uta panel

Meld je aan voor het UTA-panel!

Meld je aan voor het UTA-panel!

Jouw mening en ideeën zijn belangrijk voor ons. Als UTA’er weet jij precies wat er speelt bij jouw werkgever en in jouw vakgebied. Daarom leggen wij eens per kwartaal een vragenlijst voor aan het UTA-panel, met onderwerpen die voor jou als UTA’er interessant en relevant zijn. Als panellid kun je meedoen aan onderzoeken en discussies en heb je dus invloed op de strategie van FNV|UTA.

Wat precies?

Het UTA-panel bestaat uit zowel FNV-leden als niet-leden en UTA’ers in verschillende levensfasen en functiegroepen. De vragen die aan het panel gesteld worden, kunnen gaan over arbeidsvoorwaarden, onze dienstverlening en communicatie uitingen, digitalisering en ontwikkelingen in de bouw, je loopbaan, inkomen en de werk- en privé balans. Je kunt je ook aanmelden voor het panel dat specifiek gericht is op vrouwen in de bouw.

Met behulp van jouw inzichten kunnen wij onze dienstverlening verbeteren. Daarnaast draag je bij aan de ontwikkeling van beleid en zorg je ervoor dat vooral dingen delen die voor jou als UTA’er interessant zijn. Kortom, met jouw inzichten kunnen wij onze strategie beter afstemmen op jouw wensen. Wil je ook lid worden van het UTA-panel? Meld je dan aan!

UTA Panel knop

Zo werkt het

Als je je hebt aangemeld voor het panel, ontvang je kort daarna een eerste enquête. In deze enquête vragen wij jou naar enkele gegevens en voorkeuren, zoals geslacht, leeftijd en functiegroep. Op deze manier kunnen wij jou vooral enquêtes toesturen die jij ook interessant vindt om in te vullen.

Daarna zullen wij jou vier keer per jaar uitnodigen om deel te nemen aan een onderzoek. De lengte van de vragenlijst zal per keer verschillen. We doen natuurlijk wel ons best om ze zo kort mogelijk te maken.

Je bent nergens toe verplicht. Als je het onderwerp niet interessant vindt, of als je geen tijd hebt, mag je natuurlijk besluiten om niet mee te werken aan het onderzoek. Je blijft dan gewoon onderdeel van het panel. We hopen dat je bij het volgende onderzoek wel weer van de partij bent.

FNV-lid en meer bijdragen?

Als FNV-lid kan je je ook aanmelden om onderdeel uit te maken van de kerngroep. Naast het leveren van input kan je op deze manier ook echt bijdragen aan de uitvoering van de strategie van FNV|UTA. Jij wordt ons aanspreekpunt bij campagnes en raakt meer betrokken bij bijvoorbeeld cao-onderhandelingen.

Als aanspreekpunt zullen wij jou bijvoorbeeld vragen om flyers uit te delen onder je collega’s. We zijn ook benieuwd naar jouw verhalen en ervaringen. Daarom kan het zo zijn dat we jou eens uitnodigen voor een interview.

Je denkt nu vast: “maar what’s in it for me?”. Als lid van de kerngroep bieden wij jou gratis trainingen. In deze trainingen leer je bijvoorbeeld hoe je jouw collega’s optimaal kunt ondersteunen en hoe jij ook leden kunt werven. Daarnaast kunnen we jou uitnodigen om aanwezig te zijn bij de cao-onderhandelingen. Zo zit je echt dicht op de belangrijke informatie!

Ben je overtuigd? Vul dan het onderstaande formulier in om lid te worden van het UTA-panel.

Aanmelden UTA-panel

Wil jij deel uitmaken van de kerngroep van het UTA-panel? Je wordt ons aanspreekpunt bij campagnes en raakt meer betrokken bij bijvoorbeeld cao-onderhandelingen. Zo zit je bovenop de laatste ontwikkelingen in je sector!

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je vier keer per jaar een vragenlijst te sturen.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.

Aanmelden UTA-panel

Wil jij deel uitmaken van de kerngroep van het UTA-panel? Je wordt ons aanspreekpunt bij campagnes en raakt meer betrokken bij bijvoorbeeld cao-onderhandelingen. Zo zit je bovenop de laatste ontwikkelingen in je sector!

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je vier keer per jaar een vragenlijst te sturen.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Tessa Meij: ‘Prefab heeft negatief imago’

De bouw heeft Tessa Meij altijd getrokken, omdat het een mooie combinatie van het inzetten van creativiteit en de technische mogelijkheden. "Overal om ons heen is het belang van de bouw te zien. Het is mooi om te mogen bijdragen aan deze gebouwde omgeving." FNV|UTA interviewde Tessa over de belangrijkste bevindingen uit haar afstudeeronderzoek.

Tessa Meij is afgestudeerd aan de Technische Universiteit Delft. Haar afstudeeronderzoek tijdens haar opleiding Management in the Built Environment ging over de mogelijkheden die industrialisatie van de woningmarkt biedt. Over dit onderwerp heeft ze veel kennis opgedaan tijdens haar periode bij Heijmans. De hoofdvraag van het onderzoek was: "Welke aanpassingen zijn nodig in het proces om de productie van industriële woningen op te schalen in Nederland?"

Onderzoek

Tessa meij
Tessa Meij

Tessa: "Na overleg met mijn begeleider prof. Peter Boelhouwer ben ik tot het onderwerp industrieel bouwen gekomen; een relevant onderwerp met de huidige forse bouwopgave. Tijdens mijn onderzoek heb ik verschillende partijen geïnterviewd en ben ik begeleid vanuit Heijmans. Ik heb voor Heijmans gekozen omdat zij één van de partijen zijn die stappen aan het zetten zijn rondom industrialisatie van de woningbouw. Maar ook andere partijen hebben bijgedragen aan mijn onderzoek." In haar scriptie wijst Tessa op het belang van kennisdeling in de sector en op de noodzaak van een cultuurverandering binnen de bouw. Dit jaar won Tessa een prijs die het Ministerie van BZK sinds 2017 uitreikt voor de meest originele en beleidsrelevante wetenschappelijke masterscriptie op het terrein van de woning- en vastgoedmarkt.

Negatief imago

Eén van de dingen die Tessa opviel voorafgaand aan haar onderzoek is dat er in Nederland een negatief imago heerst over prefab bouwen. De gedachte is namelijk al snel dat dit samengaat met grootschalige nieuwbouw met maar weinig variatie in architectuur. Daarbij heerst het beeld van de Vinex-wijken in Nederland. Dat is volgens Tessa niet terecht: "Er bestaat veel verwarring bestaat over de term industrieel bouwen. Velen denken dat we al industrieel bouwen door het gebruik van prefab materialen. Echter is Prefab al zeker 50 jaar de standaard, en gaat industrialisatie veel verder. Het off-site produceren van losse onderdelen is niet de enige innovatie die we nodig hebben voor industriële woningbouw. Industrieel bouwen gaat over de industrialisatie van het product en het proces. Dit betekent een fabrieksmatige aanpak (herhalen, automatiseren, robotiseren, voorwaardelijke omstandigheden) en innovatie in het product (gestandaardiseerde variatie, digitalisering)."

Visualisatie 'Verbandontwikkeling Industrieel Bouwen' uit het onderzoek van Tessa Meij.

