Artificial Intelligence

AI | Wat is het nou?

Je kan er niet omheen. De grote populariteit van ChatGPT heeft laten merken dat artificial intelligence (AI) niet iets van de toekomst is. Het is al hier. Maar wat is AI nou precies? En waar moet je zelf rekening mee houden als het gaat om AI op je werk? In dit artikel bespreken we de eerste vraag. In een volgend artikel gaan we verder in op waar je rekening mee moet houden.

Wanneer we spreken van artificial intelligence (AI) hebben we het over een computer die menselijke intelligentie kan nabootsen óf een specifiek aspect daarvan. Dat is een belangrijk onderscheid. Je hebt namelijk sterke AI en zwakke AI.

Sterke AI zou de hele intelligentie van een mensen kunnen nabootsen. Een computer zou dan creatieve oplossingen kunnen bedenken voor nieuwe problemen en zelf nieuwe dingen kunnen leren. Juist datgene wat wij als mensen kunnen, maar dan met de snelheid van een computer. Dit soort AI bestaat (nog) niet.

Zwakke AI daarentegen, kan specifieke taken uitvoeren waar het op getraind is. ChatGPT is bijvoorbeeld getraind op ontzettend veel tekst, met als doel om nieuwe tekst te kunnen genereren. Enige tijd geleden hebben we ChatGPT een artikel over ChatGPT zelf laten schrijven. Buiten dat specifieke doel waar het op getraind is kan dit soort AI eigenlijk niks. Je hoeft gezichtsherkenningssoftware bijvoorbeeld niet te vragen om een dier op een foto te herkennen. Alle AI toepassingen die tot nu toe zijn gemaakt vallen onder het label ‘zwakke AI’.

https://www.youtube.com/watch?v=QJE_ycgR8E8

AI op je werk

De huidige AI tools kunnen ondanks de specifieke functies wel een grote impact hebben. Ze kunnen  je helpen bepaalde taken sneller en makkelijker te doen. Bijvoorbeeld AI tools die bepaalde administratieve taken kunnen versimpelen, of complexe berekeningen veel slimmer uitvoeren. Net zoals communicatie veel sneller gaat met het internet, dit ook kunnen doen voor allerlei van onze taken op werk.

Ook in de bouw zijn er al AI tools waar gebruik van wordt gemaakt. Zo wordt er al AI gebruikt bij het uittekenen van gebouwen in 3D CAD, het inschatten van risico’s bij het maken van planningen en helpt het op sommige bouwplaatsen om gevaarlijke situaties in te schatten. Dit gebruik van AI zal waarschijnlijk alleen maar toenemen de komende jaren.

Wat vinden we hiervan als FNV

AI biedt mooie kansen om ons werk makkelijker te maken. Het kan soms saaie taken over nemen en deuren openen die we voorheen niet eens zagen. Een toekomst zonder AI in de bouw is haast ondenkbaar. Tegelijkertijd zijn er nog behoorlijke vraagtekens bij AI. De verschillende AI tools zijn niet perfect en zijn ook niet altijd even transparant. Het is daarom belangrijk dat individuen en bedrijven er bewust mee omgaan.

Waar moet je zelf nou rekening mee houden als jij of je werkgever AI tools wilt gebruiken op werk? Wij hebben het gevraagd aan een AI expert. Houd de website in de gaten voor het artikel dat we hier binnenkort over publiceren.

Heb jij ervaring met AI op het werk? Neem dan contact met ons op via uta@fnv.nl


Ziek tijdens vakantie

Ziek tijdens vakantie, dit moet je doen

Eindelijk geniet je van je welverdiende vakantie na weken of maanden hard werken. Maar dan word je ziek. Super vervelend. Naast dat je minder of niet kunt genieten van je vakantie, kan het ook zo zijn dat je je vakantiedagen kwijt bent. Wij vertellen je wat je moet doen.

Meld je meteen ziek

Als je ziek wordt tijdens je vakantie, meld je dit meteen aan je werkgever. Dit doe je op de manier die je gewend bent. Meestal zijn hier afspraken over gemaakt in het bedrijfsreglement of in je arbeidsovereenkomst. Zo kunnen er afspraken zijn dat je je voor een bepaalde tijd of bij een bepaald persoon moet ziekmelden. Iemand anders mag ook contact met je werkgever opnemen, als jij zelf niet in staat bent om dit te doen.

