Digitalisering in de bouw is niet meer weg te denken

Digitalisering in de bouw is niet meer weg te denken

De bouw moet de komende jaren meters maken: opschalen naar 100.000 woningen per jaar bouwen, bouwen voor verschillende doelgroepen, en het verduurzamen van woningen. Iedereen in de bouwwereld ziet in dat dat niet kan zonder het bouwproces ingrijpend te vernieuwen en te veranderen. In de kern komt het neer op het zoveel mogelijk digitaliseren van het bouwproces, data gedreven bouwen en het industrialiseren van de bouw.

Werken in de bouw gaat er anders uitzien, wel met de aantekening dat er nog veel in ontwikkeling is. FNV Bouwen &Wonen volgt deze ontwikkelingen op de voet om een vakbondsperspectief te ontwikkelen.

Slim bouwen en beheren

In een notendop gaven we het al aan. Het digitaliseren van de bouw gebeurt in een hoog tempo: wie een bouwbeurs bezoekt ziet dat er vele innovaties worden gedaan in de bouw. Om een voorbeeld te geven: het parametrisch ontwerpen. Waar de ontwerper voorheen zelf een gebouw ontwierp en alle elementen intekende, zien we dat bij het parametrisch ontwerpen een groot deel van het ontwerpen is gedigitaliseerd. De ontwerper geeft verschillende parameters in (zoals omvang gebouw, vloeren, ramen etc.) en een computerprogramma ontwerpt het gebouw en rekent door welke materialen nodig zijn. Het spreekt voor zich dat dit een model oplevert waar de ontwerper en later de klant, virtueel door heen kan lopen.

Data in de bouw gaat een steeds grotere rol spelen bij het ontwerp, de uitvoering, het onderhoud en beheer en bij het hergebruik van materialen. BIM (Bouw Informatie Management) speelt een aanjagende functie bij het data gedreven bouwen. Bouwen vindt twee keer plaats: één keer keer digitaal en één keer fysiek. De term digital twins komt hierbij steeds vaker voor. Door eerst digitaal te bouwen wordt nagegaan of het gebouw helemaal klopt, het ontwerp geen tegenstrijdige elementen heeft en bekend is welke materialen nodig zijn. Met BIM bots kan het ontwerp getoetst worden aan geldende regelgeving om ervoor te zorgen dat het ontwerp daaraan voldoet. De laatste stap is het bouwen zelf, waarbij met dronebeelden de voortgang in de gaten wordt gehouden. Door het aanbrengen van sensoren in het gebouw is het na de bouw mogelijk om onderhoud en beheer efficiënt in te richten.

Fabrieksmatig bouwen

Een andere ontwikkeling die FNV Bouwen & Wonen ziet is fabrieksmatig bouwen. Dat kan gaan om complete woningen of om delen van woningen. Men vervoert deze woningen naar de bouwplaats en zet ze hier in elkaar. Bouwen op locatie wordt daarmee steeds meer assemblage werk. Bij complete woningen is het aansluiten op de infrastructuur een kwestie van plug-and-play. Bouw en installatie zijn steeds minder van elkaar te onderscheiden. Het bouwen in de fabriek vraagt om programmeurs en operators, die robots en/of machines bedienen.

Niet al het bouwen zal op deze manier gaan verlopen. Nederland kent een forse woningvoorraad en een deel daarvan vraagt om traditioneel onderhoud. De aloude vakman in de bouw verdwijnt niet helemaal. Maar als het gaat om renovatie en nieuwbouw, nemen we aan dat de traditionele vakman steeds minder zullen zien.

Ander werk in de bouw

Zoals hierboven al benoemd: Werk in de bouw verandert en gaat nog meer veranderen. En het digitaliseren zal voortdurend zijn omdat de innovaties permanent zijn. Dat vraagt veel van medewerkers: zij zullen steeds weer nieuwe vaardigheden moeten leren om bij te blijven bij de vernieuwingen. Bouwbedrijven moeten fors investeren in de kennis en vaardigheden van hun medewerkers. Niet alleen via trainingen en cursussen, maar ook in en tijdens het werk. We zien dat daar de schoen wringt. Er zijn te weinig mensen in de bouw, waardoor iedereen zoveel mogelijk ‘aan het werk’ is. Maar het is een vergissing om alleen op de korte termijn te kijken, want daarmee is het risico de aansluiting op de vernieuwing te missen. Het is noodzakelijk dat alle partijen zich goed realiseren dat investeren in medewerkers van groot belang is.

Het gaat niet alleen om het investeren in mensen, maar ook om het investeren in innovatieve organisatievormen. Het digitaliseren van het bouwproces leidt tot veel meer samenwerken binnen bedrijven en tussen bedrijven. Samenwerken op basis van vertrouwen in elkaar vormt de basis, waarbij medewerkers gezamenlijk voldoende mogelijkheden hebben om beslissingen te nemen in en over hun werk. Technologische innovaties moeten samengaan met sociale innovaties. We roepen partijen daarom op om serieus werk te maken van deze combinatie. Wij zijn ervan overtuigd dat dit een belangrijke stap is in het realiseren van de bouwopgave.


Vragenlijst Fabrieksmatig Bouwen

Enquête Fabrieksmatig Bouwen

Met enige regelmaat doet FNV|UTA onderzoek naar innovaties in de bouwsector. Deze keer hebben we een enquête ontwikkeld over fabrieksmatig bouwen. Vul jij hem ook in?

In dit onderzoek stellen we vragen rondom het proces van fabrieksmatig bouwen. De vragen gaan over de mate waarin er bij jouw werkgever fabrieksmatig gebouwd wordt en welke gevolgen dit heeft. We zijn ook benieuwd hoe jij persoonlijk tegen fabrieksmatig bouwen aankijkt.

Volgens Hugo de Jonge, Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, is deze manier van bouwen een goede manier om de woningproductie te verhogen. Onderdelen van woningen (prefab) of zelfs complete woningen in een fabriek gemaakt. Volgens De Jonge kan het bouwproces daardoor sneller verlopen tegen lagere bouwkosten en met minder personeel.

Meer fabrieksmatig bouwen heeft invloed op de werkgelegenheid en de inhoud van werk. Daarom is het van belang om als vakbond  goed op de hoogte te zijn van de huidige ontwikkelingen. En het is natuurlijk belangrijk om van jou als werknemer te horen hoe jij over deze ontwikkelingen denkt. De opgehaalde informatie uit deze enquête zal, naast het verkrijgen van inzicht, ook gebruikt worden voor het vaststellen van de cao-doelen voor tijdens de aankomende de cao-onderhandelingen van Bouw&Infra.

Het invullen van de vragenlijst neemt ongeveer 10 minuten in beslag, alvast hartelijk bedankt!