"Om dit productieproces in gang te zetten, moeten bouwers investeren in de realisatie van een fabriek. Dit betekent een hoge eenmalige investering, die daarom alleen is weggelegd voor de grotere organisaties en pas rendabel wordt vanaf een minimale productie. De omvang van deze investering zorgt voor aarzeling bij bedrijven, want ze moeten toekomst zien in de markt om deze stap te durven maken. Een aantal bouwers hebben al een industrieel product ontwikkeld, maar zij lopen tegen het probleem dat het productieproces nog niet klaar is voor opschaling. In dit proces zijn nog verschillende andere actoren betrokken, zoals woningbouwcoöperaties, investeerders en publieke partijen. Tussen deze verschillende partijen is momenteel nog gebrek aan structurele samenwerking met verschillende belemmeringen om optimaal gebruik te maken van het productieproces." Aldus Tessa.

Versnippering

De bouw is erg versnipperd en er werken veel partijen, die allemaal gewend zijn op hun eigen manier te werken. Tessa: "Als je kijkt naar de informatiesystemen die worden gebruikt dan kun je vaststellen dat veel bedrijven hun eigen systemen hebben. Kennisdelen en samenwerken is dan lastig, want deze systemen communiceren niet altijd even makkelijk met elkaar. Misschien nog belangrijker dan dit technische deel is dat er in de bouwsector geen cultuur bestaat van kennisdelen en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor projecten."

In de bouw lopen de grote bedrijven voorop en is het voor kleinere bedrijven lastig om investeringen te doen die noodzakelijk zijn. "Ik kan me voorstellen dat grote bouwfabrieken, waarvan er nu enkele in aanbouw zijn, uiteindelijk producten gaan maken voor andere bouwbedrijven die niet over deze mogelijkheden beschikken," zegt Tessa. "Voorwaarde voor een goed functionerende fabriek is dat er voldoende vraag is naar huizen en dat de industriële productie van huizen op gang komt. Duidelijk is dat de overheid en corporaties hierbij een belangrijke rol spelen als opdrachtgever."

Betrokkenheid medewerkers

Volgens Tessa zijn medewerkers door de verschillende lagen nog te weinig betrokken bij de ontwikkelingen rondom industrieel bouwen. "Industrieel bouwen heeft impact op werkzaamheden van medewerkers, alle partijen zullen een nieuwe rol aannemen in het proces. Voor medewerkers van de bouwbedrijven kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het werken in een ploegdienst in de fabriek. Om een fabriek rendabel te laten draaien ligt een 24/7 productie voor de hand, echter in de bouw wordt normaliter niet met een ploegendienst gewerkt. Het bouwen in de fabriek heeft als voordeel dat werkzaamheden minder zwaar en veiliger zijn. Je kunt je wel afvragen wat het effect hiervan is op de kwaliteit van het werk. Zal dit werk nog wel uitdagend genoeg zijn voor medewerkers?"

Onderdeel van de industrialisatie van de bouw is de rol van digitalisering, die steeds belangrijker zal worden. Dit betekent dat data een steeds grotere rol gaat spelen in het bouwproces. Op basis van data wordt het mogelijk om de voorkeuren van klanten inzichtelijk te krijgen en op basis daarvan meer maatwerk te leveren. Deze veranderingen zullen volgens Tessa ook op de bouwplaats te zien zijn: "Over 10 jaar zal het werken op de industriële bouwplaats er heel anders uitzien dan op de huidige traditionele bouwplaats is mijn verwachting. Niet alleen in de manier van bouwen van traditioneel naar industrieel, maar ook het kunnen werken met digitale apparatuur.  Het is van belang om medewerkers mee te krijgen in deze slag naar digitalisering."

Toekomst

Industrialisatie zal in de aankomende jaren een steeds groetere rol gaan spelen in de bouw. De vraag naar woningen is de komende jaren groot en industrieel bouwen is één van de manieren waarmee er een die toekomstige vraag voldaan kan worden is de stellige opvatting van Tessa. "Dat vraagt om een forse investeringsslag in het industrieel bouwen, veel meer ketensamenwerking en het meenemen en investeren in de kennis van medewerkers bij deze ontwikkeling."

En de toekomst van Tessa? Na haar afstuderen is zij bij Heijmans Vastgoed aan de slag gegaan. Zij wil de komende jaren vooral inzicht krijgen in het verloop van het gehele bouwproces. Wie werkt er op welk moment in het proces en hoe verloopt de samenwerking? Over enige tijd heeft zij een eigen bouwproject waardoor ze aan den lijve kan ondervinden wat er nodig is om het bouwproces goed te laten verlopen.

Je kunt de scriptie van Tessa hier downloaden.


Krapte op de arbeidsmarkt: een veel besproken fenomeen

George Evers

In deze column vertelt George Evers over zijn visie op de krapte op de arbeidsmarkt. George Evers volgt en agendeert vanuit een werknemersperspectief innovatieve ontwikkelingen in de bouw. Denk daarbij aan datagedreven bouwen, pré fab en digitalisering.

George Evers: "Het zal een ieder inmiddels wel duidelijk zijn dat Nederland te maken heeft met krapte op de arbeidsmarkt. Deze krapte werd op 13 augustus 2022 in een bericht op de NOS site genoemd als de achilleshiel van de maatschappij. Het artikel noemt verschillende oorzaken van deze krapte. De oorzaken zijn heel herkenbaar, maar er vallen wel de nodige kanttekeningen bij te plaatsen.

Kanttekeningen bij de krapte op de arbeidsmarkt

De krapte op de arbeidsmarkt is niet vanzelf ontstaan, maar het is resultaat van beleid of de afwezigheid daarvan. De volgende kanttekeningen plaatsen we bij de krapte op de arbeidsmarkt:

  • De krapte op de arbeidsmarkt is natuurlijk geen nieuw verschijnsel, dat is al jaren bekend. Bij de overheid werd destijds gesproken over de grote uittocht. Sinds de jaren '10 van deze eeuw weten we dat er een grote groep mensen met pensioen zal gaan. Dat gevoegd bij minder instroom van jongeren (ontgroening). Ook in de bouw zien we al jaren dat de gemiddelde leeftijd aan het toenemen is en dat het aandeel oudere werknemers groeit.
    Hoe kan het dat we een kleine twintig jaar verder zijn en we nog steeds de vergrijzing aanhalen als oorzaak van de problemen op de arbeidsmarkt? Wat is er in de tussentijd gebeurd en welke maatregelen zijn genomen? Het lijkt erop dat we al die jaren weinig hebben gedaan met de inzichten rond vergrijzing. Je kunt dat betitelen als beleidsarmoede.
  • De arbeidsproductiviteit blijft achter in vergelijking met andere landen. Dit wordt gepresenteerd als een soort natuurverschijnsel, maar dat is het niet. Nederland is al jaren kampioen flexwerk met veel onzeker en tijdelijk werk. In de bouw is het aandeel zzp-ers fors gestegen na de kredietcrisis van 2008. Denk aan uitzendwerk, platformwerk, zzp-ers, maar er zijn zonder enige twijfel nog vele andere constructies waar medewerkers mee te maken hebben. Dit flexwerk betaalt in de regel minder goed dan medewerkers met een vast dienstverband. Ook is de pensioenvoorziening veel slechter en de mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen zijn doorgaans afwezig. Kortom flexwerk is lekker goedkoop. Deze goedkope arbeid maakt werkgevers lui, want de noodzaak om te investeren in productiviteit bevorderende maatregelen is niet groot. Er is altijd een groot reservoir beschikbaar geweest aan snel inzetbaar en goedkope werknemers. Helaas zien we dat er sectoren zijn, zoals nu de bouw, die aangeven dat werk zo goedkoop mogelijk moet zijn. Werk wordt gezien als kostenpost met als gevolg dat werk verder wordt uitgekleed tot routinematige en kleine taken.
    Als werknemers kunnen kiezen op de arbeidsmarkt vanwege de grote vraag, dan ontstaat er een arbeidsmarktprobleem. Met een focus op de korte termijn en makkelijk geld verdienen was dit te voorspellen.
  • Er zijn sectoren die het extra moeilijk hebben om mensen te werven. Sectoren die op de één of andere manier gelinkt zijn aan de overheid merken dit vooral. We moeten hierbij niet vergeten dat de afgelopen jaren verschillende regeringen hebben ingezet op minder overheid en meer overlaten aan de markt. Met als gevolg dat met minder medewerkers het werk moeten uitvoeren, meer werkdruk, voortdurende bezuinigingen en reorganisaties. In de bouw is er ook de neiging om zo goedkoop mogelijk te produceren, omdat de ‘markt’ dat nu eenmaal vraagt. Bedenk daarbij dat een groot deel van de vraag naar woningen is afkomstig van de overheid.
    Of dat nou ideaal is om prettig te werken is de vraag.
  • Zinvol werk. Medewerkers stellen steeds meer eisen aan de inhoud van het werk. Werk moet bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling met het oog op het behoud van een duurzame positie op de arbeidsmarkt. Zinvol werk, kunnen samenwerken met anderen en werk dat een beroep doet op eigen verantwoordelijkheid zijn elementen die werk aantrekkelijk maken. Daarbij is het niet van belang wat voor soort werk de medewerker uitvoert, kenniswerk of werk dat een beroep doet op praktische vaardigheden. Goede inhoud van het werk is voor iedereen heel relevant.
    Nu de veranderingen in het werk snel gaan (onder andere door digitalisering) is er een grote noodzaak om in kennis en vaardigheden van medewerkers te investeren. De karige paar procent die werkgevers beschikbaar hebben voor opleiden en ontwikkelen is wel wat mager. Misschien moeten we het maar eens hebben over dat minimaal 10% van de loonsom beschikbaar moet zijn voor opleiden en ontwikkelen. Uiteraard naast andere goede arbeidsvoorwaarden. Het wordt tijd dat serieus werk wordt gemaakt van het vergroten van de kennis en vaardigheden van medewerkers. Dat maakt werk aantrekkelijk.

Krapte op de arbeidsmarkt vraagt om visie

Er zijn vele redenen waarom we te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt. Dit is geen natuur verschijnsel, maar heeft te maken met visie en beleid. Laten we hebben over de visie op zinvol werk en over wat er nu gedaan kan worden om de krapte aan te pakken."

 


BINX: bouwen als een dienst

De Nederlandse bouwsector ontwikkelt zich in rap tempo. Reden voor FNV | UTA om in gesprek te gaan met Ruth Feenstra (HR adviseur). Zij is werkzaam bij het innovatieve bouw- en installatiebedrijf BINX Smartility. Binnen BINX is zij bij innovatieve ontwikkelingen betrokken vanuit de visie dat innovatie grotendeels wordt gedragen door de medewerkers. En dat is het deel waar zij vanuit Mens en Organisatie verantwoordelijk voor is.

Digitalisering

Ruth Feenstra

Innovatie staat bij BINX hoog in het vaandel, het behoort tot het DNA van het bedrijf. Er is een innovatiemanager aangesteld, die onder andere kijkt naar ontwikkelingen in andere branches om na te gaan wat kan worden overgenomen voor het eigen bedrijf. Volgens Ruth is het innoveren niet zozeer plannen maken en aan het papier toevertrouwen, maar vooral uitproberen en experimenteren. ‘Medewerkers krijgen daarvoor de ruimte want zij mogen een deel van hun werktijd besteden aan het bedenken en uitwerken van innovaties. Door medewerkers op deze manier te faciliteren is er een innovatieve cultuur ontstaan bij BINX, geeft Ruth aan.

Werken met BIM en het uitgangspunt van eerst digitaal bouwen voordat een gebouw daadwerkelijk wordt neergezet is bij BINX de gewoonste zaak van de wereld. Op de bouwplaats heeft de uitvoerder de beschikking over een groot scherm waarop het digitale bouwmodel bekeken wordt. Wat overigens niet betekent dat er op de bouwplaats geen papieren versies van tekeningen worden gebruikt. Ruth: ‘Niet alle partijen met wie we samenwerken kunnen op dit moment al volledig digitaal werken. Ik verwacht wel dat we de komende jaren steeds vaker van onze samenwerkingspartners afspraken maken dat zij digitaal meebouwen. Als een partij dat niet kan of wil leren, dan worden zij voor ons een minder interessante partij.’

Slimme gebouwen

Bij BINX Smartility verwachten ze dat slimme gebouwen (smart buildings) de toekomst hebben. Ruth geeft hierop een toelichting: ‘Slimme gebouwen kenmerken zich door de aanwezigheid van installatietechniek en aanvullende sensoren, die een groot aantal metingen vastleggen. Deze techniek en sensoren generen data die we opslaan in een datawarehouse. De data laten zien wat de situatie is in de gebruiksruimten, zoals de hoeveelheid CO2 en de temperatuur feitelijk doet. Het mooie is dat de gebouweigenaar met de data het gebouwgebruik kan optimaliseren. Ik geef enkele voorbeelden: de eigenaar kan verwarming van ruimten beter afstemmen op de aanwezigheid van gebruikers. Dus de ruimte pas gaan verwarmen als het nodig is in plaats van het hele gebouw standaard verwarmen vanaf een bepaald tijdstip. Dit leidt tot beduidend minder energieverbruik en we weten hoe hard nodig dat is op dit moment. Maar het is ook mogelijk om met gebruiksdata de schoonmaakwerkzaamheden beter af te stemmen op het feitelijke gebruik. Uit de data waarover we nu beschikken blijkt dat toiletten op hogere etages doorgaans minder intensief gebruikt worden dan op de begane grond. De gebouweigenaar kan besluiten om het schoonhouden meer te concentreren op die delen van het gebouw waar de schoonmaakbeleving het hardst nodig is.’

BINX beheert alle data van een gebouw en kan de klant adviseren over de exploitatie (beheer & onderhoud). De klant kan daarvoor een abonnement afsluiten bij BINX. Op het moment dat veel klanten hun data zo laten analyseren door BINX is het mogelijk om patronen te ontdekken in het gebruik van gebouwen, ook wel machine learning genoemd. De eigenaar kan daarmee facilitaire diensten en onderhoud effectiever organiseren en daarmee kosten besparen. Zo ver is het overigens nog niet, maar dit is wel het perspectief.

‘Wat wij zelf leren uit de data is het efficiënter maken van een gebouwontwerp door dit beter af te stemmen met het gebruik. Neem weer het voorbeeld van de toiletten. Het ligt voor de hand om op de begane grond meer toiletten op te nemen in het gebouwontwerp en op andere verdiepingen minder. Afhankelijk van de geldende eisen. Ik verwacht dat als we kunnen beschikken over meer data het nog beter het gebouwontwerp kunnen optimaliseren’, aldus Ruth.

Het werken met grote hoeveelheden data, deze te analyseren en conclusies aan te verbinden voor ontwerp, beheer en onderhoud vraagt om een nieuwe functie. Bij BINX is dat de smart building engineer.  Een functie die nog niet voorkomt in de huidige cao.

Als we kijken naar de ontwikkeling van slimme gebouwen en het inzetten van de vrijkomende data, dan is de conclusies dat deze data leiden tot nieuwe en andere vormen van diensten door bouwbedrijven. Het bouwen gaat over in het leveren van datadiensten aan gebruikers.

