. En als ze dat wel stevig doet, wordt ze als bitch ervaren. “Dan krijg je je opslag alsnog niet, omdat je niet voldoet aan het stereotypische beeld dat van een vrouw verwacht wordt. Dan word je een zeur en dominant, ook daar heb je mee te maken. Er zijn dus ook wat genderbias-achtige vraagstukken tijdens een onderhandeling.”

Waarom wordt er dan zo anders naar vrouwen gekeken dan naar mannen? Dat zit heel diep volgens Monic. “We hebben als mens de neiging om vrouwen lager te beoordelen dan mannen.” Zo blijkt uit een onderzoek van Stanford University dat we mannen en vrouwen met een inhoudelijk identiek cv anders beoordelen als er een mannennaam boven staat, dan wanneer er een vrouwennaam boven staat. Ze zagen de man als een talent, maar de vrouw niet. Ook zouden ze de man een hoger salaris bieden dan de vrouw.

“Als we denken aan het woord ‘leiden’, denken we binnen een splitsecond aan een man. Dat gaat automatisch in de hersenen. Het duurt heel lang om de hersenen te overtuigen dat het net zo goed een vrouw kan zijn. En pas als al die hersenen, van al die mensen begrijpen dat vrouwen net zo goed kunnen zijn als mannen, dan pas haal je dit soort ongelijkheden weg. Maar dat gaat echt heel lang duren”, zegt Monic Bührs.

 

                                                                                                               IJsland

IJsland is al een stuk verder wat betreft het dichten van de loonkloof. Daar is in 2017 een wet aangenomen die bedrijven, met meer dan 25 werknemers, verplicht om hun personeel gelijk te betalen, ongeacht geslacht. Deze bedrijven moeten dit ook kunnen bewijzen. Volgens Monic is dit ook dé manier om het dichten van de loonkloof in Nederland in een stroomversnelling te brengen. Zonder wetgeving is dat volgens haar niet mogelijk. “Daar heb je absoluut wetten voor nodig. Als manager van een afdeling moet je kunnen laten zien wat iedereen betaalt krijgt en waarom voor dat bedrag gekozen is.

Maar dat maakt het wel erg ingewikkeld om mensen weg te kapen. Stel, je hebt een talent en die werkt bij een andere partij, en je weet hoeveel die persoon betaalt krijgt. Dan zal je meer moeten bieden en dat kan weer ten koste gaan van de mensen die je al in dienst hebt. ”Maar ook als het aankomt op quota binnen bedrijven, doet IJsland het volgens Monic veel beter. “In Nederland komt er nu een formeel quotum voor vrouwen in de Raad van Commissarissen. Maar alléén voor vrouwen. Dat doen ze in IJsland al jaren veel beter”, zegt Monic. “Daar werken ze met een quota voor zowel mannen, als voor vrouwen. Dan moet je bijvoorbeeld 40% mannen en 40% vrouwen in dienst hebben en van de overige 20% mag je zelf weten hoe je die invult.”

 

Bluf!

Een belangrijk onderdeel van onderhandelen is bluffen. Daar voelen mannen zich over het algemeen meer in thuis dan vrouwen. “Bluffen is heel normaal in een mannenomgeving. Als mannen gaan vissen en ze vertellen vervolgens hoe groot die vis was, is die vis altijd veel groter dan hij in het echt was. En dan hebben ze een hoop lol met elkaar.”
Maar bluffen past volgens Monic he-le-maal niet in een vrouwenomgeving. “Stel je voor, vrouwen gaan met elkaar vissen. En één van de dames gaat vertellen dat de vis groter is dan hij feitelijk was. Dan vinden die andere vrouwen haar gewoon minder leuk. Zo ontstaat ook het krabbenmandeffect: dat vrouwen elkaar naar beneden gaan trekken.”

Vrouwen hebben eerder de neiging om zich bescheiden en kleiner op te stellen. “Dat is nou eenmaal hoe je je gedraagt in een vrouwencultuur”, aldus Monic. Maar heel veel bedrijven zijn masculien ingericht en dus is de kans groot dat je, als vrouw, alsnog in een mannencultuur aan het werk gaat. En daar hoort bluffen bij. “Alleen dat is het spannende. Dat op het moment dat je gaat bluffen, er ook zal worden gekeken van ’ja, maar je bent wel een vrouw. Dus we gaan wel even testen of dat ook allemaal klopt.’ En dan gaan ze je uitdagen in de hiërarchie, wat ook heel masculien is. Want in een vrouwenomgeving bestaat er in feite geen hiërarchie, behalve over uiterlijk. Maar niet over werk, dus je mag niet beter zijn dan een ander. Terwijl mannen juist worden gestimuleerd om beter te zijn.”