Klik hier om naar de vragenlijst te gaan.


Dag Tegen Gas

Op zondag 27 maart is de eerste landelijke Dag Tegen Gas. De Dag Tegen Gas is een initiatief dat tegengas geeft. Voor Oekraïne, voor onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen, voor een lagere energierekening, en voor een beter klimaat. Het doel van de dag is om zoveel mogelijk mensen te stimuleren om hun fossiele (Russische) energieverbruik te verminderen.

De Dag Tegen Gas motiveert overal in Nederland bedrijven, overheden, organisaties, huishoudens, en gemeenschappen om hun verbruik te verminderen. In Amsterdam, Den Haag, en Wageningen zijn de eerste wijkinitiatieven al in gang gezet om op zondag zoveel mogelijk energie te besparen. Denk aan energiecoaches die samen met bewoners radiatorfolie plakken, bespaardouches uitdelen, en andere maatregelen nemen.

Ook stimuleert De Dag Tegen Gas horecaondernemingen om de buitenverwarming uit te laten, en de terrasbezoekers op een andere manier te verwarmen. Daarnaast zijn kantoor- en winkelpanden gevraagd om hun verwarming lager te zetten, én de verlichting buiten de kantoortijden uit te zetten. Ook zijn er op deze dag verschillende activiteiten georganiseerd om meer bewustwording te creëren en om mensen te helpen met het reduceren van hun gebruik van hun gasgebruik.

Oorlog in Oekraïne

Dag Tegen Gas is een steunbetuiging voor Oekraïne. Het heeft als doel om bewustzijn te creëren voor de rol van fossiele energie in de samenleving. Door het gebruik hiervan worden de geldstromen richting Rusland in stand gehouden. De oorlog in Oekraïne wordt namelijk deels mogelijk gemaakt door de opbrengsten van fossiele brandstoffen. Deze verkoopt Rusland aan het westen, en dus ook aan Nederland. De boodschap van Dag Tegen Gas is duidelijk: “Deze geldkraan moet dicht. Dus het is tijd voor tegengas! Tijd voor minder leed, méér onafhankelijkheid, betaalbare energierekeningen, en wat liefde voor het klimaat.”

Het initiatief Dag Tegen Gas is gestart door verschillende experts uit de energiewereld. Onder andere Urgenda, de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE), en de Natuur en Milieufederaties, ondersteunen het initiatief.

Wil je meer weten of heb je zelf een actie bedacht voor de Dag Tegen Gas? Klik hier om naar de website te gaan.


Innovaties: BIM in de Bouw - compleet document

De BIM-experts hebben in zes bijeenkomsten hun kennis en inzichten met ons gedeeld. Door het delen van hun kennis hebben wij de notitie ‘BIM in de Bouw’ kunnen opstellen.

FNV|UTA consulenten Ernst van den Berg en George Evers bespraken in een werkgroep met BIM-experts welke digitaliseringsontwikkelingen bij bouwbedrijven spelen. Daarbij hadden we als verwachting dat BIM, in de regel omschreven als het Bouw Informatie Model, zal leiden tot de nodige veranderingen in de bouw. De BIM-experts konden ons vanuit hun kijk op het vakgebied meenemen in de veranderingen die zij zien en verwachten in de bouw. Deze BIM-experts werken bij bedrijven die we kunnen kenmerken als koplopers of zijn adviseurs die bedrijven ondersteunen bij de implementatie van BIM. De experts zaten in de werkgroep op persoonlijke titel.

Wij wilden met deze experts vooral discussiëren over de veranderingen in de organisatie en het werk door de implementatie van BIM. Waarbij we ons realiseren dat de huidige ontwikkelingen snel gaan en er bijna wekelijks een nieuwe ontwikkeling valt te melden.

Inzicht in ontwikkelingen

Wij hebben als FNV goed inzicht gekregen in welke ontwikkelingen zich voordoen en op welke wijze het werk in de bouw door (onder andere) BIM gaat veranderingen. Deze kennis delen we met de sector, vanuit de gedachte dat de geschetste ontwikkelingen in een steeds hoger tempo voortgaan. We verwachten dat elke organisatie en elke functie met BIM te maken gaat krijgen. Daarom roepen wij op iedereen in de bouw zich goed te laten informeren. Het is belangrijk je af te vragen wat dit voor jou gaat betekenen. Relevante vragen zijn daarbij: gaat mijn werk veranderen? Op welke wijze? Ben ik voldoende digivaardig? En wat kan ik doen om bij te blijven (denk aan opleidingen, stages, cursussen etc.)?

Klik op onderstaande button om het formulier in te vullen en ontvang binnen enkele ogenblikken de notitie ‘BIM in de Bouw’ in je mailbox!

Notitie ‘BIM in de Bouw’ aanvragen

Vul hieronder je e-mailadres in en je ontvangt binnen enkele ogenblikken een e-mail met de link naar het interactieve PDF bestand ‘BIM in de Bouw’.

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Resultaten onderzoek naar digitalisering in de bouw

Eind 2021 en begin 2022 is via het BIM Loket een vragenlijst uitgezet over digitalisering in de bouw. Digitalisering is inmiddels niet meer weg te denken in de bouw. BIM, bouw informatie management, speelt bij digitalisering een belangrijke aanjagende rol. Eén van de belangrijkste elementen bij BIM is, dat er gegevens beschikbaar komen die in elke fase van het bouwproces gebruikt kunnen worden.

Deze datastroom onder het bouwproces zal de komende jaren, zo is de verwachting, een belangrijke rol gaan spelen. Bouwdata zal een grote rol krijgen bij het stroomlijnen van het bouwproces, het verminderen van fouten en bij het hergebruik van materialen.

Wij verwachten dat het werk in de bouw door digitalisering gaat veranderen, alleen is er nog relatief weinig bekend hoe dat zal zijn. Met deze vragenlijst wilden we informatie krijgen over hoe er wordt gedacht over de veranderingen van het werk in de bouw.

De vragenlijst is door 48 personen geopend, waarbij het aantal deelnemers per vraag verschillend is. De deelnemers werken met name in de bouw en infra en de meesten hebben een HBO opleiding gevolgd. Het merendeel is man en de gemiddelde leeftijd is 40 jaar. Tenslotte geven de meeste deelnemers aan dat zij een BIM gerelateerde functie hebben.

Visie op digitalisering

Ruim tweederde van de deelnemers aan het onderzoek geeft aan dat de directie een visie heeft op digitalisering in het bedrijf, dat meerdere jaren omvat. Een kwart antwoordt dat dit niet het geval is. De belangrijkste onderdelen van die visie zijn: a) digitalisering is de toekomst voor het bedrijf b) datagedreven werken is binnen enkele jaren normaal c) digitalisering is bedoeld om het bouwproces efficiënter te maken (verminderen van de faalkosten) en d) het bedrijf moet wel mee met de digitaliseringsontwikkeling om toekomstbestendig te zijn.