 

BINX Smartility is een bouw- en installatiebedrijf met vestigingen in Groenlo en Rotterdam. Het bedrijf is ontstaan uit twee moederbedrijven en heeft als doel het vergroten van de innovatiekracht. Het bedrijf richt zich op het ontwerpen en realiseren en onderhouden van utiliteitsgebouwen. Voor uitvoerende werkzaamheden werkt BINX samen met andere bedrijven. De beide vestigingen van BINX kennen dezelfde administratieve processen en ICT systemen. Bij het bedrijf werkt alleen UTA personeel. BINX heeft ervoor gekozen om de Bouw en Infra cao te volgen voor de medewerkers met de opmerking dat niet alle functies die het bedrijf kent terugkomen in de cao. Denk bijvoorbeeld aan de drone vlieger, die met een drone een complete scan maakt van een (bestaand) gebouw. De verwachting is dat door nieuwe innovaties de komende jaren meer functies ontstaan die op dit moment niet voorkomen in de cao.


Digitalisering in de bouw is niet meer weg te denken

Digitalisering in de bouw is niet meer weg te denken

De bouw moet de komende jaren meters maken: opschalen naar 100.000 woningen per jaar bouwen, bouwen voor verschillende doelgroepen, en het verduurzamen van woningen. Iedereen in de bouwwereld ziet in dat dat niet kan zonder het bouwproces ingrijpend te vernieuwen en te veranderen. In de kern komt het neer op het zoveel mogelijk digitaliseren van het bouwproces, data gedreven bouwen en het industrialiseren van de bouw.

Werken in de bouw gaat er anders uitzien, wel met de aantekening dat er nog veel in ontwikkeling is. FNV Bouwen &Wonen volgt deze ontwikkelingen op de voet om een vakbondsperspectief te ontwikkelen.

Slim bouwen en beheren

In een notendop gaven we het al aan. Het digitaliseren van de bouw gebeurt in een hoog tempo: wie een bouwbeurs bezoekt ziet dat er vele innovaties worden gedaan in de bouw. Om een voorbeeld te geven: het parametrisch ontwerpen. Waar de ontwerper voorheen zelf een gebouw ontwierp en alle elementen intekende, zien we dat bij het parametrisch ontwerpen een groot deel van het ontwerpen is gedigitaliseerd. De ontwerper geeft verschillende parameters in (zoals omvang gebouw, vloeren, ramen etc.) en een computerprogramma ontwerpt het gebouw en rekent door welke materialen nodig zijn. Het spreekt voor zich dat dit een model oplevert waar de ontwerper en later de klant, virtueel door heen kan lopen.

Data in de bouw gaat een steeds grotere rol spelen bij het ontwerp, de uitvoering, het onderhoud en beheer en bij het hergebruik van materialen. BIM (Bouw Informatie Management) speelt een aanjagende functie bij het data gedreven bouwen. Bouwen vindt twee keer plaats: één keer keer digitaal en één keer fysiek. De term digital twins komt hierbij steeds vaker voor. Door eerst digitaal te bouwen wordt nagegaan of het gebouw helemaal klopt, het ontwerp geen tegenstrijdige elementen heeft en bekend is welke materialen nodig zijn. Met BIM bots kan het ontwerp getoetst worden aan geldende regelgeving om ervoor te zorgen dat het ontwerp daaraan voldoet. De laatste stap is het bouwen zelf, waarbij met dronebeelden de voortgang in de gaten wordt gehouden. Door het aanbrengen van sensoren in het gebouw is het na de bouw mogelijk om onderhoud en beheer efficiënt in te richten.

Fabrieksmatig bouwen

Een andere ontwikkeling die FNV Bouwen & Wonen ziet is fabrieksmatig bouwen. Dat kan gaan om complete woningen of om delen van woningen. Men vervoert deze woningen naar de bouwplaats en zet ze hier in elkaar. Bouwen op locatie wordt daarmee steeds meer assemblage werk. Bij complete woningen is het aansluiten op de infrastructuur een kwestie van plug-and-play. Bouw en installatie zijn steeds minder van elkaar te onderscheiden. Het bouwen in de fabriek vraagt om programmeurs en operators, die robots en/of machines bedienen.

Niet al het bouwen zal op deze manier gaan verlopen. Nederland kent een forse woningvoorraad en een deel daarvan vraagt om traditioneel onderhoud. De aloude vakman in de bouw verdwijnt niet helemaal. Maar als het gaat om renovatie en nieuwbouw, nemen we aan dat de traditionele vakman steeds minder zullen zien.

Ander werk in de bouw

Zoals hierboven al benoemd: Werk in de bouw verandert en gaat nog meer veranderen. En het digitaliseren zal voortdurend zijn omdat de innovaties permanent zijn. Dat vraagt veel van medewerkers: zij zullen steeds weer nieuwe vaardigheden moeten leren om bij te blijven bij de vernieuwingen. Bouwbedrijven moeten fors investeren in de kennis en vaardigheden van hun medewerkers. Niet alleen via trainingen en cursussen, maar ook in en tijdens het werk. We zien dat daar de schoen wringt. Er zijn te weinig mensen in de bouw, waardoor iedereen zoveel mogelijk ‘aan het werk’ is. Maar het is een vergissing om alleen op de korte termijn te kijken, want daarmee is het risico de aansluiting op de vernieuwing te missen. Het is noodzakelijk dat alle partijen zich goed realiseren dat investeren in medewerkers van groot belang is.

Het gaat niet alleen om het investeren in mensen, maar ook om het investeren in innovatieve organisatievormen. Het digitaliseren van het bouwproces leidt tot veel meer samenwerken binnen bedrijven en tussen bedrijven. Samenwerken op basis van vertrouwen in elkaar vormt de basis, waarbij medewerkers gezamenlijk voldoende mogelijkheden hebben om beslissingen te nemen in en over hun werk. Technologische innovaties moeten samengaan met sociale innovaties. We roepen partijen daarom op om serieus werk te maken van deze combinatie. Wij zijn ervan overtuigd dat dit een belangrijke stap is in het realiseren van de bouwopgave.


Innovaties: BIM in de Bouw - compleet document

De BIM-experts hebben in zes bijeenkomsten hun kennis en inzichten met ons gedeeld. Door het delen van hun kennis hebben wij de notitie ‘BIM in de Bouw’ kunnen opstellen.

FNV|UTA consulenten Ernst van den Berg en George Evers bespraken in een werkgroep met BIM-experts welke digitaliseringsontwikkelingen bij bouwbedrijven spelen. Daarbij hadden we als verwachting dat BIM, in de regel omschreven als het Bouw Informatie Model, zal leiden tot de nodige veranderingen in de bouw. De BIM-experts konden ons vanuit hun kijk op het vakgebied meenemen in de veranderingen die zij zien en verwachten in de bouw. Deze BIM-experts werken bij bedrijven die we kunnen kenmerken als koplopers of zijn adviseurs die bedrijven ondersteunen bij de implementatie van BIM. De experts zaten in de werkgroep op persoonlijke titel.

Wij wilden met deze experts vooral discussiëren over de veranderingen in de organisatie en het werk door de implementatie van BIM. Waarbij we ons realiseren dat de huidige ontwikkelingen snel gaan en er bijna wekelijks een nieuwe ontwikkeling valt te melden.

