Samenvatting Webinars UTA-knelpuntenonderzoek

Afgelopen donderdag 24 november en 1 december vonden de webinars rondom UTA-knelpunten plaats. We spraken met de deelnemende UTA’ers over onder andere overuren, vierdaagse werkweek, waardering, en werkdruk.

De nieuwe cao Bouw&Infra gaat in januari 2023 in. In deze cao is afgesproken dat de knelpunten onder UTA-medewerkers onderzocht worden. Dit onderzoek gaat in januari van start. Tijdens de webinars hebben wij informatie over verschillende onderwerpen opgehaald. Deze input gebruiken wij om de juiste vragen aan je te stellen tijdens het onderzoek.

In deze samenvatting lees je over welke knelpunten we het met jullie hebben gehad en hoe mede UTA’ers denken over deze onderwerpen.

Werkdruk

Het moge inmiddels iedereen duidelijk zijn dat de werkdruk hoog ligt onder de UTA-medewerkers. Tijdsdruk door te krappe planningen en een te kort aan gekwalificeerd personeel zijn de voornaamste redenen die genoemd worden. Daarnaast heerst er een groot verantwoordelijkheidsgevoel, waardoor het werk nooit af is, en je nooit echt vrij bent. Werkdruk is hoogstwaarschijnlijk het grootste probleempunt bij UTA.

Vierdaagse werkweek

Wij vroegen de deelnemers of zij een vierdaagse werkweek zou willen. Het overgrote deel wil dit wel, maar heeft zo zijn bedenkingen. Een vierdaagse werkweek moet dan ook daadwerkelijk betekenen dat er maar vier dagen gewerkte wordt, en niet dat er vijf dagen in vier gepropt worden. Om dit te bewerkstelligen zijn er meer handjes nodig.

Vakantie en vrije dagen

Een groot deel van de vakantiedagen wordt collectief vastgesteld. Dit gebeurt in de zomer, maar ook in de kerstperiode. De voorkeur is om meer flexibel met de vakantiedagen om te kunnen gaan. De  UTA’ers die we spraken ervaren de dagen voor een vakantie veel stress om alle werkzaamheden af te krijgen. De vakanties zijn ook echt nodig om het werk even helemaal los te kunnen laten.

Zwaarwerkregeling

Het werk van een UTA’er is fysiek, maar ook vooral mentaal erg zwaar. Over het algemeen is de verwachting dat UTA’er niet fit de AOW-leeftijd zal kunnen bereiken. Dit kan natuurlijk niet. Wij vroegen de deelnemers naar mogelijke oplossingen hiervoor. Een terechte vraag vanuit de webinar over dit onderwerp was of uitvoeders en technische beroepen niet onder de bouwregeling zouden moeten vallen. Andere ideeën zijn om het aantal dienstjaren binnen de bouw te laten tellen.

Thuiswerken

Zoveel mensen, zoveel meningen. De deelnemers aan dit webinar waren erg verdeeld. Er zijn werkgevers waar men veel werkzaamheden vanuit huis kan doen. De werkgever betaalt hiervoor een vergoeding en/of zorgt voor een geschikte thuiswerkplek. Door enkelen wordt thuiswerken als een ‘extraatje’ gezien, een bijkomend voordeel. Over het algemeen vinden de deelnemers dat thuiswerken niet goed is voor de saamhorigheid binnen het bedrijf. Ook wordt er gezegd dat de werkdruk door het thuiswerken nóg meer zal toenemen, doordat de scheiding tussen werk en privé komt te vervallen.

Werk- en overuren

Over het algemeen hebben alle deelnemers veertig contracturen in de week. Opvallend was dat de UTA’er die we spraken tot wel 10 overuren per week maken. Volgens de cao Bouw & Infra is het niet toegestaan om de UTA-medewerker structureel te laten overwerken. Op de vraag wat er gebeurt met de overuren wordt verschillend gereageerd. Soms krijgen UTA’ers tijd voor tijd, maar dan moeten ze wel zelf de uren registreren. Bij anderen wordt een verzoek tot uitbetaling alleen gehonoreerd als er vooraf is aangegeven dat er overuren gemaakt gaan worden.

Wat is er nodig om niet structureel over te moeten werken? Wij stelden de vraag wat er nodig is om niet structureel over te werken. Iedereen was het ermee eens dat er meer personeel moet komen, maar we waren ook op zoek naar andere oplossingen, zoals het werk aantrekkelijker maken voor jongeren, en het werk op te splitsen en te verdelen over meerdere collega’s waardoor ook de werkdruk verveeld wordt.