De deelnemers aan het onderzoek onderschrijven bijna allemaal de geformuleerde visie van de directie. Zij geven aan dat het draagvlak binnen het bedrijf voor deze visie groot is.

De belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen

Welke vormen van digitalisering komen voor in het bouwbedrijf? Uit figuur 1 blijkt dat BIM de belangrijkste ontwikkeling is in het bouwbedrijf, op enige afstand gevolgd door het gebruik van de iPad en de smartphone. Wat minder vaak wordt aangegeven is het gebruik van algoritmen. Het minst genoemd is de inzet van robots en het vastleggen van de voortgang met drones en camera’s.

Figuur 1: Belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen in procenten. (Klik op de afbeelding om te vergroten)

Figuur 1: Belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen in procenten

Implementatie van digitalisering

Voor het implementeren van digitalisering is er een speciale afdeling of een team van collega’s gevormd (44%). In iets minder gevallen verloopt het implementatieproces geleidelijk (39%). In heel weinig gevallen is er sprake van het inkopen van kant-en-klare digitaliseringsoplossingen of worden er externen ingehuurd (beiden 5%).

Wie zijn in het bedrijf betrokken bij de implementatie van digitalisering? Figuur 2 laat zien wie dat zijn. Het meest genoemd zijn de medewerkers, gevolgd door het management, maar het verschil is gering. De OR en HR zijn volgens de deelnemers aan het onderzoek zo goed als niet betrokken bij de implementatie van digitalisering.

Figuur 2: Wie zijn betrokken bij de implementatie in procenten. (Klik op de afbeelding om te vergroten)

Figuur 2: Wie zijn betrokken bij de implementatie in procenten.

Veranderingen door digitalisering

Gaat het werk in de bouw door digitalisering veranderen en als zo is op welke manier zal dat dan zijn. De overgrote meerderheid (89%) verwacht dat digitalisering impact zal hebben op het werk. Gedacht wordt dat de inhoud van het werk verandert, dat er nieuwe functies ontstaan en dat het routinematige werk zal verdwijnen. Enkele voorbeelden zijn:

  • Bepaalde routinematige werkzaamheden en controle taken worden geautomatiseerd. Robots kunnen werk overnemen, de invloed van kunstmatige intelligentie is nog niet duidelijk, maar die gaat zeker ook de niet-standaard taken overnemen.
  • Nieuwe functies ontstaan, zoals data analisten en andere functies die met data kunnen werken. Er is meer ICT kennis nodig.
  • Er zullen andere competenties gevraagd worden, waaronder beduidend meer digivaardigheden.

De komst van steeds meer nieuwe digitale toepassingen vraagt van medewerkers dat zij goed op de hoogte zijn en bijblijven. Wat doet een bedrijf hiervoor? Figuur 3 laat zien hoe medewerkers zich kunnen ontwikkelen op het terrein van digitalisering.

De belangrijkste manier waarop dit gebeurt is dat medewerkers worden betrokken (zie ook eerder) en dat er een uitgebreid scholings- en opleidingsprogramma aanwezig is in het bedrijf. Verder kunnen we zien dat stagiaires een rol spelen door het ‘meenemen’ van de laatste kennis en inzichten rond digitalisering. Het bezoeken van vakbeurzen en kijken bij andere bedrijven is ook een mogelijkheid om op de hoogte te blijven.

Onder het kopje anders noemen de deelnemers de volgende zaken:

  • Er is een speciaal programma waarmee medewerkers inzicht krijgen in welke specifieke vaardigheden zij moeten ontwikkelen. Daarmee kunnen zij gericht cursussen volgen.
  • Er worden interne en externe trainingen aangeboden om de digivaardigheden te vergroten.
  • Er zijn mogelijkheden om medewerkers te informeren, maar dat is nog niet geborgd.

Figuur 3: Kunnen medewerkers zich mee ontwikkelen in procenten. (Klik op de afbeelding om te vergroten)

Figuur 3: Kunnen medewerkers zich mee ontwikkelen in procenten.

Uitdagingen

Voor welke uitdagingen staan bedrijven voor zover het gaat om digitaal te gaan bouwen? De volgende uitdagingen zijn genoemd:

  • Het management en de medewerkers overtuigen en meekrijgen met nut en noodzaak van digitale ontwikkelingen. Aangegeven wordt dat de veranderingen ten dele technisch zijn, maar dat de veranderbereidheid van de mens de belangrijkste factor is. Het vraagt om een groot aanpassingsvermogen van medewerkers om de digitaliseringsontwikkelingen te implementeren.
  • Het samenwerken in de keten en het delen van kennis en informatie. Een belangrijke voorwaarde is a) dezelfde taal gebruiken b) standaardisatie van data en c) bereidheid om data te delen binnen bedrijven, tussen bedrijven en in de keten. Software leveranciers spelen hierbij een belangrijke rol en er zijn twijfels of zij het data delen willen of kunnen faciliteren.

Tenslotte

Digitalisering in de bouw zal zorgen voor belangrijke veranderingen. De vraag is hoe de bouw er over 10 jaar uit zal zien. Om naar die toekomst te kijken is het van belang dat directie en medewerkers zich oriënteren op deze veranderingen. Dat kan door de digitaliseringsontwikkelingen voortdurend te agenderen, door medewerkers op te leiden zodat zij hun digivaardigheden op orde hebben. De implementatie van digitalisering is dus veel meer dan een technische aangelegenheid. Het gaat erom dat medewerkers zich kunnen meeontwikkelen.

Tegen deze achtergrond is het opvallend (en teleurstellend) dat HR zo’n kleine rol speelt. Naar onze mening is het HR de afdeling die expert is op het terrein van organisatieontwikkeling en -verandering. Het ligt voor de hand dat HR zich snel gaat positioneren in het digitaliseringsdebat binnen bedrijven.


Innovaties in de bouw: wat mogen we nog meer verwachten?

De bouw is druk bezig met het innoveren van het bouwproces. Het gaat om een veelheid aan interessante vernieuwingen, die op dit moment al plaatsvinden of die op korte termijn worden verwacht. Ernst van den Berg en George Evers bespraken deze ontwikkelingen met de BIM-werkgroep.

De werkgroep bestaat uit acht BIM experts die werkzaam zijn bij bouwbedrijven en/of adviesbureaus. De vraag die we hen voorlegden was: Welke technologische ontwikkelingen verwachten jullie de komende paar jaar in de bouw?