Man vs vrouw

Volgens Monic zijn mannen dan ook veel beter in competitie, in durven winnen, in durven verliezen en ook dát heeft weer te maken met onderhandelen. “Je vraagt om iets en je krijgt een ‘nee’. Dan zal een vrouw eerder denken dat ze verloren heeft en opgeven. Terwijl een man denkt ‘Hup, ik ga de volgende ronde in’.”

Uit een onderzoek van Harvard bleek echter dat vrouwen beter zijn in onderhandelen, wanneer ze dit voor iemand anders doen. “Als we dan een vergelijking maken tussen mannen en vrouwen, doen vrouwen het beter. Sommige vrouwelijke advocaten kunnen echt als een pitbull voor jouw belangen opkomen. Maar dat komt omdat ze dat voor een ander doen. Als het gaat over onderhandelen voor jezelf, zoals bijvoorbeeld over je salaris, dan vinden vrouwen het veel moeilijker. Dan komt er veel meer tussen te staan zoals ‘Ik moet wel aardig gevonden worden’, ‘Straks krijg ik die baan niet’, of ‘Straks lig ik eruit’”, aldus Monic.

Als het gaat over vertellen wat je allemaal bereikt hebt, hebben mannen de neiging om dat nog wat te vergroten, waar vrouwen hun prestaties vaak verkleinen. Dat heeft volgens Monic met bescheidenheid te maken. “Wat ik bij heel veel trainingen merk als ik vrouwen vraag om over hun resultaten te vertellen, is dat ze het heel lastig vinden omdat ze dan het gevoel hebben dat ze aan het bluffen zijn. Terwijl het enige wat ze doen, is gewoon vertellen wat ze concreet gerealiseerd hebben. Maar dat voelt dan al alsof ze aan het bluffen zijn.”

Tips voor je volgende onderhandeling

Zoals Monic zegt, de onderhandelingen beginnen pas na de eerste ‘nee’. “Niet tijdens de voorbereiding, niet bij binnenkomst. Wees voorbereid op je eerste nee. Misschien zegt je leidinggevende ‘Er komt een financiële crisis aan, dus we hebben geen geld.’ Dat is dan je eerste nee. En dan benoem jij een argument waarom je dat wel waard bent. ‘Ook in een crisis is het belangrijk om talent te betalen’ en dan houd je je mond dicht. Dat is de kracht van de stilte. Vervolgens komt er weer een argument: ‘Ja, als ik jou opslag geef, dan moet ik Pietje ook geven.’ Een tweede nee. En dan kom jij ook weer met een argument: ‘Het gaat over mij, niet over Pietje’ en dan houd je je mond weer.”

Het is dus ook belangrijk dat je niet in één keer al je argumenten op tafel gooit. “Dan heb je geen voer meer voor de volgende rondes. Onderhandelen betekent dat je allerlei rondes ingaat, dus je moet voorbereid zijn op vijf, zes, zeven, misschien wel acht keer een ‘nee’. Als je al je argumenten in het begin al geeft, dan ga je jezelf herhalen en dan word je een zeur.”

Ook is het belangrijk om bij te houden wat je concreet gerealiseerd hebt. “Mijn tip aan alle vrouwen is: houd al je resultaten wekelijks bij en stuur het af en toe door naar je leidinggevende. Ga er niet vanuit dat hij/zij weet wat jij allemaal realiseert, want dat kost hem/haar veel te veel tijd en werk. Als je dit zelf doorstuurt, dan help je je leidinggevende ook weer bij het beoordelen van jouw werk. Dat maakt het een stuk makkelijker om jou een goede beoordeling en dus een dito salaris te geven.”