Waardering

Het blijkt dat de ene UTA’er zich meer gewaardeerd voelt door de werkgever dan de ander. Degenen die zich niet gewaardeerd voelen, hebben niet het idee dat er ruimte is voor complimenten. Er is een hoop stress binnen het bedrijf door het personeelstekort, waardoor waardering niet uitgesproken wordt. Het gaat alleen over het werk en er is weinig aandacht voor de persoon.
Er waren ook UTA’ers die zich wel gewaardeerd voelen. Vrijheid, het niet maken van overuren, en betaalde lunches met alle collega’s op vrijdag zijn factoren die aan dit gevoel bijdragen. Hieruit blijkt het uiten waardering niet per se ligt in salaris, maar in persoonlijke aandacht en autonomie.

Hoe nu verder?

We gaan alle informatie bundelen en daarmee zorgen dat de juiste vragen in het onderzoek komen. We houden jullie op de hoogte via de Nieuwsflits, waar jullie ook de link naar het onderzoek in januari 2023 ontvangen.

Het belooft een lang proces te worden om de werkproblematiek van UTA’ers aan te pakken. Daarom hebben we een kerngroep gevormd die samen met ons ervoor zorgt dat dit onderzoek en de uitkomsten ervan prioriteit behouden. Als jij ook tot deze kerngroep wil behoren (of je aan wil melden voor het UTA-panel) kun je dit doen door op deze link te klikken.

We bedanken alle deelnemers voor hun input! Heb je ook iets te melden over deze onderwerpen? Of zijn er hele andere zaken waar FNV|UTA aandacht aan moet besteden? Neem dan contact met ons op via uta@fnv.nl .


uta panel

Meld je aan voor het UTA-panel!

Meld je aan voor het UTA-panel!

Jouw mening en ideeën zijn belangrijk voor ons. Als UTA’er weet jij precies wat er speelt bij jouw werkgever en in jouw vakgebied. Daarom leggen wij eens per kwartaal een vragenlijst voor aan het UTA-panel, met onderwerpen die voor jou als UTA’er interessant en relevant zijn. Als panellid kun je meedoen aan onderzoeken en discussies en heb je dus invloed op de strategie van FNV|UTA.

Wat precies?

Het UTA-panel bestaat uit zowel FNV-leden als niet-leden en UTA’ers in verschillende levensfasen en functiegroepen. De vragen die aan het panel gesteld worden, kunnen gaan over arbeidsvoorwaarden, onze dienstverlening en communicatie uitingen, digitalisering en ontwikkelingen in de bouw, je loopbaan, inkomen en de werk- en privé balans. Je kunt je ook aanmelden voor het panel dat specifiek gericht is op vrouwen in de bouw.

Met behulp van jouw inzichten kunnen wij onze dienstverlening verbeteren. Daarnaast draag je bij aan de ontwikkeling van beleid en zorg je ervoor dat vooral dingen delen die voor jou als UTA’er interessant zijn. Kortom, met jouw inzichten kunnen wij onze strategie beter afstemmen op jouw wensen. Wil je ook lid worden van het UTA-panel? Meld je dan aan!

UTA Panel knop

Zo werkt het

Als je je hebt aangemeld voor het panel, ontvang je kort daarna een eerste enquête. In deze enquête vragen wij jou naar enkele gegevens en voorkeuren, zoals geslacht, leeftijd en functiegroep. Op deze manier kunnen wij jou vooral enquêtes toesturen die jij ook interessant vindt om in te vullen.

Daarna zullen wij jou vier keer per jaar uitnodigen om deel te nemen aan een onderzoek. De lengte van de vragenlijst zal per keer verschillen. We doen natuurlijk wel ons best om ze zo kort mogelijk te maken.

Je bent nergens toe verplicht. Als je het onderwerp niet interessant vindt, of als je geen tijd hebt, mag je natuurlijk besluiten om niet mee te werken aan het onderzoek. Je blijft dan gewoon onderdeel van het panel. We hopen dat je bij het volgende onderzoek wel weer van de partij bent.

FNV-lid en meer bijdragen?

Als FNV-lid kan je je ook aanmelden om onderdeel uit te maken van de kerngroep. Naast het leveren van input kan je op deze manier ook echt bijdragen aan de uitvoering van de strategie van FNV|UTA. Jij wordt ons aanspreekpunt bij campagnes en raakt meer betrokken bij bijvoorbeeld cao-onderhandelingen.

Als aanspreekpunt zullen wij jou bijvoorbeeld vragen om flyers uit te delen onder je collega’s. We zijn ook benieuwd naar jouw verhalen en ervaringen. Daarom kan het zo zijn dat we jou eens uitnodigen voor een interview.

Je denkt nu vast: “maar what’s in it for me?”. Als lid van de kerngroep bieden wij jou gratis trainingen. In deze trainingen leer je bijvoorbeeld hoe je jouw collega’s optimaal kunt ondersteunen en hoe jij ook leden kunt werven. Daarnaast kunnen we jou uitnodigen om aanwezig te zijn bij de cao-onderhandelingen. Zo zit je echt dicht op de belangrijke informatie!