Vastleggen gegevens

De noodzaak om gegevens vast te leggen in de bouw wordt steeds groter. Niet alleen vanuit de wetgeving (wet kwaliteitsborging), maar ook vanuit de noodzaak meer zicht te krijgen op de voortgang van de bouw, de kwaliteit van de bouw en het gebruik van materialen. Met deze data ontstaat inzicht in de vele factoren die een rol spelen tijdens en na het bouwproces, zodat daarmee onverwachte situaties en de daarmee samenhangende faalfactoren worden beperkt. Deze data spelen later een rol bij het beheer en de mogelijkheid van hergebruik van materialen. Kort samengevat hebben we het over datagedreven bouwen.

Het vastleggen van data gebeurt daar waar de data ontstaan en daarmee is de vraag hoe dat op een eenvoudige manier kan gebeuren zonder dat dat leidt tot veel extra administratieve werkzaamheden. Het is niet de bedoeling om data eerst op papier vast te leggen en ze vervolgens op een andere plek in het systeem in te voeren. Een voorbeeld: bij verfwerkzaamheden wordt gevraagd om bij te houden welke verf is gebruikt en onder welke condities (zoals temperatuur, luchtvochtigheid). De verwachting is dat er sensoren ontwikkeld worden die deze gegevens vastleggen en aan het informatiesysteem toevoegen.

Andere manieren om informatie vast te leggen zijn het plaatsen van een tag in de bouwhelm, zodat bekend is welke werknemers op welk moment waar op de bouwplaats aanwezig zijn. Verder is de verwachting dat er steeds meer camera’s op de bouwplaats zullen komen, niet alleen op een kraan, maar vermoedelijk ook aangebracht op de kleding van een werknemer. Met deze camera’s is het mogelijk om de voortgang van de bouw bij te houden en eventuele afwijkingen van het bouwplan te signaleren.

Data standaardisatie

De gegevens die tijdens de bouw worden vastgelegd, kunnen in de cloud worden vastgelegd en toegankelijk worden gemaakt via blockchain. Dat laatste is een gedecentraliseerde database die voor iedereen, die daartoe is gemachtigd, toegankelijk is.

Het gaat niet alleen om het koppelen van gegevens uit de bouw zelf, maar ook om het koppelen met gegevens uit andere bronnen. Denk daarbij aan de omgeving van een neer te zetten gebouw, zoals de aanwezigheid van andere gebouwen, wegen, parken, ondergrondse infra (Geo BIM). Met deze data is inzichtelijk wat het effect is van deze omgeving op het gebouw. Gegevens die tot nu toe bij verschillende andere instanties opgevraagd moeten worden. De bedoeling is dat deze gegevens op een eenvoudige digitale manier toegankelijk worden. Kortom, data delen tussen verschillende organisaties (bouwer, overheden, kadaster, eigenaren etc.) is een belangrijke voorwaarde voor efficiënt data gebruik.

Voorwaarde voor het kunnen koppelen van gegevens is dat de gegevens zijn gestandaardiseerd. Als dat niet het geval is dan is uitwisselen van gegevens niet mogelijk. Om die reden wordt er gewerkt aan een common data environment die de basis vormt van projectinformatie: een gemeenschappelijke data omgeving met eenduidige gegevens zodat deze te delen zijn.

Er ontstaan steeds meer (digitale) platforms waar gegevens gekoppeld kunnen worden. Deze platforms bieden vaak een totaalpakket aan mogelijkheden om data op te slaan en te verwerken, maar dat betekent ook dat een bedrijf afhankelijk is van dat platform. De vraag is of gegevens uit verschillende platforms koppelbaar zijn, dus of er tussen platforms werkbare interfaces ontwikkeld gaan worden om gegevens te delen.

Privacy

Een punt van discussie is de privacy van werknemers, want werknemers zijn door het gebruik van digitale apparaten steeds beter te volgen. Hierbij past een nuancering, want op dit moment zijn werknemers veelal te volgen via hun SIM kaart in hun telefoon. De verwachting is dat dit een kwestie van wennen is, maar ook dat er afspraken nodig zijn om zorgvuldig om te gaan met de gegevens van werknemers.

Het voordeel van digitale hulpmiddelen is dat de veiligheid op de bouwplaats verbetert, omdat bekend is wie wanneer op welke plek is.

Inzet van drones

Drones komen op plekken die voor werknemers lastig te bereiken zijn. De gegevens die een drone levert bieden een totaaloverzicht van het bouwproject. Door deze gegevens te koppelen aan het BIM model ontstaat inzicht in de voortgang en in de afwijkingen. Met deze gegevens is controle en bijsturing mogelijk.

Digitaal inmeten

De mogelijkheid om met een 3D scan een model te genereren zonder dat er een nieuw model hoeft te worden gemaakt in BIM. Op deze manier kan een bestaand gebouw worden ingemeten dat dient als een referentie bij het ontwikkelen van een nieuw model. Ook wel Point Cloud genoemd. Dit betekent dat een deel van een model op basis van een bestaand gebouw al aanwezig is, dus er wordt niet van nul af aan begonnen. Dit heeft invloed op het werk van de modelleur, omdat er minder ontwerp capaciteit nodig is.

Deze techniek kan worden ingezet bij renovatieprojecten maar ook bij nieuwbouw. In het laatste geval als controle op de bouw om deze te vergelijken met het BIM ontwerp.

Industrieel bouwen

Onder deze verzamelterm komen pré fab, modulair bouwen en robotisering voor. Er komen steeds meer fabrieken waar complete woningen worden gebouwd en fabrieken waar modules worden gemaakt. In het eerste geval wordt een compleet huis naar een bouwlocatie getransporteerd, neergezet en aangesloten (plug and play). In het tweede geval gaan complete elementen van een woning naar de bouwlocatie en worden ter plekke geassembleerd tot een woning. Bij het maken van een woning en/of modules worden vaak robots ingezet die delen van de woning maken.

Het soort werknemer dat nodig is, is anders dan de huidige generatie bouwvakkers. In de fabriek wordt minder beroep gedaan op de vakman uit de bouw. Op de bouwplaats gaat het om werknemers die elementen in elkaar zetten. Voordeel van de verschuiving van de bouwplaats naar de fabriek is dat het werk minder zwaar is, slechte weersomstandigheden geen rol spelen en het veiliger is.

Daarnaast is de verwachting dat de inzet van robots ervoor zorgt dat er minder bouwvakkers nodig zijn. Dat is in een tijd van personeelstekorten een bijkomend voordeel.