 

                                                                        In Touch Female Leadership and Carreer Academy

In de beginjaren lag de focus op de zoektocht naar vrouwelijk talent, een bemiddelingsbureau speciaal voor vrouwen. Maar sinds 2002 ligt de focus veel meer op het trainen en coachen van ambitieuze vrouwen.Toen Monic en partners in 2004 benaderd werden door een uitgever, met de vraag of ze een boek wilden schrijven, hebben ze daar gelijk ja op gezegd. “Wat in het kader van onderhandelen natuurlijk heel stom is, hè, want op het moment dat je ja zegt kun je niet meer onderhandelen”, aldus Monic. In 2007 kwam het boek Stratego voor vrouwen uit en werd in 2008 genomineerd voor managementboek van het jaar.

“Vanaf dat moment zijn we eigenlijk omgeschakeld van werving en selectie, naar het trainen en coachen van vrouwen. Maar ook om organisaties zo ver te krijgen dat ze aantrekkelijk zijn voor vrouwen. ”Naast Stratego voor vrouwen heeft Monic, in samenwerking met partners van In Touch, nog andere boeken geschreven. Zoals Onderhandelen voor vrouwen, Sterke mannen, slimme vrouwen en Vrouwen bluffen niet. Ook worden er bij In Touch veel trainingen gegeven, een-op-een en in groepen, op gebied van ongeschreven regels, waaronder onderhandelen. Volgens Monic moet je als vrouw niet veranderen in een man, maar je moet je wel realiseren dat er spelregels zijn. “Als je goed meespeelt, dan krijg je meer invloed en meer salaris. En dan kun je de spelregels gaan veranderen, uiteindelijk.”


zwaar werkregeling loonsverhoging

Zwaar werkregeling en loonsverhoging belangrijk voor UTA

FNV Bouwen & Wonen deed onderzoek naar de wensen van werknemers voor de cao Bouw & Infra 2021. Van de respondenten is maar liefst 49 procent UTA. Veruit de belangrijkste wensen die uit het onderzoek naar voren komen zijn de zwaar werkregeling voor UTA om eerder te kunnen stoppen met werken, en een loonsverhoging.

De vragenlijst van FNV Bouwen & Wonen werd ingevuld door werknemers van zowel kleine, middelgrote, en grote bouwbedrijven. Van de UTA respondenten, bestaande uit zowel leden als niet-leden, is 30 procent onder de 35 jaar.

Zwaar werkregeling ook voor UTA’ers

UTA-medewerkers vinden het zeer belangrijk dat zij ook onder de zwaar werkregeling komen te vallen. Nu is deze regeling alleen nog voor bouwplaats-medewerkers. Dit onderwerp leeft meer bij de werknemers boven de 45 jaar, maar wordt ook door medewerkers onder de 45 gesteund. Zij zien op de werkvloer dat hun oudere collega’s het niet volhouden. Een jonge werknemer zegt daarover: “Oudere collega’s in de UTA moeten dezelfde kans krijgen om vervroegd uit te treden. Zij zijn na hun 60e ook gewoon op met deze werkdruk.”

"De keuze om UTA uit te sluiten van de zwaar werkregeling is een onderschatting van ons werk"

De werkdruk is al jaren lang te hoog  en het harde werken eist haar tol. In het onderzoek komen we verschillende reacties tegen. “Als asfaltuitvoerder werk ik veel ’s nachts en in de weekenden, dat is zeer vermoeiend,” verteld een UTA’er in het onderzoek. Iemand anders stelde: “De keuze om UTA uit te sluiten van de zwaar werkregeling is een onderschatting van ons werk, want ook wij doen zwaar werk.”

Een ander veel gehoord probleem komt vanuit de UTA-werknemers, die aan het begin van hun loopbaan jarenlang als bouwplaatswerknemer werkten. Een dubbele uitputtingsslag. Deze mensen kunnen nu niet eerder stoppen met werken. Zo vertelt een werknemer: “Ik zit sinds een paar jaar in de UTA, na eerst 20 jaar zwaar lichamelijk werk geldt nu dat mijn werk geestelijk zwaar en veel is. Ik vind het niet eerlijk dat ik dan nu de optie niet krijg om eerder te stoppen.” En: “Op mijn 15e begon ik al in de bouw, 45 jaar werken op de bouwplaats en als UTA-er is meer dan genoeg.”

"Ik werk nu al 46 jaar! Op papier moet ik nog 5 jaar werken."