Ben je overtuigd? Vul dan het onderstaande formulier in om lid te worden van het UTA-panel.

Aanmelden UTA-panel

Wil jij deel uitmaken van de kerngroep van het UTA-panel? Je wordt ons aanspreekpunt bij campagnes en raakt meer betrokken bij bijvoorbeeld cao-onderhandelingen. Zo zit je bovenop de laatste ontwikkelingen in je sector!

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je vier keer per jaar een vragenlijst te sturen.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.

Aanmelden UTA-panel

Wil jij deel uitmaken van de kerngroep van het UTA-panel? Je wordt ons aanspreekpunt bij campagnes en raakt meer betrokken bij bijvoorbeeld cao-onderhandelingen. Zo zit je bovenop de laatste ontwikkelingen in je sector!

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je vier keer per jaar een vragenlijst te sturen.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Week van de werkstress

Van 14 tot en met 18 november is het de Week van de Werkstress. Werkstress resulteert in slapeloosheid, burn-out, een te hoge bloeddruk en hartklachten. 1 op de 3 werknemers meldt zich ziek door werkdruk-/werkstressgerelateerde klachten. Dat maakt werkstress beroepsziekte nummer 1.

1,3 miljoen mensen in Nederland hebben last van burn-outklachten. Dit is 17 procent van alle Nederlanders! Uit onderzoek van TNO blijkt dat 42 procent van alle werknemers vindt dat er maatregelen nodig zijn tegen werkstress. Bekijk hier de Factsheet Werkstress van TNO.

Doe de test

Te hoge werkdruk is vaak een kwestie van structureel te veel werk en te weinig tijd. Maar er zijn veel meer factoren die bij kunnen dragen aan werkdruk en werkstress. Structureel te hoge werkdruk leidt tot fysieke en mentale problemen. Het is belangrijk om alert te zijn op de symptomen, en om hulp te vragen wanneer je dit nodig hebt! FNV heeft de Sneltest Werkdruk ontwikkeld, waarmee je inzicht krijgt in jouw werksituatie, en geeft wanneer nodig een persoonlijk advies.

Wat te doen?

Heb jij structureel last van werkdruk en/of werkstress? Dit zijn enkele voorbeelden van wat jij en je werkgever zouden kunnen doen:

  • Ga in gesprek met je werkgever
    Wanneer je een hoge werkdruk ervaart is het van belang om hierover op tijd in gesprek te gaan. Maar een afspraak met je werkgever en bedenk van te voren wat je met het gesprek wilt bereiken. Je werkgever is bij wet verplicht om problemen met werkdruk op te lossen, en wil dat waarschijnlijk ook graag! Als jij je werk niet af krijgt of ziek wordt, heeft je werkgever namelijk ook een probleem. Daarom is het raadzaam om samen een oplossing te bedenken die voor jullie allebei, maar met name voor jou, werkt. Het gaat immers om jouw gezondheid.
  • Pak samen met je collega's de werkdruk aan
    Samen sta je sterker. Vraag aan je collega's of zij ook een te hoge werkdruk ervaren,
  • Zorg voor genoeg pauze en beweging
    Doe je zitten werk, zorg dan ook voor voldoende 'beweegpauzes'. Ga bij een telefoontje bijvoorbeeld een stukje lopen. Of maak een wandeling tijdens je lunchpauze. De fysieke en mentale effecten van werkstress verminderen door beweging. Het belangrijkste is om tijdens je pauze je werk even helemaal los te laten. Dit kan door over niet-werkgerelateerde dingen te praten met je collega's, door even een rondje te lopen, of iets voor jezelf te doen. Zo reset je je hersenen en kun je na je pauze weer aan de slag.

Werk-privébalans

Of je nog steeds vanuit huis werkt of niet, sinds corona is de werkdruk in de bouwsector een heel stuk hoger geworden. Dit komt misschien door reorganisaties, dat je minder collega's hebt om dezelfde hoeveelheid werk te doen, of omdat je woonkamer nu ook je werkruimte is. Het kan daarom moeilijk zijn om je werk los te laten, ook als je werktijd voorbij is. Hieronder vind je wat tips om werk en privé beter gescheiden te houden:

  • Vergeet niet om te stoppen met werken. Dat lijkt een open deur, maar op je werk zijn vertrekkende collega’s een mentaal signaal dat het tijd is om naar huis te gaan. Werk je thuis, zet dan bijvoorbeeld een wekker zodat je precies weet wanneer het tijd is om te stoppen.
  • Houd je werktijden in de gaten, en kom voor jezelf op als je te vaak, te lang moet doorwerken.
  • Ga na je werkdag even naar buiten, of doe iets waardoor je ontspant. Zo sluit je mentaal de werkdag af.
  • Eet in een andere ruimte dan waar je werkt. Zo voorkom je dat je in je vrije tijd met je werk bezig bent als je zit te eten.

bouwvrijstelling stikstof

Grote gevolgen voor bouwsector na opheffing bouwvrijstelling

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 2 november geconcludeerd dat de bouwvrijstelling voor stikstofdepositie niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De vrijstelling mag daarom niet langer gebruikt worden voor bouwprojecten.