Minder unieke ontwerpen

Het ontwerpen van woonwijken vanuit een bibliotheek waarin standaard elementen aanwezig zijn. Dat betekent minder unieke ontwerpen met variatiemogelijkheden binnen de standaarden. Er worden verschillende typen woningen ontworpen met de standaard elementen en vervolgens worden tekeningen en overzichten gegenereerd van benodigde materialen. Het ontwerpproces, dus het werk van de architect, verandert hierdoor fors. Minder variatie in ontwerpmogelijkheden en minder unieke ontwerpen. Niet voor niets speelt de discussie over de toekomstige rol van de architect.

Tot slot

Uit het gesprek met BIM experts hebben we enkele belangrijke innovatieve ontwikkelingen besproken. Maar dat is niet alles. Want wie een bouwbeurs bezoekt ziet dat er een grote veelheid aan innovaties in de bouw te zien is. De opgave zal zijn om ervoor te zorgen dat de bouw in staat zal zijn deze innovaties te adopteren. Om dat mogelijk te maken is het noodzakelijk dat er wordt geïnvesteerd in de kennis en vaardigheden van werknemers.

De BIM-experts hebben in zes bijeenkomsten hun kennis en inzichten met ons gedeeld. Door het delen van hun kennis hebben wij de notitie ‘BIM in de Bouw’ kunnen opstellen. Hierin zijn alle bevindingen uit de BIM-werkgroep uiteengezet. Benieuwd naar het document? Via deze link kun je het downloaden.


De rol van HR bij organisatieontwikkeling

In de vijfde sessie van de BIM-werkgroep die FNV|UTA organiseert, zijn twee onderwerpen aan de orde gekomen: De rol van HR bij organisatieontwikkeling en er is ingegaan op het onderwerp kwaliteit van werk. In dit verslag vind je de belangrijkste uitkomsten. 

Het eerste deel van de werkgroep bestond uit een presentatie van Ruth Feenstra, HR adviseur van BINX Smartilty. Uit eerdere contacten met dit bedrijf werd ons duidelijk dat HR een belangrijke rol speelt bij organisatieontwikkeling en dat de rol van HR daarmee anders is dan in veel andere bedrijven. Uit onderzoek van Berenschot blijkt dat HR een erg beperkte rol speelt bij de implementatie van digitalisering in bedrijven.

BINX is een bouw- en installatiebedrijf, dat zich richt op onderwijs, zorg en de semioverheid. Het bedrijf probeert zoveel mogelijk zelf de hoofdaannemer te zijn bij projecten. Het voordeel van de combinatie bouw- en installatiebedrijf is, dat installatie vroegtijdig is betrokken en meedenken in het bouwproces. BINX is ontstaan uit twee andere familiebedrijven.

Proeftuin voor moederbedrijven

BINX werkt grotendeels digitaal en fungeert als de proeftuin voor de twee andere bedrijven.  Er is veel ruimte voor innovatie. BINX werkt vanuit de visie dat digitalisering moet leiden tot slimmer en beter werken, digitalisering is dus geen doel op zichzelf. Digitalisering moet ertoe leiden dat de kwaliteit van het uitgevoerde werk verbetert. Ons voordeel was dat we een nieuw bedrijf zijn zonder een lange historie te hebben. Daardoor is het makkelijker om met vernieuwende ideeën te komen.

Er wordt gewerkt met proefprojecten waarin wordt nieuwe aanpakken worden geleerd, die zij vervolgens delen met de andere bedrijven. BINX werkt met ambassadeurs die innovaties en de lessen daaruit verspreiden. Deze ambassadeurs zijn niet per sé de innovators in het bedrijf, maar vaak juist de eindgebruikers, zodat zij in de praktijk kunnen laten zien hoe het werkt.

BINX heeft een de innovatiemanager in dienst, die vernieuwingen aanjaagt. Deze innovatiemanager is zich ervan bewust dat digitalisering een middel is en dat werknemers de belangrijkste factor voor succes is. De verbinding met de werkvloer is essentieel, want als de doorsnee werknemer niet kan omgaan met de nieuwe technologie dan stopt het implementatieproces.

HR en bedrijfsbeleid

Bij BINX is HR is aangesloten bij de vernieuwingsprocessen en HR is hierbij de partner voor het management. HR ondersteunt bij implementatievraagstukken door mee te denken over de vraag wie de werknemers zijn met wie een innovatie kan worden uitgeprobeerd. En hoe wordt een innovatie goed ingericht met een zo groot mogelijk kans op succes. Daarnaast is HR betrokken bij het opstellen van het jaarlijkse strategische bedrijfsplan. Als HR moet je bezig zijn met de vraag hoe de organisatie versterkt kan worden en daarbij zijn de werknemers een essentiële schakel.

Stelling van Ruth is dat HR de sparringpartner moet zijn in iedere organisatie. HR moet zich niet alleen maar richten op administratieve werkzaamheden, maar zich met name bezighouden met het strategisch en operationeel bedrijfsbeleid. Vanuit deze visie op de rol van HR moet je je als HR bezighouden met digitalisering. Ruth geeft aan dat zij bedrijven tegenkomst waar HR alleen de administratieve taken uitvoert en dat is geen goede invulling van HR. HR verdient meer dan een klusje bijdoen, het is een rol die op een goede manier moet worden ingevuld. Ruth heeft in de opleiding meegekregen dat HR zich moet bezighouden met de bedrijfsvoering, want dan kan de meerwaarde worden getoond. Dit geldt niet alleen voor de kleinere bedrijven, maar ook voor de grote concerns. Bij die concerns zal HR per vestiging georganiseerd moeten zijn om de verbinding te leggen met het primaire proces.

Directe participatie

BINX heeft gekozen voor een niet hiërarchische organisatiestructuur met als uitingsvorm dat de directeur geen eigen kantoor heeft. Ook de directeur werkt aan een van de gewone werkplekken. Er is gekozen voor een modern kantoorpand met een hippe en progressieve uitstraling.

BINX heeft geen ondernemingsraad, omdat een meerderheid van de werknemers heeft aangegeven daar geen behoefte aan te hebben. Er zijn andere vormen van medezeggenschap waardoor de meningen van werknemers voldoende tot hun recht komen in het bedrijf. Juist de directe verbinding en de informatiestromen tussen de leiding en de werknemers krijgt veel waardering. Er leeft de vrees dat door de instelling van een OR deze informatiestroom minder wordt.

BINX staat bekend als een modern en innovatief bedrijf. Het bedrijf is de laatste tijd fors gegroeid. Door de goede positie op de arbeidsmarkt heeft BINX heeft weinig moeite om nieuwe medewerkers aan te trekken.