Deze uitspraken worden vaak ondersteund met de uitleg dat veel medewerkers lichamelijke klachten krijgen en doorwerken tot 67 jaar te lang vinden: “Ik werk nu al 46 jaar! Op papier moet ik nog 5 jaar werken. Daar zie ik wel een klein beetje tegenop. Zeker met de werkdruk die er is. Ook al vind ik mijn werk hartstikke leuk en word ik gewaardeerd door mijn collega's.”

Relatief jonge werknemers vinden loonsverhoging belangrijk

UTA-medewerkers stellen dat er ondanks de economische situatie meer dan genoeg werk is: “Gewoon een goede loonsverhoging, men kan wel zeggen dat het crisis is maar daar merk je op de bouw niks van. Er moet gewoon gewerkt worden.” Daarnaast viel op dat relatief jonge werknemers vaker aangeven dat een loonverhoging voor hen belangrijk is. Een werknemer geeft daarvoor als reden: “Ik ben nog jong. Pensioen en de zwaar werkregeling zijn voor mij nog wat verder weg, een loonsverhoging is voor mij concreter. Volgens mij gaat het nog steeds goed in de bouwsector er is genoeg werk, nu en straks.”

Andere onderwerpen

Een loonsverhoging en aanspraak op de zwaar werkregeling zijn niet de enige onderwerpen die de deelnemers in het onderzoek aankaarten. Ook veilig en gezond werken, het terugdringen van de werkdruk, betaalde reistijd en betaalde overuren vinden de UTA’ers belangrijke thema’s. Een andere wens uit het onderzoek is “dat de bouw aantrekkelijk wordt voor vrouwen.”

"De werkdruk was al hoog en er is een tekort aan personeel. Vanuit de werkgever wordt daar niet genoeg aan gedaan.”

Zoals bekend, is de aanhoudende hoge werkdruk voor veel werknemers te hoog. Dit blijkt ook uit de onderzoeksresultaten. In coronatijd neemt de werkdruk voor de thuiswerkers eerder toe dan af. Een reactie luidt: “Bij ons op het werk zijn er nu vaker mensen ziek. Dan moeten we met nog minder personeel hetzelfde doen, want het werk is niet minder geworden. De werkdruk was al hoog en er is een tekort aan personeel. Vanuit de werkgever wordt daar niet genoeg aan gedaan.”

De resultaten van het onderzoek worden meegenomen naar de komende onderhandelingen voor een betere Bouw en Infra cao. De onderhandelingen beginnen op 18 januari 2021. Bekijk via deze link al onze voorstellen voor de cao Bouw en Infra 2021.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws door je hier aan te melden voor onze Nieuwflits.


volle orderportefeuilles

Nog volle orderportefeuilles in de Bouw & Infra

Vandaag heeft Hans Crombeen, FNV-onderhandelaar van de komende cao Bouw & Infra, een eerste verkennend gesprek met de werkgevers. De echte onderhandelingen beginnen op 18 januari. Belangrijk bij de onderhandelingen is te bepalen hoe jouw sector er economisch voor staat. We hebben uitvraag gedaan en kregen veel reacties van jullie. We hebben het beeld dat de orderportefeuilles nog goed gevuld zijn.

Wij hebben in oktober en eind november / begin december een uitvraag gedaan over de gevolgen van de coronacrisis voor jouw werk. De reacties op de uitvraag in oktober zijn voor de helft afkomstig van bouwplaatswerknemers en voor de helft van UTA-werknemers. Bij de laatste uitvraag is het grootste deel van de reacties van UTA-werknemers afkomstig. Juist zij hebben goed zicht op de personeelsbezetting, werkvoorraad en winstmarges. Ze geven aan dat het druk is, ze zien volle orderportefeuilles.

2020 was een goed jaar

Vanuit bouwondernemingen zijn veel reacties gekomen, vanuit de infra iets minder. In 2020 was er voldoende werk en genoeg projecten in de orderportefeuilles. Ook geven jullie aan dat de winsten goed zijn, maar de marges staan wel onder druk. Volgens sommigen komt dit laatste door de hoeveelheid cao’s die in de sector worden toegepast (schoonmaak, landbouw, transport, uitzend).

Veel orders voor 2021

Over het algemeen wordt gerapporteerd dat de orderportefeuilles voor 2021 goed vol zitten. Dit geldt bij een aantal bedrijven ook al voor 2022.

Het gaat goed met de werkgever. Er is voldoende werk. Er zijn zelfs nieuwe collega’s bij gekomen. Financieel is het niet anders dan voorgaande jaren.