De Wet natuurbescherming bevatte sinds 1 juli 2021 de bouwvrijstelling. De bouw was hierdoor uitgezonderd van de stikstofregels. In de praktijk betekende dit dat bij de vergunningverlening van een project geen rekening hoefde te worden gehouden met de stikstofuitstoot van bepaalde bouwactiviteiten. Volgens de wetgever zou het complete pakket aan maatregelen ervoor zorgen dat de natuur dusdanig verbeterde, dat de stikstofgevolgen van bouwactiviteiten zouden wegvallen. De effecten van tijdelijke stikstofuitstoot op de natuur waren daardoor niet van belang, zolang een gebouw na de bouw geen stikstof meer uitstootte.

Streep door de bouwvrijstelling

De bouwsector heeft hier een jaar lang gebruik van kunnen maken, maar de Raad van State heeft op 2 november geconcludeerd dat de bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Er mag namelijk alleen toestemming voor een project worden gegeven als zeker is dat de individuele beschermde natuurgebieden geen schade oplopen. Hierin volgt de Raad van State eerdere rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. De stikstof die bij bouwprojecten vrijkomt, kan daarom niet langer buiten beschouwing gelaten worden.

Gevolgen

Dit betekent echter niet dat er sprake is van een algehele bouwstop.  Er moet nu weer vooraf bekeken worden hoeveel stikstof bij elk bouwproject vrijkomt en wat daarvan de gevolgen zijn. Voor de bouwsector betekent dat nieuwe bouwprojecten veel vertraging zullen oplopen. Dergelijke berekeningen maken kost veel tijd en er is een tekort aan deskundigen die dit soort rapportages kunnen opstellen.

De uitspraak van het college heeft geen gevolgen voor projecten waarvoor al een definitieve vergunning is verleend. Voor vergunningen waartegen nog bewaar kan worden gemaakt, kan de uitspraak wel nadelig uitpakken. Voor nieuwe vergunningaanvragen geldt dat door berekeningen moet worden aangetoond dat de uitstoot binnen de regels valt. Ook kan er nog steeds toestemming worden gegeven voor projecten van groot openbaar belang als er geen andere alternatieven zijn en de natuurschade gecompenseerd wordt.

Werken aan oplossingen

“De gevolgen voor de bouw zijn verstrekkend’, aldus Bouwend Nederland voorzitter Maxime Verhagen tegen BouwTotaal. “Het kabinet zal als de bliksem piekbelasters moeten uitkopen om zo stikstofruimte vrij te maken voor natuur, bouw en nieuwe economische ontwikkelingen. Het kabinet kan het zichzelf niet veroorloven op de handen te blijven zitten. Actie is nu nodig. Dit duurt al drieënhalf jaar. Dat is onacceptabel. Om grote vertragingen te voorkomen zullen er naast de versnelde uitkoop van piekbelasters, meer experts moeten komen die stikstofberekeningen kunnen maken. Ook zal emissieloos bouwen topprioriteit moeten worden.” Ook de AFNL en NOA delen deze mening: ‘Wij roepen het kabinet op mee te investeren met de bouw, afbouw en infrasector om emissieloos bouwen in sneller tempo te kunnen realiseren. Er wordt al veel gedaan door de sector zelf om emissieloos te kunnen bouwen, maar extra investeringen zullen hard nodig zijn om ook dit proces te kunnen versnellen.”

 


Tessa Meij: ‘Prefab heeft negatief imago’

De bouw heeft Tessa Meij altijd getrokken, omdat het een mooie combinatie van het inzetten van creativiteit en de technische mogelijkheden. "Overal om ons heen is het belang van de bouw te zien. Het is mooi om te mogen bijdragen aan deze gebouwde omgeving." FNV|UTA interviewde Tessa over de belangrijkste bevindingen uit haar afstudeeronderzoek.

Tessa Meij is afgestudeerd aan de Technische Universiteit Delft. Haar afstudeeronderzoek tijdens haar opleiding Management in the Built Environment ging over de mogelijkheden die industrialisatie van de woningmarkt biedt. Over dit onderwerp heeft ze veel kennis opgedaan tijdens haar periode bij Heijmans. De hoofdvraag van het onderzoek was: "Welke aanpassingen zijn nodig in het proces om de productie van industriële woningen op te schalen in Nederland?"