Inzicht in ontwikkelingen

Wij hebben als FNV goed inzicht gekregen in welke ontwikkelingen zich voordoen en op welke wijze het werk in de bouw door (onder andere) BIM gaat veranderingen. Deze kennis delen we met de sector, vanuit de gedachte dat de geschetste ontwikkelingen in een steeds hoger tempo voortgaan. We verwachten dat elke organisatie en elke functie met BIM te maken gaat krijgen. Daarom roepen wij op iedereen in de bouw zich goed te laten informeren. Het is belangrijk je af te vragen wat dit voor jou gaat betekenen. Relevante vragen zijn daarbij: gaat mijn werk veranderen? Op welke wijze? Ben ik voldoende digivaardig? En wat kan ik doen om bij te blijven (denk aan opleidingen, stages, cursussen etc.)?

Klik op onderstaande button om het formulier in te vullen en ontvang binnen enkele ogenblikken de notitie ‘BIM in de Bouw’ in je mailbox!

Notitie ‘BIM in de Bouw’ aanvragen

Vul hieronder je e-mailadres in en je ontvangt binnen enkele ogenblikken een e-mail met de link naar het interactieve PDF bestand ‘BIM in de Bouw’.

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Resultaten onderzoek naar digitalisering in de bouw

Eind 2021 en begin 2022 is via het BIM Loket een vragenlijst uitgezet over digitalisering in de bouw. Digitalisering is inmiddels niet meer weg te denken in de bouw. BIM, bouw informatie management, speelt bij digitalisering een belangrijke aanjagende rol. Eén van de belangrijkste elementen bij BIM is, dat er gegevens beschikbaar komen die in elke fase van het bouwproces gebruikt kunnen worden.

Deze datastroom onder het bouwproces zal de komende jaren, zo is de verwachting, een belangrijke rol gaan spelen. Bouwdata zal een grote rol krijgen bij het stroomlijnen van het bouwproces, het verminderen van fouten en bij het hergebruik van materialen.

Wij verwachten dat het werk in de bouw door digitalisering gaat veranderen, alleen is er nog relatief weinig bekend hoe dat zal zijn. Met deze vragenlijst wilden we informatie krijgen over hoe er wordt gedacht over de veranderingen van het werk in de bouw.

De vragenlijst is door 48 personen geopend, waarbij het aantal deelnemers per vraag verschillend is. De deelnemers werken met name in de bouw en infra en de meesten hebben een HBO opleiding gevolgd. Het merendeel is man en de gemiddelde leeftijd is 40 jaar. Tenslotte geven de meeste deelnemers aan dat zij een BIM gerelateerde functie hebben.

Visie op digitalisering

Ruim tweederde van de deelnemers aan het onderzoek geeft aan dat de directie een visie heeft op digitalisering in het bedrijf, dat meerdere jaren omvat. Een kwart antwoordt dat dit niet het geval is. De belangrijkste onderdelen van die visie zijn: a) digitalisering is de toekomst voor het bedrijf b) datagedreven werken is binnen enkele jaren normaal c) digitalisering is bedoeld om het bouwproces efficiënter te maken (verminderen van de faalkosten) en d) het bedrijf moet wel mee met de digitaliseringsontwikkeling om toekomstbestendig te zijn.

De deelnemers aan het onderzoek onderschrijven bijna allemaal de geformuleerde visie van de directie. Zij geven aan dat het draagvlak binnen het bedrijf voor deze visie groot is.

De belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen

Welke vormen van digitalisering komen voor in het bouwbedrijf? Uit figuur 1 blijkt dat BIM de belangrijkste ontwikkeling is in het bouwbedrijf, op enige afstand gevolgd door het gebruik van de iPad en de smartphone. Wat minder vaak wordt aangegeven is het gebruik van algoritmen. Het minst genoemd is de inzet van robots en het vastleggen van de voortgang met drones en camera’s.

Figuur 1: Belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen in procenten. (Klik op de afbeelding om te vergroten)

Figuur 1: Belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen in procenten

Implementatie van digitalisering

Voor het implementeren van digitalisering is er een speciale afdeling of een team van collega’s gevormd (44%). In iets minder gevallen verloopt het implementatieproces geleidelijk (39%). In heel weinig gevallen is er sprake van het inkopen van kant-en-klare digitaliseringsoplossingen of worden er externen ingehuurd (beiden 5%).

Wie zijn in het bedrijf betrokken bij de implementatie van digitalisering? Figuur 2 laat zien wie dat zijn. Het meest genoemd zijn de medewerkers, gevolgd door het management, maar het verschil is gering. De OR en HR zijn volgens de deelnemers aan het onderzoek zo goed als niet betrokken bij de implementatie van digitalisering.

Figuur 2: Wie zijn betrokken bij de implementatie in procenten. (Klik op de afbeelding om te vergroten)

Figuur 2: Wie zijn betrokken bij de implementatie in procenten.

Veranderingen door digitalisering

Gaat het werk in de bouw door digitalisering veranderen en als zo is op welke manier zal dat dan zijn. De overgrote meerderheid (89%) verwacht dat digitalisering impact zal hebben op het werk. Gedacht wordt dat de inhoud van het werk verandert, dat er nieuwe functies ontstaan en dat het routinematige werk zal verdwijnen. Enkele voorbeelden zijn:

  • Bepaalde routinematige werkzaamheden en controle taken worden geautomatiseerd. Robots kunnen werk overnemen, de invloed van kunstmatige intelligentie is nog niet duidelijk, maar die gaat zeker ook de niet-standaard taken overnemen.
  • Nieuwe functies ontstaan, zoals data analisten en andere functies die met data kunnen werken. Er is meer ICT kennis nodig.
  • Er zullen andere competenties gevraagd worden, waaronder beduidend meer digivaardigheden.

De komst van steeds meer nieuwe digitale toepassingen vraagt van medewerkers dat zij goed op de hoogte zijn en bijblijven. Wat doet een bedrijf hiervoor? Figuur 3 laat zien hoe medewerkers zich kunnen ontwikkelen op het terrein van digitalisering.

De belangrijkste manier waarop dit gebeurt is dat medewerkers worden betrokken (zie ook eerder) en dat er een uitgebreid scholings- en opleidingsprogramma aanwezig is in het bedrijf. Verder kunnen we zien dat stagiaires een rol spelen door het ‘meenemen’ van de laatste kennis en inzichten rond digitalisering. Het bezoeken van vakbeurzen en kijken bij andere bedrijven is ook een mogelijkheid om op de hoogte te blijven.

Onder het kopje anders noemen de deelnemers de volgende zaken:

  • Er is een speciaal programma waarmee medewerkers inzicht krijgen in welke specifieke vaardigheden zij moeten ontwikkelen. Daarmee kunnen zij gericht cursussen volgen.
  • Er worden interne en externe trainingen aangeboden om de digivaardigheden te vergroten.
  • Er zijn mogelijkheden om medewerkers te informeren, maar dat is nog niet geborgd.

Figuur 3: Kunnen medewerkers zich mee ontwikkelen in procenten. (Klik op de afbeelding om te vergroten)

Figuur 3: Kunnen medewerkers zich mee ontwikkelen in procenten.

Uitdagingen

Voor welke uitdagingen staan bedrijven voor zover het gaat om digitaal te gaan bouwen? De volgende uitdagingen zijn genoemd:

  • Het management en de medewerkers overtuigen en meekrijgen met nut en noodzaak van digitale ontwikkelingen. Aangegeven wordt dat de veranderingen ten dele technisch zijn, maar dat de veranderbereidheid van de mens de belangrijkste factor is. Het vraagt om een groot aanpassingsvermogen van medewerkers om de digitaliseringsontwikkelingen te implementeren.
  • Het samenwerken in de keten en het delen van kennis en informatie. Een belangrijke voorwaarde is a) dezelfde taal gebruiken b) standaardisatie van data en c) bereidheid om data te delen binnen bedrijven, tussen bedrijven en in de keten. Software leveranciers spelen hierbij een belangrijke rol en er zijn twijfels of zij het data delen willen of kunnen faciliteren.