Cijfers van het EIB

Aan het begin van de coronacrisis deed het EIB, het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid, negatieve voorspellingen voor de sector in 2020. Deze hebben ze pasgeleden -ondanks de aanhoudende coronacrisis- naar boven moeten bijstellen. De bouw heeft tenslotte niet stil gelegen. Jullie sector kwam als een van de eerste met het protocol “Samen veilig doorwerken”. Jullie hebben het hele jaar doorgewerkt (waarvan een groot deel UTA’ers vanuit huis) en doen dat nog steeds.

Het EIB heeft eind dit jaar opnieuw een somber vooruitzicht geschetst voor 2021. Zoals hierboven al aangegeven, komt dit beeld niet overeen met jullie reacties op de uitvraag. Integendeel, een aantal bedrijven heeft al een volle orderportefeuille voor 2022.

Waardering die je verdient

Er wordt kortom winst gemaakt, niet overal evenveel, maar slecht gaat het niet. Het merendeel van de bedrijven heeft goed gevulde orderportefeuilles. Het kabinet heeft de werkgevers gesteund, ook de bouw heeft flinke injecties gehad. Nu jullie nog. Jullie doen je werk al maandenlang in moeilijke omstandigheden met corona, het is tijd dat jullie de waardering krijgen van de werkgevers die jullie verdienen.


Onderzoek naar innovatiedrift in de bouwsector

FNV Bouwen & Wonen ziet dat de bouw de komende jaren voor een groot aantal uitdagingen staat. Er moet fors worden gebouwd voor een diversiteit aan doelgroepen. Ook het huidige woningenbestand moet ingrijpend worden verduurzaamd en de kans is groot dat een deel van het kantorenbestand door corona wordt omgekat in woningen. Dit kan niet zonder dat de wijze waarop de bouw is georganiseerd verandert. Hierdoor rijst de vraag: leeft innovatiedrift in de bouwsector?

Technische én organisatorische innovatieslag

Robotisering, digitalisering, BIM, pré-fab, bouwen met hout zijn enkele ontwikkelingen die behulpzaam zijn bij het realiseren van de opgave. Maar en vooral ook andere manieren van organiseren van het werk in de bouw, andere managementtechnieken en betere samenwerking in de keten. Volgens de FNV zijn dit de opgaven waar de bouw voor staat: een grote innovatieslag zowel technisch als organisatorisch, om als sector toekomstbestendig te zijn.

Deelonderzoek door FNV Bouwen & Wonen

Tegen deze achtergrond heeft FNV Bouwen & Wonen het SEO Economisch Onderzoek laten uitzoeken hoe innovatief de bouwnijverheid is.  Het SEO heeft onlangs dit onderzoek gepresenteerd in de publicatie ‘Het Nederlandse innovatielandschap in roerige tijden’. Deze publicatie geeft inzicht in hoe Nederlandse bedrijven omgaan met (a) verantwoord ondernemerschap en innovatie, (b) leiderschap en menselijk-sociaal kapitaal, en (c) de digitale volwassenheid van de organisatie. FNV Bouwen & Wonen heeft tegelijk een deelonderzoek laten uitvoeren. Daaraan deden in totaal 68 deelnemers afkomstig uit de bouwnijverheid mee.

Bouwnijverheid vergeleken met andere sectoren

De belangrijkste resultaten van de bouwnijverheid in vergelijking met overige sectoren zijn:

  • De bouw presteert op de 3 hoofdonderwerpen (verantwoord ondernemerschap en innovatie, leiderschap en menselijk-sociaal kapitaal, digitale volwassenheid) vergelijkbaar als de andere onderzochte sectoren; ​
  • De bouw richt zich vooral op het bedienen van bestaande markten. De bouw zoekt minder naar nieuwe markten, ook wel exploratieve innovatie genoemd. Daarbij wordt opgemerkt dat jonge bedrijven zich het meest bezig houden met het verkennen van nieuwe markten. Er is een kans dat deze jonge bedrijven de bouw ingrijpend (disruptief) gaan veranderen. Vergelijkbaar met wat in andere sectoren gebeurt;
  • De bouw is goed in staat nieuwe digitale technologieën te adopteren. Gelijk als in andere sectoren leidt de adoptie van deze nieuwe technologieën nog niet in alle gevallen tot fundamenteel andere vormen van waardecreatie en andere strategische en/of organisatorische veranderingen;
  • De instabiliteit van de omgeving en het tempo van veranderingen blijkt lager dan in andere sectoren, wat het traditionele karakter van de bouw onderstreept;
  • Tenslotte geven de deelnemers in het onderzoek aan dat managementinnovatie iets lager is dan in andere sectoren. Managementinnovatie is gericht op het implementeren van nieuwe management vormen.