Onderzoek

Tessa meij
Tessa Meij

Tessa: "Na overleg met mijn begeleider prof. Peter Boelhouwer ben ik tot het onderwerp industrieel bouwen gekomen; een relevant onderwerp met de huidige forse bouwopgave. Tijdens mijn onderzoek heb ik verschillende partijen geïnterviewd en ben ik begeleid vanuit Heijmans. Ik heb voor Heijmans gekozen omdat zij één van de partijen zijn die stappen aan het zetten zijn rondom industrialisatie van de woningbouw. Maar ook andere partijen hebben bijgedragen aan mijn onderzoek." In haar scriptie wijst Tessa op het belang van kennisdeling in de sector en op de noodzaak van een cultuurverandering binnen de bouw. Dit jaar won Tessa een prijs die het Ministerie van BZK sinds 2017 uitreikt voor de meest originele en beleidsrelevante wetenschappelijke masterscriptie op het terrein van de woning- en vastgoedmarkt.

Negatief imago

Eén van de dingen die Tessa opviel voorafgaand aan haar onderzoek is dat er in Nederland een negatief imago heerst over prefab bouwen. De gedachte is namelijk al snel dat dit samengaat met grootschalige nieuwbouw met maar weinig variatie in architectuur. Daarbij heerst het beeld van de Vinex-wijken in Nederland. Dat is volgens Tessa niet terecht: "Er bestaat veel verwarring bestaat over de term industrieel bouwen. Velen denken dat we al industrieel bouwen door het gebruik van prefab materialen. Echter is Prefab al zeker 50 jaar de standaard, en gaat industrialisatie veel verder. Het off-site produceren van losse onderdelen is niet de enige innovatie die we nodig hebben voor industriële woningbouw. Industrieel bouwen gaat over de industrialisatie van het product en het proces. Dit betekent een fabrieksmatige aanpak (herhalen, automatiseren, robotiseren, voorwaardelijke omstandigheden) en innovatie in het product (gestandaardiseerde variatie, digitalisering)."

Visualisatie 'Verbandontwikkeling Industrieel Bouwen' uit het onderzoek van Tessa Meij.

"Om dit productieproces in gang te zetten, moeten bouwers investeren in de realisatie van een fabriek. Dit betekent een hoge eenmalige investering, die daarom alleen is weggelegd voor de grotere organisaties en pas rendabel wordt vanaf een minimale productie. De omvang van deze investering zorgt voor aarzeling bij bedrijven, want ze moeten toekomst zien in de markt om deze stap te durven maken. Een aantal bouwers hebben al een industrieel product ontwikkeld, maar zij lopen tegen het probleem dat het productieproces nog niet klaar is voor opschaling. In dit proces zijn nog verschillende andere actoren betrokken, zoals woningbouwcoöperaties, investeerders en publieke partijen. Tussen deze verschillende partijen is momenteel nog gebrek aan structurele samenwerking met verschillende belemmeringen om optimaal gebruik te maken van het productieproces." Aldus Tessa.

Versnippering

De bouw is erg versnipperd en er werken veel partijen, die allemaal gewend zijn op hun eigen manier te werken. Tessa: "Als je kijkt naar de informatiesystemen die worden gebruikt dan kun je vaststellen dat veel bedrijven hun eigen systemen hebben. Kennisdelen en samenwerken is dan lastig, want deze systemen communiceren niet altijd even makkelijk met elkaar. Misschien nog belangrijker dan dit technische deel is dat er in de bouwsector geen cultuur bestaat van kennisdelen en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor projecten."

In de bouw lopen de grote bedrijven voorop en is het voor kleinere bedrijven lastig om investeringen te doen die noodzakelijk zijn. "Ik kan me voorstellen dat grote bouwfabrieken, waarvan er nu enkele in aanbouw zijn, uiteindelijk producten gaan maken voor andere bouwbedrijven die niet over deze mogelijkheden beschikken," zegt Tessa. "Voorwaarde voor een goed functionerende fabriek is dat er voldoende vraag is naar huizen en dat de industriële productie van huizen op gang komt. Duidelijk is dat de overheid en corporaties hierbij een belangrijke rol spelen als opdrachtgever."

Betrokkenheid medewerkers

Volgens Tessa zijn medewerkers door de verschillende lagen nog te weinig betrokken bij de ontwikkelingen rondom industrieel bouwen. "Industrieel bouwen heeft impact op werkzaamheden van medewerkers, alle partijen zullen een nieuwe rol aannemen in het proces. Voor medewerkers van de bouwbedrijven kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het werken in een ploegdienst in de fabriek. Om een fabriek rendabel te laten draaien ligt een 24/7 productie voor de hand, echter in de bouw wordt normaliter niet met een ploegendienst gewerkt. Het bouwen in de fabriek heeft als voordeel dat werkzaamheden minder zwaar en veiliger zijn. Je kunt je wel afvragen wat het effect hiervan is op de kwaliteit van het werk. Zal dit werk nog wel uitdagend genoeg zijn voor medewerkers?"