Kwaliteit van werk

Wim van Veelen, beleidsadviseur bij FNV heeft een presentatie gegeven over het onderwerp kwaliteit van werk. De hoofdvraag is, wat is kwaliteit van werk en wat zijn de belangrijkste elementen daarvan. Dit onderwerp heeft een directe verbinding met werkdruk. In veel bedrijven de opvatting leeft dat werkdruk kan worden opgelost door de werknemer een cursus timemanagement, mindfulness of iets soortgelijks te laten volgen.

De visie van de FNV, daarbij ondersteund door veel onderzoek, is dat werkdruk wordt veroorzaakt door de wijze waarop een organisatie is georganiseerd. Is er veel tijdsdruk, kunnen werknemers zelf besluiten nemen of zijn zij steeds afhankelijk van anderen, hoe wordt er met collega’s en andere partijen samengewerkt. Maar ook is het werk uitdagend, moeten er steeds nieuwe dingen worden geleerd, wordt het werk aangestuurd vanuit de computer, hoe zit het met de privacy en de bereikbaarheid, zijn relevante aandachtspunten. Het uitgangspunt is dat er een goede balans moet zijn tussen de taakeisen en de regelmogelijkheden.

Figuur 1 laat zien wanneer er sprake is van een goede balans in het werk en wanneer dat niet het geval is. Goed werk bestaat uit hoge taakeisen en veel regelmogelijkheden. Werk dat bestaat uit hoge taakeisen en weinig regelmogelijkheden, levert een stressrisico op.

Figuur 1: Balansmodel taakeisen versus regelmogelijkheden

Weinig regelmogelijkheden Veel regelmogelijkheden
Hoge taakeisen Stressrisico Goed werk met leermogelijkheden
Lage taakeisen Geen leermogelijkheden Saai werk

Bron: Frank Pot. Vakbond en goed werk.

De techniek bepaalt niet hoe een organisatie eruit komt te zien. Er vallen keuzes te maken over de inrichting van de organisatie en hoe de kwaliteit van werk er uit ziet. De invoering van BIM en breder digitalisering betekent dat functies worden herontworpen, omdat bepaalde taken uit een functie verdwijnen of veranderen doordat ze door de computer worden uitgevoerd. Bij dat herontwerpproces zal kwaliteit van werk een aandachtspunt moeten zijn.

De BIM-experts hebben in zes bijeenkomsten hun kennis en inzichten met ons gedeeld. Door het delen van hun kennis hebben wij de notitie ‘BIM in de Bouw’ kunnen opstellen. Hierin zijn alle bevindingen uit de BIM-werkgroep uiteengezet. Benieuwd naar het document? Via deze link kun je het downloaden.


Resultaten UTA panel – Visie op digitalisering in de bouw

In het najaar van 2021 hebben we een aantal vragen over digitalisering in de bouw voorgelegd aan het panel. Digitalisering in de bouw staat hoog op de agenda en elk bouwbedrijf heeft hier inmiddels mee te maken. BIM, bouw informatiemanagement, zien we als een belangrijke aanjager van de digitalisering.

In totaal hebben 67 panelleden deelgenomen aan het onderzoek. De deelnemers aan het onderzoek werken vooral in de woningbouw, de infra of een combinatie van woningbouw, utiliteitsbouw en infra.

Wat zijn de belangrijkste resultaten uit ons onderzoek?

Visie op digitalisering

De helft van de deelnemers aan het onderzoek zegt dat er bij het bedrijf een visie is opgesteld op digitalisering. Een minderheid van 33 procent stelt dat die ontbreekt. Als er een visie geformuleerd is, dan geeft 40 procent van de deelnemers aan dat digitalisering resulteert in kostenbesparing (faalkosten is meest bekende voorbeeld). Ook veel benoemd is dat de visie zich richt op de toekomst en toekomstbestendigheid van het bedrijf. Waarbij wordt opgemerkt dat het bedrijf wel mee moet met de digitaliseringsontwikkelingen. De deelnemers aan het onderzoek zien digitalisering niet als een oplossing voor het personeelstekort.

Ruim twee derde stelt dat er draagvlaak is binnen het bedrijf voor de visie van de directie.

De belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen

We hebben de vraag voorgelegd welke vormen van digitalisering voorkomen in het bouwbedrijf. Uit figuur 1 blijkt dat het gebruik van iPads en/of het gebruik van smartphones het meeste voorkomt, op de voet gevolgd door BIM.  Het vastleggen van de voortgang van de bouw met drones en camera’s komt ook veel voor. Het gebruik van robots komt nog weinig voor.

Grafiek 1
Belangrijkste digitaliseringsontwikkelingen in procenten

Implementatie digitalisering

Het implementatieproces verloopt geleidelijk (37 procent), en in vergelijkbare gevallen (38 procent) is er een speciale afdeling of team van collega’s ingericht die zich hier mee bezig houdt. In totaal van 12 procent antwoordt dat er kant- en klare digitaliseringsoplossingen worden ingekocht.

Wij stelden de vraag wie er betrokken zijn bij de implementatie van digitalisering. Het management (40 procent) en de medewerkers (35 procent) zijn voor ruim twee derde van de gevallen betrokken. HR en de ondernemingsraad zijn in veel mindere mate betrokken bij de implementatie van digitalisering. Dit is opmerkelijk omdat de implementatie van digitalisering wordt gezien als een organisatieveranderingsproces.

Wie zijn betrokken bij de implementatie in procenten

Veranderingen door digitalisering

Zal digitalisering het werk veranderen en op welke manier. Ruim 80 procent van de deelnemers antwoordde te verwachten dat het werk gaat veranderen. Werkzaamheden in functies verdwijnen deels of volledig en er ontstaan nieuwe functies. Er zijn verschillende voorbeelden gegeven:

  • Formulieren hoeven niet meer handmatig te worden ingevuld, maar kunnen via een app direct in het systeem worden verwerk. De hiermee samenhangende routematige administratieve werkzaamheden verdwijnen.
  • Er ontstaan functies die zich bezig houden met het bewerken van data tot bruikbare informatie.
  • Uitvoerders moeten in staat zijn om met grote hoeveel informatie te kunnen werken.

Deze veranderingen vraagt van medewerkers dat zich aanpassen aan de nieuwe situatie. De vraag die opgeworpen is, is of alle medewerkers daartoe in staat zijn.

Uitdagingen

Er zijn verschillende uitdagingen om digitaal te gaan bouwen. De volgende uitdagingen werden genoemd:

  • De grootste uitdaging om digitaal te gaan bouwen is iedereen mee te krijgen. Het loslaten van oude gewoontes en manieren van werken.
  • Het betekent dat medewerkers in staat moeten worden gesteld om zich nieuwe kennis en vaardigheden eigen te maken. Door het aanbieden van opleidingen en cursussen.
  • Het meekrijgen van (partner)bedrijven waarmee in de keten wordt samengewerkt.
  • Ervoor zorgen dat de nu vastgelegde data ook in de toekomst bruikbaar zal blijven.
  • Het kunnen koppelen van verschillende datastromen aan elkaar.