Downloads:
De publicatie 'Innovatie in de bouwnijverheid'
De publicatie 'Het Nederlandse innovatie landschap in roerige tijden'


Studenten vragen zich af: zelf starten of toch solliciteren?

FNV|UTA ontwikkelt een speciaal programma voor young professionals: jonge mensen die hun studie bouwkunde, architectuur of aanverwante opleidingen aan het afronden zijn of net aan het begin staan van hun professionele carrière. Ook voor hen is FNV|UTA een waardevolle partner op het gebied van werk en inkomen! In dit kader vroegen wij Oscar Bulthuis, ondernemer, auteur en docent Ondernemerschap, om een online workshop te geven aan de studenten Bouwkunde van Avans Hogeschool Tilburg over het thema: zelf starten of toch solliciteren?

Oscar vertelt: ‘Hoezeer dit thema leeft bij studenten blijkt al uit de hoge opkomst: er waren maar liefst 45 studenten aanwezig bij deze digitale workshop. Ook uit de vragen bleek duidelijk dat veel van hen zich bewust afvragen of zij – vroeg of laat – de stap zullen zetten naar het zelfstandig ondernemerschap.’

Praktisch en persoonlijk
‘Deze workshop geeft studenten meer inzicht in wat er allemaal bij komt kijken als je voor jezelf wilt starten. Niet alleen in praktische zin, zoals bijvoorbeeld de rechtsvorm die je kiest, maar ook: past het bij je karakter?’

Oscar legt uit: ‘Je kunt ondernemerschap en werknemerschap vanuit verschillende visies benaderen. Wat zijn de voordelen, wat zijn de nadelen? Daar horen veel praktische zaken bij, zoals vakantiedagen en doorbetaald krijgen als je ziek bent. Als ondernemer betaal je bijvoorbeeld belasting achteraf, over je winst en je omzetbelasting. Daar moet je wel rekening mee houden, anders kom je behoorlijk in de problemen.’

Past het bij je karakter?
‘Maar ook je mindset is belangrijk. Als ondernemer moet je om kunnen gaan met onzekerheid. Je moet over een behoorlijke dosis zelfdiscipline beschikken en outgoing zijn. Profileren en netwerken zijn vaardigheden die veel ondernemers echt nodig hebben.’

Ondernemendheid telt
Maar Oscar onderkent ook overeenkomsten tussen loondienst en ondernemen: ‘Als ondernemer ben je zelf verantwoordelijk voor je ontwikkeling. Je moet bijblijven in je vak en zorgen dat je over de nodige vaardigheden beschikt. Ook dat hoort bij ondernemerschap en eigenaarschap. Maar in deze tijd realiseren young professionals zich maar al te goed dat ‘de baan voor het leven’ niet bestaat. Dus ook al betaalt je werkgever meestal je opleiding, je moet wél ondernemend blijven en zorgen dat jouw ontwikkeling niet stilstaat.’

Vervolg in de toekomst
Oscar besluit: ‘Ik vond het ontzettend leuk en bijzonder om deze workshop te geven aan deze groep studenten. Kennelijk is het onderwerp ontzettend relevant voor hen, want iedereen bleef tot het einde van de workshop aanwezig en er was veel betrokkenheid uit de groep. Ik heb onder de deelnemers nog 5 van mijn boeken verloot: ‘Nooit meer voor een baas je bed uit’. Daar was veel animo voor, ook dat zegt iets over hoe het onderwerp leeft. FNV|UTA ontwikkelt een breder programma voor young professionals uit de bouw, dus dit krijgt zeker een vervolg!’

FNV|UTA biedt leden van FNV  verschillende workshops, waaronder speciale edities voor studenten. Wil jij, als student of docent, ook zo’n workshop voor jouw school of universiteit? Stuur dan gerust een e-mail naar uta@fnv.nl.