Onderdeel van de industrialisatie van de bouw is de rol van digitalisering, die steeds belangrijker zal worden. Dit betekent dat data een steeds grotere rol gaat spelen in het bouwproces. Op basis van data wordt het mogelijk om de voorkeuren van klanten inzichtelijk te krijgen en op basis daarvan meer maatwerk te leveren. Deze veranderingen zullen volgens Tessa ook op de bouwplaats te zien zijn: "Over 10 jaar zal het werken op de industriële bouwplaats er heel anders uitzien dan op de huidige traditionele bouwplaats is mijn verwachting. Niet alleen in de manier van bouwen van traditioneel naar industrieel, maar ook het kunnen werken met digitale apparatuur.  Het is van belang om medewerkers mee te krijgen in deze slag naar digitalisering."

Toekomst

Industrialisatie zal in de aankomende jaren een steeds groetere rol gaan spelen in de bouw. De vraag naar woningen is de komende jaren groot en industrieel bouwen is één van de manieren waarmee er een die toekomstige vraag voldaan kan worden is de stellige opvatting van Tessa. "Dat vraagt om een forse investeringsslag in het industrieel bouwen, veel meer ketensamenwerking en het meenemen en investeren in de kennis van medewerkers bij deze ontwikkeling."

En de toekomst van Tessa? Na haar afstuderen is zij bij Heijmans Vastgoed aan de slag gegaan. Zij wil de komende jaren vooral inzicht krijgen in het verloop van het gehele bouwproces. Wie werkt er op welk moment in het proces en hoe verloopt de samenwerking? Over enige tijd heeft zij een eigen bouwproject waardoor ze aan den lijve kan ondervinden wat er nodig is om het bouwproces goed te laten verlopen.

Je kunt de scriptie van Tessa hier downloaden.


Kwaliteit van werk

Kwaliteit van werk maakt werkgever aantrekkelijk

Werknemers eisen in toenemende mate dat werk hen uitdaagt en waarin ze zich kunnen blijven ontwikkelen. Ze verwachten van een werkgever dat hij dit alles faciliteert. Als dat niet het geval is, dan lopen werknemers weg.

Frank Pot (emeritus hoogleraar) stelt dat kwaliteit van werk in Nederland veel beter kan dan nu het geval is. Werk dat bestaat uit slechts korte handelingen, waarbij de werknemer geen eigen besluitruimte heeft en overleg met collega’s beperkt is, voldoet niet aan onze normen over kwalitatief goed werk.

Frank Pot laat zien dat kwalitatief goed werk werknemers motiveert om te blijven bij een werkgever. En dat is in tijden van grote krapte op de arbeidsmarkt veel waard. In een interview met het blad Solar Magazine licht hij zijn opvatting helder toe.

Het hele artikel is hier te lezen.


Webinars knelpunten-onderzoek: Laat nu van je horen!

Webinars knelpunten-onderzoek: Laat nu van je horen!

Laat nu van je horen en bepaal jouw toekomst!

De cao-partijen hebben afgesproken om de knelpunten van UTA’ers rond arbeidsvoorwaarden, -tijden, en -uren te onderzoeken. Tijdens twee Webinars op 24 november en 1 december kun jij aangeven wat jij belangrijk vindt. Want wie weet er nu beter wat er in jouw werk verbeterd moet worden dan jijzelf? Beslis mee en meld je aan!

Jouw ervaringen zijn van belang om oplossingen voor de knelpunten in je werk te krijgen. Wat zijn jouw wensen voor de toekomst van UTA? Voordat het knelpunten-onderzoek start, gaan wij samen met jou bepalen welke vragen er in dit onderzoek gesteld moeten gaan worden. Op deze manier zorg jij ervoor dat er onderzocht wordt wat écht belangrijk is voor de toekomst van UTA.  

FNV|UTA organiseert twee Webinars waarin het onderzoek uitgelegd wordt, en waar ook jouw input van belang is.

De eerste Webinar was op donderdag 24 november van 19:30 tot 20:30. Deze avond hebben we het gehad over: 

  • Werkdruk 
  • Thuiswerkvergoeding 
  • RVU 
  • Vierdaagse werkweek 
  • Vakantie en vrije dagen 

De tweede Webinar is op donderdag 1 december van 19:30 tot 20:30. Deze avond kun jij alles delen omtrent: 

  • Werkuren 
  • Overuren 
  • Reisuren voor ambulante functies 
  • Toeslagen 

Andere knelpunten en originele oplossingen mogen beide avonden natuurlijk ook gedeeld worden. Graag zelfs!