Tenslotte

Digitalisering in de bouw zal zorgen voor belangrijke veranderingen. De vraag is hoe de bouw er over 10 jaar uit zal zien. Om naar die toekomst te kijken is het van belang dat directie en medewerkers zich oriënteren op deze veranderingen. Dat kan door de digitaliseringsontwikkelingen voortdurend te agenderen, door medewerkers op te leiden zodat zij hun digivaardigheden op orde hebben. De implementatie van digitalisering is dus veel meer dan een technische aangelegenheid. Het gaat erom dat medewerkers zich kunnen meeontwikkelen.

Tegen deze achtergrond is het opvallend (en teleurstellend) dat HR zo’n kleine rol speelt. Naar onze mening is het HR de afdeling die expert is op het terrein van organisatieontwikkeling en -verandering. Het ligt voor de hand dat HR zich snel gaat positioneren in het digitaliseringsdebat binnen bedrijven.


Innovaties in de bouw: wat mogen we nog meer verwachten?

De bouw is druk bezig met het innoveren van het bouwproces. Het gaat om een veelheid aan interessante vernieuwingen, die op dit moment al plaatsvinden of die op korte termijn worden verwacht. Ernst van den Berg en George Evers bespraken deze ontwikkelingen met de BIM-werkgroep.

De werkgroep bestaat uit acht BIM experts die werkzaam zijn bij bouwbedrijven en/of adviesbureaus. De vraag die we hen voorlegden was: Welke technologische ontwikkelingen verwachten jullie de komende paar jaar in de bouw?

Vastleggen gegevens

De noodzaak om gegevens vast te leggen in de bouw wordt steeds groter. Niet alleen vanuit de wetgeving (wet kwaliteitsborging), maar ook vanuit de noodzaak meer zicht te krijgen op de voortgang van de bouw, de kwaliteit van de bouw en het gebruik van materialen. Met deze data ontstaat inzicht in de vele factoren die een rol spelen tijdens en na het bouwproces, zodat daarmee onverwachte situaties en de daarmee samenhangende faalfactoren worden beperkt. Deze data spelen later een rol bij het beheer en de mogelijkheid van hergebruik van materialen. Kort samengevat hebben we het over datagedreven bouwen.

Het vastleggen van data gebeurt daar waar de data ontstaan en daarmee is de vraag hoe dat op een eenvoudige manier kan gebeuren zonder dat dat leidt tot veel extra administratieve werkzaamheden. Het is niet de bedoeling om data eerst op papier vast te leggen en ze vervolgens op een andere plek in het systeem in te voeren. Een voorbeeld: bij verfwerkzaamheden wordt gevraagd om bij te houden welke verf is gebruikt en onder welke condities (zoals temperatuur, luchtvochtigheid). De verwachting is dat er sensoren ontwikkeld worden die deze gegevens vastleggen en aan het informatiesysteem toevoegen.

Andere manieren om informatie vast te leggen zijn het plaatsen van een tag in de bouwhelm, zodat bekend is welke werknemers op welk moment waar op de bouwplaats aanwezig zijn. Verder is de verwachting dat er steeds meer camera’s op de bouwplaats zullen komen, niet alleen op een kraan, maar vermoedelijk ook aangebracht op de kleding van een werknemer. Met deze camera’s is het mogelijk om de voortgang van de bouw bij te houden en eventuele afwijkingen van het bouwplan te signaleren.

Data standaardisatie

De gegevens die tijdens de bouw worden vastgelegd, kunnen in de cloud worden vastgelegd en toegankelijk worden gemaakt via blockchain. Dat laatste is een gedecentraliseerde database die voor iedereen, die daartoe is gemachtigd, toegankelijk is.

Het gaat niet alleen om het koppelen van gegevens uit de bouw zelf, maar ook om het koppelen met gegevens uit andere bronnen. Denk daarbij aan de omgeving van een neer te zetten gebouw, zoals de aanwezigheid van andere gebouwen, wegen, parken, ondergrondse infra (Geo BIM). Met deze data is inzichtelijk wat het effect is van deze omgeving op het gebouw. Gegevens die tot nu toe bij verschillende andere instanties opgevraagd moeten worden. De bedoeling is dat deze gegevens op een eenvoudige digitale manier toegankelijk worden. Kortom, data delen tussen verschillende organisaties (bouwer, overheden, kadaster, eigenaren etc.) is een belangrijke voorwaarde voor efficiënt data gebruik.

Voorwaarde voor het kunnen koppelen van gegevens is dat de gegevens zijn gestandaardiseerd. Als dat niet het geval is dan is uitwisselen van gegevens niet mogelijk. Om die reden wordt er gewerkt aan een common data environment die de basis vormt van projectinformatie: een gemeenschappelijke data omgeving met eenduidige gegevens zodat deze te delen zijn.

Er ontstaan steeds meer (digitale) platforms waar gegevens gekoppeld kunnen worden. Deze platforms bieden vaak een totaalpakket aan mogelijkheden om data op te slaan en te verwerken, maar dat betekent ook dat een bedrijf afhankelijk is van dat platform. De vraag is of gegevens uit verschillende platforms koppelbaar zijn, dus of er tussen platforms werkbare interfaces ontwikkeld gaan worden om gegevens te delen.

Privacy

Een punt van discussie is de privacy van werknemers, want werknemers zijn door het gebruik van digitale apparaten steeds beter te volgen. Hierbij past een nuancering, want op dit moment zijn werknemers veelal te volgen via hun SIM kaart in hun telefoon. De verwachting is dat dit een kwestie van wennen is, maar ook dat er afspraken nodig zijn om zorgvuldig om te gaan met de gegevens van werknemers.

Het voordeel van digitale hulpmiddelen is dat de veiligheid op de bouwplaats verbetert, omdat bekend is wie wanneer op welke plek is.

Inzet van drones

Drones komen op plekken die voor werknemers lastig te bereiken zijn. De gegevens die een drone levert bieden een totaaloverzicht van het bouwproject. Door deze gegevens te koppelen aan het BIM model ontstaat inzicht in de voortgang en in de afwijkingen. Met deze gegevens is controle en bijsturing mogelijk.

Digitaal inmeten

De mogelijkheid om met een 3D scan een model te genereren zonder dat er een nieuw model hoeft te worden gemaakt in BIM. Op deze manier kan een bestaand gebouw worden ingemeten dat dient als een referentie bij het ontwikkelen van een nieuw model. Ook wel Point Cloud genoemd. Dit betekent dat een deel van een model op basis van een bestaand gebouw al aanwezig is, dus er wordt niet van nul af aan begonnen. Dit heeft invloed op het werk van de modelleur, omdat er minder ontwerp capaciteit nodig is.

Deze techniek kan worden ingezet bij renovatieprojecten maar ook bij nieuwbouw. In het laatste geval als controle op de bouw om deze te vergelijken met het BIM ontwerp.

Industrieel bouwen

Onder deze verzamelterm komen pré fab, modulair bouwen en robotisering voor. Er komen steeds meer fabrieken waar complete woningen worden gebouwd en fabrieken waar modules worden gemaakt. In het eerste geval wordt een compleet huis naar een bouwlocatie getransporteerd, neergezet en aangesloten (plug and play). In het tweede geval gaan complete elementen van een woning naar de bouwlocatie en worden ter plekke geassembleerd tot een woning. Bij het maken van een woning en/of modules worden vaak robots ingezet die delen van de woning maken.