Future work skills

Er wordt vaak gesproken over de future work skills, dat wil zeggen vaardigheden die noodzakelijk zijn om in het gedigitaliseerde bedrijf te kunnen functioneren. De belangrijkste vaardigheden zijn a) ondernemend gedrag (nemen van initiatieven, kansen zien en benutten) b) digitale vaardigheden en c) de vaardigheid om problemen te kunnen oplossen. De overgrote meerderheid van de deelnemers (90 procent) geeft aan dat de werkgever de gelegenheid biedt om deze vaardigheden te ontwikkelen. Met daarbij de kanttekening dat bijna de helft aangeeft dat dat in beperkte mate het geval is.


Prefab

Prefab als oplossing voor bouwproblematiek

De woningbouwambitie tot het jaar 2030 is onrealistisch, stelt bijna driekwart van de bouwers die meededen aan het BouwMonitor onderzoek. Maar dat prefab een oplossing zou kunnen zijn om de 845.000 woningen te realiseren, daar is meer dan de helft van de respondenten het mee eens.

Digitalisering en innovatie staat bij de helft van alle sectoren in de top 3 van onderwerpen met de grootste impact op de sector. In de bouw staat het zelfs op de tweede plaats, na de arbeidsmarkt (energietransitie staat op 3).

Prefabricage, of prefab, is een proces waarbij bouwelementen voorafgaand aan de bouw in een fabriek of werkplaats worden gemaakt, waarna ze naar de bouwplaats worden getransporteerd. Over het algemeen is de verwachting dat  de toepassing van prefab de bouwtijd op de bouwplaats zal verminderen..  Waar eerst separate producten op de bouwplaats werden geleverd, ontwikkelt de industrie steeds vaker complete bouwcomponenten. Doordat er op de bouwplaats niet meer gebouwd hoeft te worden, maar de elementen enkel in elkaar gezet worden  en verbonden  om tot een eindproduct te komen, verloopt het bouwproces sneller dan bij een traditionele manier van bouwen. Modulair bouwen is een doorontwikkeling op prefab. Bij dit proces worden volledig gebruiksklare modules gefabriceerd en op de bouwplaats geïnstalleerd. Het grote voordeel van modulair bouwen is dat het zeer flexibel ingezet kan worden voor diverse doeleindes, zoals het plaatsen van een tijdelijke school, kantoor of ziekenhuis.

Geprefabriceerde woningen lijkt, mede dankzij de woningcrisis, een steeds belangrijk onderwerp in Nederland. Prefab zou een mogelijke oplossing kunnen zijn voor de grote behoefte aan woningen. Het bouwen is namelijk snel en relatief goedkoop. De noordelijke provincies hebben aangegeven om in de komende jaren 220.000 extra huizen te gaan bouwen. Volgens experts lenen dergelijke grootschalige bouwprojecten zich prima voor prefab.

Arbeidsmarkt

Uit onderzoek van USP Marketing Consultancy blijkt dat twee op de vijf bouwprojecten een vorm van prefab bevatten. Volgens hen is prefab een goede oplossing voor een aantal uitdagingen waar de bouwsector de komende jaren voor komt te staan. Denk aan arbeidstekorten, een sneller en efficiënter bouwproces, en binnenstedelijk bouwen. Prefab zou bij al deze onderwerpen een belangrijke rol kunnen spelen. Doordat de elementen/modules al in de fabriek worden geproduceerd, worden de transportbewegingen bijvoorbeeld tot een minimum beperkt. Dit is een oplossing welke met name voor binnenstedelijk bouwen een groot voordeel met zich meebrengt.

Inmiddels is er een trend te zien in afgewerkte en 3D-modules die vaker worden toegepast in de bouw. Bijvoorbeeld een complete badkamer, of keuken. Voor zowel de buitenkant als de binnenkant van het bouwsel verwacht USP een sterke toename van volledige geprefabriceerde elementen, die in de fabriek al zijn afgewerkt.

Robotisering en modulair bouwen

Ook FNV ziet dat de prefab voor een grote verschuiving in de bouwsector gaat zorgen. Doordat de bouwtijd op de bouwlocatie drastisch verlaagd wordt, zullen de projecten en het betrokken personeel + de zzp’ers minder overgeleverd zijn aan extreme weeromstandigheden. Efficiënte van het proces zal daarmee verhoogd worden. Een belangrijke bijkomstigheid op het gebied van arbeidsomstandigheden, is dat werk in een fabriek veiliger gedaan kan worden dan op een hectische bouwplaats.

Belangrijk om rekening mee te houden is dat productie in de fabrieken steeds meer gerobotiseerd kan en zal worden. Daarmee wordt werk van metselaars en timmerlieden grotendeels vervangen. Daar staat tegenover dat het kansen biedt voor relatief onbekende functies in de bouw, denk hierbij aan operators maar ook parametrisch ontwerpers. De verschuiving van bouwplaats naar fabriek, betekent in ieder geval dat werknemers andere vaardigheden moeten ontwikkelen. De vraag is wel welke vaardigheden nodig zijn op de bouwplaats. Het in elkaar zetten van prefab elementen is wat anders dan timmeren en metselen. Dit geldt niet alleen voor bouwvakkers, maar ook voor werknemers in de installatietechniek. Bij prefab en modulair bouwen zie je steeds meer de plug-and-play mogelijkheid ontstaan. Kortom we zien dat het werk zowel in de fabriek als op de bouwplaats verandert. We vragen aandacht voor de inhoud van het werk: blijft dat interessant, biedt het werk uitdaging en kunnen werknemers zich verder ontwikkelen?

Tenslotte leggen we een koppeling tussen prefab en/of modulair bouwen met digitalisering. We wijzen met name op bouwinformatie management, waarbij onder bouwprocessen een datastroom komt te liggen. Deze data worden in alle stappen vastgelegd: bij het ontwerpproces, de uitvoering, het onderhoud en bij het hergebruik van materialen. Elk bouwelement wordt voorzien van een uniek kenmerk is daarmee via het bouwinformatiemanagement systeem te traceren. Hiermee zet de bouw de volgende stap naar het bouwen 4.0 en gaat lijken op wat in andere sectoren eerder gebeurde.