Waar moet volgens jou de focus op liggen? Laat jouw mening meetellen. Meld je hieronder aan. Je kunt je inschrijven voor één of beide avonden. Kun je niet op deze data? Je kunt ook een mail sturen naar uta@fnv.nl .

Zoveel mensen, zoveel meningen. Maar elke mening is belangrijk. Daarom zijn jouw collega’s ook welkom om deel te nemen. Je hoeft geen lid te zijn, dus nodig ze vooral uit!  

Aanmelden UTA webinar

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.

Aanmelden UTA webinar

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Gastcollege Construct your Future groot succes!

Op 12 september jongstleden heeft FNV|UTA het gastcollege Construct your Future verzorgd voor de minor Bouwtechnische Bedrijfskunde op de Avans Hogeschool in Tilburg.

Consulenten Ramon en Daniëlle hebben de studenten een gastcollege gegeven over onder andere de FNV, cao’s, solliciteren, onderhandelen en ondernemen. We zijn het college begonnen met een kennismaking. We zijn als FNV|UTA namelijk erg benieuwd wie de studenten zijn, of ze al weten wat ze na hun studie willen gaan doen en of zij al eens hebben kunnen onderhandelen over bijvoorbeeld hun salaris. Een meerderheid van de studenten volgt de opleiding duaal en werkt en leert tegelijk. Ongeveer een derde van de studenten studeert voltijd. De functie van projectleider werd het meeste genoemd als toekomstige droombaan. Door enkele studenten is in het verleden al eens onderhandeld waarvan bij een aantal studenten met succes. Daar waar de ene student een dekkende reiskostenvergoeding voor elkaar bokste, heeft een andere student onderhandeld over het volgen van een opleiding op kosten en tijd van de werkgever. Hartstikke goed!

FNV | UTA helpt mij verder in mijn carrière

Weten de studenten van de Avans Hogeschool eigenlijk wel wat de FNV is en wat FNV|UTA doet? Dit wordt toegelicht in een introductie over de FNV. Zo is bijvoorbeeld benadrukt wat FNV|UTA kan betekenen voor (toekomstige) UTA-medewerkers. Ook zijn de studenten meegenomen in de wereld van cao’s. Dat was een eyeopener voor veel studenten. De studenten realiseerden zich dat het bekijken van hun cao handig is, omdat ze meer rechten (en plichten) hebben dan dat ze alvorens dachten.

Tijdens het gastcollege waren de studenten geïnteresseerd, actief betrokken en werden er veel vragen gesteld. Vooral over het onderwerp onderhandelen werden veel vragen gesteld. Het meest gewaardeerd was de tip om je loonstrook niet af te geven bij het arbeidsvoorwaardengesprek. Want wat je al verdient is helemaal niet relevant voor de functie waarop je solliciteert. Een student gaf aan dat zijn moeder haar loonstrook juist expres had meegenomen, omdat ze uit het bedrijfsleven kwam met een aanzienlijk hoger salaris dan de functie waarop ze gesolliciteerd had. In zo’n geval is je loonstrook meenemen wel een goede zet.

Door de oprechte interesse van de studenten was het een feestje om het gastcollege te verzorgen. Al snel na afloop van het gastcollege kwamen de eerste WhatsAppjes met vragen al binnen. Ook de docenten waren erg onder de indruk en hopen ons elk jaar weer te mogen verwelkomen. Een prachtig compliment voor een fantastisch gastcollege!

Klik hier als jij ook wilt dat we een gastcollege verzorgen op jouw opleiding!


Krapte op de arbeidsmarkt: een veel besproken fenomeen

George Evers

In deze column vertelt George Evers over zijn visie op de krapte op de arbeidsmarkt. George Evers volgt en agendeert vanuit een werknemersperspectief innovatieve ontwikkelingen in de bouw. Denk daarbij aan datagedreven bouwen, pré fab en digitalisering.

George Evers: "Het zal een ieder inmiddels wel duidelijk zijn dat Nederland te maken heeft met krapte op de arbeidsmarkt. Deze krapte werd op 13 augustus 2022 in een bericht op de NOS site genoemd als de achilleshiel van de maatschappij. Het artikel noemt verschillende oorzaken van deze krapte. De oorzaken zijn heel herkenbaar, maar er vallen wel de nodige kanttekeningen bij te plaatsen.