Het soort werknemer dat nodig is, is anders dan de huidige generatie bouwvakkers. In de fabriek wordt minder beroep gedaan op de vakman uit de bouw. Op de bouwplaats gaat het om werknemers die elementen in elkaar zetten. Voordeel van de verschuiving van de bouwplaats naar de fabriek is dat het werk minder zwaar is, slechte weersomstandigheden geen rol spelen en het veiliger is.

Daarnaast is de verwachting dat de inzet van robots ervoor zorgt dat er minder bouwvakkers nodig zijn. Dat is in een tijd van personeelstekorten een bijkomend voordeel.

Minder unieke ontwerpen

Het ontwerpen van woonwijken vanuit een bibliotheek waarin standaard elementen aanwezig zijn. Dat betekent minder unieke ontwerpen met variatiemogelijkheden binnen de standaarden. Er worden verschillende typen woningen ontworpen met de standaard elementen en vervolgens worden tekeningen en overzichten gegenereerd van benodigde materialen. Het ontwerpproces, dus het werk van de architect, verandert hierdoor fors. Minder variatie in ontwerpmogelijkheden en minder unieke ontwerpen. Niet voor niets speelt de discussie over de toekomstige rol van de architect.

Tot slot

Uit het gesprek met BIM experts hebben we enkele belangrijke innovatieve ontwikkelingen besproken. Maar dat is niet alles. Want wie een bouwbeurs bezoekt ziet dat er een grote veelheid aan innovaties in de bouw te zien is. De opgave zal zijn om ervoor te zorgen dat de bouw in staat zal zijn deze innovaties te adopteren. Om dat mogelijk te maken is het noodzakelijk dat er wordt geïnvesteerd in de kennis en vaardigheden van werknemers.

De BIM-experts hebben in zes bijeenkomsten hun kennis en inzichten met ons gedeeld. Door het delen van hun kennis hebben wij de notitie ‘BIM in de Bouw’ kunnen opstellen. Hierin zijn alle bevindingen uit de BIM-werkgroep uiteengezet. Benieuwd naar het document? Via deze link kun je het downloaden.


De rol van HR bij organisatieontwikkeling

In de vijfde sessie van de BIM-werkgroep die FNV|UTA organiseert, zijn twee onderwerpen aan de orde gekomen: De rol van HR bij organisatieontwikkeling en er is ingegaan op het onderwerp kwaliteit van werk. In dit verslag vind je de belangrijkste uitkomsten. 

Het eerste deel van de werkgroep bestond uit een presentatie van Ruth Feenstra, HR adviseur van BINX Smartilty. Uit eerdere contacten met dit bedrijf werd ons duidelijk dat HR een belangrijke rol speelt bij organisatieontwikkeling en dat de rol van HR daarmee anders is dan in veel andere bedrijven. Uit onderzoek van Berenschot blijkt dat HR een erg beperkte rol speelt bij de implementatie van digitalisering in bedrijven.

BINX is een bouw- en installatiebedrijf, dat zich richt op onderwijs, zorg en de semioverheid. Het bedrijf probeert zoveel mogelijk zelf de hoofdaannemer te zijn bij projecten. Het voordeel van de combinatie bouw- en installatiebedrijf is, dat installatie vroegtijdig is betrokken en meedenken in het bouwproces. BINX is ontstaan uit twee andere familiebedrijven.

Proeftuin voor moederbedrijven

BINX werkt grotendeels digitaal en fungeert als de proeftuin voor de twee andere bedrijven.  Er is veel ruimte voor innovatie. BINX werkt vanuit de visie dat digitalisering moet leiden tot slimmer en beter werken, digitalisering is dus geen doel op zichzelf. Digitalisering moet ertoe leiden dat de kwaliteit van het uitgevoerde werk verbetert. Ons voordeel was dat we een nieuw bedrijf zijn zonder een lange historie te hebben. Daardoor is het makkelijker om met vernieuwende ideeën te komen.

Er wordt gewerkt met proefprojecten waarin wordt nieuwe aanpakken worden geleerd, die zij vervolgens delen met de andere bedrijven. BINX werkt met ambassadeurs die innovaties en de lessen daaruit verspreiden. Deze ambassadeurs zijn niet per sé de innovators in het bedrijf, maar vaak juist de eindgebruikers, zodat zij in de praktijk kunnen laten zien hoe het werkt.

BINX heeft een de innovatiemanager in dienst, die vernieuwingen aanjaagt. Deze innovatiemanager is zich ervan bewust dat digitalisering een middel is en dat werknemers de belangrijkste factor voor succes is. De verbinding met de werkvloer is essentieel, want als de doorsnee werknemer niet kan omgaan met de nieuwe technologie dan stopt het implementatieproces.

HR en bedrijfsbeleid

Bij BINX is HR is aangesloten bij de vernieuwingsprocessen en HR is hierbij de partner voor het management. HR ondersteunt bij implementatievraagstukken door mee te denken over de vraag wie de werknemers zijn met wie een innovatie kan worden uitgeprobeerd. En hoe wordt een innovatie goed ingericht met een zo groot mogelijk kans op succes. Daarnaast is HR betrokken bij het opstellen van het jaarlijkse strategische bedrijfsplan. Als HR moet je bezig zijn met de vraag hoe de organisatie versterkt kan worden en daarbij zijn de werknemers een essentiële schakel.

Stelling van Ruth is dat HR de sparringpartner moet zijn in iedere organisatie. HR moet zich niet alleen maar richten op administratieve werkzaamheden, maar zich met name bezighouden met het strategisch en operationeel bedrijfsbeleid. Vanuit deze visie op de rol van HR moet je je als HR bezighouden met digitalisering. Ruth geeft aan dat zij bedrijven tegenkomst waar HR alleen de administratieve taken uitvoert en dat is geen goede invulling van HR. HR verdient meer dan een klusje bijdoen, het is een rol die op een goede manier moet worden ingevuld. Ruth heeft in de opleiding meegekregen dat HR zich moet bezighouden met de bedrijfsvoering, want dan kan de meerwaarde worden getoond. Dit geldt niet alleen voor de kleinere bedrijven, maar ook voor de grote concerns. Bij die concerns zal HR per vestiging georganiseerd moeten zijn om de verbinding te leggen met het primaire proces.

Directe participatie

BINX heeft gekozen voor een niet hiërarchische organisatiestructuur met als uitingsvorm dat de directeur geen eigen kantoor heeft. Ook de directeur werkt aan een van de gewone werkplekken. Er is gekozen voor een modern kantoorpand met een hippe en progressieve uitstraling.

BINX heeft geen ondernemingsraad, omdat een meerderheid van de werknemers heeft aangegeven daar geen behoefte aan te hebben. Er zijn andere vormen van medezeggenschap waardoor de meningen van werknemers voldoende tot hun recht komen in het bedrijf. Juist de directe verbinding en de informatiestromen tussen de leiding en de werknemers krijgt veel waardering. Er leeft de vrees dat door de instelling van een OR deze informatiestroom minder wordt.

BINX staat bekend als een modern en innovatief bedrijf. Het bedrijf is de laatste tijd fors gegroeid. Door de goede positie op de arbeidsmarkt heeft BINX heeft weinig moeite om nieuwe medewerkers aan te trekken.