 

Meer dan de helft van de grote en middelgrote aannemers geven in het onderzoek van USP  aan dat prefab de beste oplossing is voor arbeidstekorten en dat het faalkosten verlaagd. 61 procent van de respondenten stelt dat prefab de doorlooptijd van een project verkort. Daarnaast geeft 71 procent aan dat prefab zowel in nieuwbouw- als in renovatieprojecten kan worden toegepast.
Voordelen prefab
·     Minder overlast voor omwonenden en het verkeer.
·     Reduceren van de stikstof-uitstoot, of het verplaatsen van de stikstof-uitstoot naar locaties waar het minder schadelijk is.

Nadelen prefab
·     De schaarse grond in combinatie met de regelgeving, die ook nog eens per gemeente kan verschillen, zorgt ervoor dat niet iedere situatie zich meteen leent voor de bouw van prefab-woningen.
·     Er gaat meer tijd zitten in de voorbereiding en planning van een bouwwerk.


BIM standaardisatie

Nut en noodzaak van standaardisatie van BIM definities

De BIM-werkgroep buigt zich over belangrijke vraagstukken rondom BIM en digitalisering. Tijdens de laatste sessie spraken we de experts onder andere over persoonscertificering, standaardisatie, en de rol die FNV kan spelen in het transitieproces.

Digitalisering in de bouw neemt een grote vlucht, waarbij BIM een belangrijke stap is in dit transformatieproces. BIM zal ertoe leiden dat informatie tussen bedrijven, die actief zijn in de bouw, wordt gedeeld. Veel staat en valt bij het gebruik van uniforme en open standaarden, om het simpel uit te drukken: hebben we allemaal hetzelfde beeld bij het begrip ‘deur’.

Om te komen tot deze uniformiteit is buildingSMART opgericht. buildingSMART is een internationale organisatie die ook in Nederland actief is. Met de BIM-werkgroep, opgericht door de FNV en die bestaat uit BIM-experts, bespraken we wat de ambities zijn van buildingSMART en wat daarvan de meerwaarde is. Vooral de persoonscertificering is aantrekkelijk voor degenen die met BIM werken.

Persoonscertificering

buildingSMART biedt de mogelijkheid tot persoonscertificering voor het toepassen van open BIM-standaarden, waarmee wordt beoogd dat iedereen die werkt met BIM vertrekt vanuit dezelfde definities. Dit voorkomt een veelheid aan begripsverwarring in bouwprojecten en zorgt ervoor dat de samenwerking tussen verschillende partijen soepel verloopt. Een internationale werkgroep van buildingSMART werkt samen om te bepalen welke onderdelen in opleidingen aan bod moeten komen om als opleider geaccrediteerd te worden. Ook neemt de internationale werkgroep de toetsen af. buildingSMART verzorgt dus zelf niet de opleidingen maar werkt op nationaal niveau aan de Nederlandse invulling van BIM-standaarden. Het opleiden wordt overgelaten aan gespecialiseerde opleidingsinstellingen, zolang zij voldoen aan de vastgestelde vereisten. Hierdoor is het mogelijk om de inhoud af te stemmen op de doelgroep van de opleiding. Cursisten die een geaccrediteerde opleiding hebben gevolgd ontvangen bij het behalen van het examen hun persoonscertificaat. Dit certificaat is aan het individu verbonden en niet aan de organisatie waar hij of zij werkt.

Degenen die zijn gecertificeerd voldoen daarmee aan de internationale eisen die buildingSMART heeft vastgesteld en garandeert daarmee dat de gecertificeerde een minimaal BIM kennisniveau heeft.  Dat heeft enkele voordelen: de opdrachtgever weet daarmee dat een project volgens de geldende open BIM-standaarden wordt uitgevoerd en de gecertificeerde heeft met zijn of haar kennis toegang tot de internationale bouwarbeidsmarkt. Dat laatste is in tijden van nadruk op het verder ontwikkelen van kennis en vaardigheden om inzetbaar te blijven, van groot belang.

Een bijkomend voordeel van dit traject is dat in het vervolg op het basisprogramma (Professional Certification – Practitioner) de benamingen van BIM functies wordt gestandaardiseerd. In Nederland kennen we vier BIM rollen, in het buitenland is dat beperkt tot drie BIM rollen, omdat de rol van BIM-regisseur daar onbekend is.

Vragen

De BIM werkgroep onderschrijft de aanpak van buildingSMART om te komen tot meer standaarden, maar er zijn wel enkele vragen. Hoe vaak gaat buildingSMART de opleidingsinstellingen doorlichten nadat zij zijn geaccrediteerd? Opleidingsinstellingen worden voor 2 jaar geaccrediteerd, waarna deze verlengd kan worden. Tussentijds houdt buildingSMART bij wat de slagingspercentages zijn van de opleidingen.

BIM is voor veel kleine bedrijven nog lastig, omdat er fors moet worden geïnvesteerd technische faciliteiten, kennis en vaardigheden. De aanname is dat de daarmee gepaard gaande kosten voor veel kleine bedrijven te hoog is. Vanuit buildingSMART is de verwachting dat hier een rol is weggelegd voor brancheorganisaties, maar ook voor vakbonden, die hun leden helpen en ondersteunen.

Tenslotte is de vraag of degenen die al ruime tijd werken in het BIM vakgebied ook de opleiding moeten volgen om het certificaat te halen. Dat is het geval, maar vermoedelijk gaat wel bekeken worden of er voor deze ervaren BIM experts een aparte route kan worden georganiseerd. Uiteindelijk gaat het buildingSMART om het juist toepassen van de internationale open BIM-standaarden en niet het niveau van het beheersen van specifieke softwarepakketten.

Rol vakbond

De FNV ziet BIM en in het verlengde daarvan digitalisering als een onvermijdelijke ontwikkeling in de bouw. De digitale transformatie gaat veel vragen van organisaties en medewerkers. De verwachting is dat er andere organisatievormen ontstaan door meer en intensieve samenwerking door de hele keten heen. Data delen zal steeds meer de praktijk worden. Verder zal de digitaliseringsvaardigheid in veel functies flink omhooggaan. Naast het pleidooi dat er flink geïnvesteerd zal moeten worden in het omscholen en ontwikkelen naar een hoger niveau van medewerkers, denkt de FNV ook na welke rol hij kan vervullen om dit transitieproces te ondersteunen. Bijvoorbeeld door te stimuleren dat zo veel mogelijk bouwmedewerkers bekend raken met BIM.

Heb jij ideeën over de rol van de vakbond bij BIM? Laat het ons weten via uta@fnv.nl

De BIM-experts hebben in zes bijeenkomsten hun kennis en inzichten met ons gedeeld. Door het delen van hun kennis hebben wij de notitie ‘BIM in de Bouw’ kunnen opstellen. Hierin zijn alle bevindingen uit de BIM-werkgroep uiteengezet. Benieuwd naar het document? Via deze link kun je het downloaden.