Kanttekeningen bij de krapte op de arbeidsmarkt

De krapte op de arbeidsmarkt is niet vanzelf ontstaan, maar het is resultaat van beleid of de afwezigheid daarvan. De volgende kanttekeningen plaatsen we bij de krapte op de arbeidsmarkt:

  • De krapte op de arbeidsmarkt is natuurlijk geen nieuw verschijnsel, dat is al jaren bekend. Bij de overheid werd destijds gesproken over de grote uittocht. Sinds de jaren '10 van deze eeuw weten we dat er een grote groep mensen met pensioen zal gaan. Dat gevoegd bij minder instroom van jongeren (ontgroening). Ook in de bouw zien we al jaren dat de gemiddelde leeftijd aan het toenemen is en dat het aandeel oudere werknemers groeit.
    Hoe kan het dat we een kleine twintig jaar verder zijn en we nog steeds de vergrijzing aanhalen als oorzaak van de problemen op de arbeidsmarkt? Wat is er in de tussentijd gebeurd en welke maatregelen zijn genomen? Het lijkt erop dat we al die jaren weinig hebben gedaan met de inzichten rond vergrijzing. Je kunt dat betitelen als beleidsarmoede.
  • De arbeidsproductiviteit blijft achter in vergelijking met andere landen. Dit wordt gepresenteerd als een soort natuurverschijnsel, maar dat is het niet. Nederland is al jaren kampioen flexwerk met veel onzeker en tijdelijk werk. In de bouw is het aandeel zzp-ers fors gestegen na de kredietcrisis van 2008. Denk aan uitzendwerk, platformwerk, zzp-ers, maar er zijn zonder enige twijfel nog vele andere constructies waar medewerkers mee te maken hebben. Dit flexwerk betaalt in de regel minder goed dan medewerkers met een vast dienstverband. Ook is de pensioenvoorziening veel slechter en de mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen zijn doorgaans afwezig. Kortom flexwerk is lekker goedkoop. Deze goedkope arbeid maakt werkgevers lui, want de noodzaak om te investeren in productiviteit bevorderende maatregelen is niet groot. Er is altijd een groot reservoir beschikbaar geweest aan snel inzetbaar en goedkope werknemers. Helaas zien we dat er sectoren zijn, zoals nu de bouw, die aangeven dat werk zo goedkoop mogelijk moet zijn. Werk wordt gezien als kostenpost met als gevolg dat werk verder wordt uitgekleed tot routinematige en kleine taken.
    Als werknemers kunnen kiezen op de arbeidsmarkt vanwege de grote vraag, dan ontstaat er een arbeidsmarktprobleem. Met een focus op de korte termijn en makkelijk geld verdienen was dit te voorspellen.
  • Er zijn sectoren die het extra moeilijk hebben om mensen te werven. Sectoren die op de één of andere manier gelinkt zijn aan de overheid merken dit vooral. We moeten hierbij niet vergeten dat de afgelopen jaren verschillende regeringen hebben ingezet op minder overheid en meer overlaten aan de markt. Met als gevolg dat met minder medewerkers het werk moeten uitvoeren, meer werkdruk, voortdurende bezuinigingen en reorganisaties. In de bouw is er ook de neiging om zo goedkoop mogelijk te produceren, omdat de ‘markt’ dat nu eenmaal vraagt. Bedenk daarbij dat een groot deel van de vraag naar woningen is afkomstig van de overheid.
    Of dat nou ideaal is om prettig te werken is de vraag.
  • Zinvol werk. Medewerkers stellen steeds meer eisen aan de inhoud van het werk. Werk moet bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling met het oog op het behoud van een duurzame positie op de arbeidsmarkt. Zinvol werk, kunnen samenwerken met anderen en werk dat een beroep doet op eigen verantwoordelijkheid zijn elementen die werk aantrekkelijk maken. Daarbij is het niet van belang wat voor soort werk de medewerker uitvoert, kenniswerk of werk dat een beroep doet op praktische vaardigheden. Goede inhoud van het werk is voor iedereen heel relevant.
    Nu de veranderingen in het werk snel gaan (onder andere door digitalisering) is er een grote noodzaak om in kennis en vaardigheden van medewerkers te investeren. De karige paar procent die werkgevers beschikbaar hebben voor opleiden en ontwikkelen is wel wat mager. Misschien moeten we het maar eens hebben over dat minimaal 10% van de loonsom beschikbaar moet zijn voor opleiden en ontwikkelen. Uiteraard naast andere goede arbeidsvoorwaarden. Het wordt tijd dat serieus werk wordt gemaakt van het vergroten van de kennis en vaardigheden van medewerkers. Dat maakt werk aantrekkelijk.

Krapte op de arbeidsmarkt vraagt om visie

Er zijn vele redenen waarom we te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt. Dit is geen natuur verschijnsel, maar heeft te maken met visie en beleid. Laten we hebben over de visie op zinvol werk en over wat er nu gedaan kan worden om de krapte aan te pakken."