Kwaliteit van werk

Wim van Veelen, beleidsadviseur bij FNV heeft een presentatie gegeven over het onderwerp kwaliteit van werk. De hoofdvraag is, wat is kwaliteit van werk en wat zijn de belangrijkste elementen daarvan. Dit onderwerp heeft een directe verbinding met werkdruk. In veel bedrijven de opvatting leeft dat werkdruk kan worden opgelost door de werknemer een cursus timemanagement, mindfulness of iets soortgelijks te laten volgen.

De visie van de FNV, daarbij ondersteund door veel onderzoek, is dat werkdruk wordt veroorzaakt door de wijze waarop een organisatie is georganiseerd. Is er veel tijdsdruk, kunnen werknemers zelf besluiten nemen of zijn zij steeds afhankelijk van anderen, hoe wordt er met collega’s en andere partijen samengewerkt. Maar ook is het werk uitdagend, moeten er steeds nieuwe dingen worden geleerd, wordt het werk aangestuurd vanuit de computer, hoe zit het met de privacy en de bereikbaarheid, zijn relevante aandachtspunten. Het uitgangspunt is dat er een goede balans moet zijn tussen de taakeisen en de regelmogelijkheden.

Figuur 1 laat zien wanneer er sprake is van een goede balans in het werk en wanneer dat niet het geval is. Goed werk bestaat uit hoge taakeisen en veel regelmogelijkheden. Werk dat bestaat uit hoge taakeisen en weinig regelmogelijkheden, levert een stressrisico op.

Figuur 1: Balansmodel taakeisen versus regelmogelijkheden

Weinig regelmogelijkheden Veel regelmogelijkheden
Hoge taakeisen Stressrisico Goed werk met leermogelijkheden
Lage taakeisen Geen leermogelijkheden Saai werk

Bron: Frank Pot. Vakbond en goed werk.

De techniek bepaalt niet hoe een organisatie eruit komt te zien. Er vallen keuzes te maken over de inrichting van de organisatie en hoe de kwaliteit van werk er uit ziet. De invoering van BIM en breder digitalisering betekent dat functies worden herontworpen, omdat bepaalde taken uit een functie verdwijnen of veranderen doordat ze door de computer worden uitgevoerd. Bij dat herontwerpproces zal kwaliteit van werk een aandachtspunt moeten zijn.

De BIM-experts hebben in zes bijeenkomsten hun kennis en inzichten met ons gedeeld. Door het delen van hun kennis hebben wij de notitie ‘BIM in de Bouw’ kunnen opstellen. Hierin zijn alle bevindingen uit de BIM-werkgroep uiteengezet. Benieuwd naar het document? Via deze link kun je het downloaden.


Resultaten UTA panel – Visie op digitalisering in de bouw

In het najaar van 2021 hebben we een aantal vragen over digitalisering in de bouw voorgelegd aan het panel. Digitalisering in de bouw staat hoog op de agenda en elk bouwbedrijf heeft hier inmiddels mee te maken. BIM, bouw informatiemanagement, zien we als een belangrijke aanjager van de digitalisering.

In totaal hebben 67 panelleden deelgenomen aan het onderzoek. De deelnemers aan het onderzoek werken vooral in de woningbouw, de infra of een combinatie van woningbouw, utiliteitsbouw en infra.

Wat zijn de belangrijkste resultaten uit ons onderzoek?

Visie op digitalisering

De helft van de deelnemers aan het onderzoek zegt dat er bij het bedrijf een visie is opgesteld op digitalisering. Een minderheid van 33 procent stelt dat die ontbreekt. Als er een visie geformuleerd is, dan geeft 40 procent van de deelnemers aan dat digitalisering resulteert in kostenbesparing (faalkosten is meest bekende voorbeeld). Ook veel benoemd is dat de visie zich richt op de toekomst en toekomstbestendigheid van het bedrijf. Waarbij wordt opgemerkt dat het bedrijf wel mee moet met de digitaliseringsontwikkelingen. De deelnemers aan het onderzoek zien digitalisering niet als een oplossing voor het personeelstekort.

Ruim twee derde stelt dat er draagvlaak is binnen het bedrijf voor de visie van de directie.

De belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen

We hebben de vraag voorgelegd welke vormen van digitalisering voorkomen in het bouwbedrijf. Uit figuur 1 blijkt dat het gebruik van iPads en/of het gebruik van smartphones het meeste voorkomt, op de voet gevolgd door BIM.  Het vastleggen van de voortgang van de bouw met drones en camera’s komt ook veel voor. Het gebruik van robots komt nog weinig voor.

Grafiek 1
Belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen in procenten

Implementatie digitalisering

Het implementatieproces verloopt geleidelijk (37 procent), en in vergelijkbare gevallen (38 procent) is er een speciale afdeling of team van collega’s ingericht die zich hier mee bezig houdt. In totaal van 12 procent antwoordt dat er kant- en klare digitaliseringsoplossingen worden ingekocht.

Wij stelden de vraag wie er betrokken zijn bij de implementatie van digitalisering. Het management (40 procent) en de medewerkers (35 procent) zijn voor ruim twee derde van de gevallen betrokken. HR en de ondernemingsraad zijn in veel mindere mate betrokken bij de implementatie van digitalisering. Dit is opmerkelijk omdat de implementatie van digitalisering wordt gezien als een organisatieveranderingsproces.

Wie zijn betrokken bij de implementatie in procenten

Veranderingen door digitalisering

Zal digitalisering het werk veranderen en op welke manier. Ruim 80 procent van de deelnemers antwoordde te verwachten dat het werk gaat veranderen. Werkzaamheden in functies verdwijnen deels of volledig en er ontstaan nieuwe functies. Er zijn verschillende voorbeelden gegeven:

  • Formulieren hoeven niet meer handmatig te worden ingevuld, maar kunnen via een app direct in het systeem worden verwerk. De hiermee samenhangende routematige administratieve werkzaamheden verdwijnen.
  • Er ontstaan functies die zich bezig houden met het bewerken van data tot bruikbare informatie.
  • Uitvoerders moeten in staat zijn om met grote hoeveel informatie te kunnen werken.

Deze veranderingen vraagt van medewerkers dat zich aanpassen aan de nieuwe situatie. De vraag die opgeworpen is, is of alle medewerkers daartoe in staat zijn.

Uitdagingen

Er zijn verschillende uitdagingen om digitaal te gaan bouwen. De volgende uitdagingen werden genoemd:

  • De grootste uitdaging om digitaal te gaan bouwen is iedereen mee te krijgen. Het loslaten van oude gewoontes en manieren van werken.
  • Het betekent dat medewerkers in staat moeten worden gesteld om zich nieuwe kennis en vaardigheden eigen te maken. Door het aanbieden van opleidingen en cursussen.
  • Het meekrijgen van (partner)bedrijven waarmee in de keten wordt samengewerkt.
  • Ervoor zorgen dat de nu vastgelegde data ook in de toekomst bruikbaar zal blijven.
  • Het kunnen koppelen van verschillende datastromen aan elkaar.

Future work skills

Er wordt vaak gesproken over de future work skills, dat wil zeggen vaardigheden die noodzakelijk zijn om in het gedigitaliseerde bedrijf te kunnen functioneren. De belangrijkste vaardigheden zijn a) ondernemend gedrag (nemen van initiatieven, kansen zien en benutten) b) digitale vaardigheden en c) de vaardigheid om problemen te kunnen oplossen. De overgrote meerderheid van de deelnemers (90 procent) geeft aan dat de werkgever de gelegenheid biedt om deze vaardigheden te ontwikkelen. Met daarbij de kanttekening dat bijna de helft aangeeft dat dat in beperkte mate het geval is.