Zodra je beter bent, meld je dit ook direct aan je werkgever. Het kan zijn dat je oproep krijgt van de bedrijfsarts als jij weer terug bent.

Overleg met een arts of je naar huis kunt

Ben je in het buitenland of op een ander vakantieadres? Dan hoef je niet naar huis als dat medisch niet verantwoord is. In dat geval is het belangrijker dat je snel beter wordt. Ga daarom zo snel mogelijk naar een arts. Deze moet dan verklaren dat jij ziek bent. Ook moet deze arts verklaren dat het niet mogelijk is om te reizen. Als je alleen thuis kan herstellen, kan je beter wel naar huis gaan. Ook dit bespreek je met de arts.

Blijf bereikbaar

Tijdens je ziekte is het in ieder geval belangrijk om bereikbaar te zijn voor je werkgever. Geef daarom je vakantie- of verpleegadres door aan je werkgever. Ook is het van belang dat je aan de arts vraagt of hij een officiële doktersverklaring geeft, waarin de diagnose, het advies van de arts en de verwachting van de ziekteduur in staat. Dit dient als bewijs en kan eventuele onduidelijkheden achteraf voorkomen.

Wat gebeurt er met je vakantiedagen?

Je werkgever mag geen vakantiedagen inhouden over de dagen dat je ziek bent. Hiervoor is het wel van belang dat je je meteen ziekmeldt bij je werkgever.

Als jij instemt om verlofdagen op te nemen tijdens je ziekte, of als je je al gedeeltelijk ziek gemeld had toen je op vakantie ging, dan lever je wel gewoon je vakantiedagen in. In je arbeidsovereenkomst of cao kunnen soms andere regels staan. Maar voor de cao Bouw & Infra is dit niet het geval.

Kom je er niet uit?

Wil je werkgever toch je vakantiedagen inhouden terwijl je je wel meteen hebt ziekgemeld en aan de voorschriften hebt gehouden? Neem dan contact met ons op! Stuur een mail naar uta@fnv.nl en we helpen je verder.


Digitalisering

Digitalisering | Investeer in vaardigheden van mensen

Meer woningen, digitalisering, de energietransitie, een duurzame gebouwde omgeving: om alle urgente ambities te realiseren is digitale (keten)samenwerking cruciaal. Vanuit FNV Bouwen & Wonen dragen we daar graag aan bij. 

https://youtu.be/ZbSSN0tYEj4

Kitty van den Hoven, bestuurder bij FNV Bouwen & Wonen: “De wereld om ons heen verandert, daardoor ontstaan ook nieuwe technieken en werkwijzen. Er is veel aandacht voor de technische innovatie, maar veel minder voor de sociale innovatie. Dit terwijl de veranderingen voor de mens/werknemers groot zijn. Er komen nieuwe functies, er verdwijnen functies en er veranderen functies. En als er aandacht is voor de sociale innovatie is deze vaak gericht op studenten/jonge werknemers, terwijl we alle werknemers hierin mee moeten nemen. Juist ook de huidige groep werknemers.”

Wat zie je gebeuren in de praktijk?

Kitty: “Iemand die nu 40 is, had tijdens zijn schooltijd nog nauwelijks ervaring met internet. Hij heeft ongetwijfeld bijgeleerd door het gebruik van zijn mobiele telefoon. Maar de diepere achtergronden - hoe werkt het, wanneer werkt iets wel en wanneer niet, hoe staat het met de digitale veiligheid? - kennen de meeste 35-ers niet. Dan heb je het wel over een grote groep die nog ruim 25 jaar moet werken. De meeste digitale bijscholing richt zich op werknemers met een hbo- of wo-opleiding. Maar dat zijn niet degenen die het werk op de bouwplaats doen.”

Wat is er nodig in de sector?

Kitty: “We moeten weten waar we nu staan, en waar we naar toe willen. We hebben een visie van bedrijven nodig op digitalisering en welke impact dat heeft op de organisatie en het werk. Ik zie hier een belangrijke rol weggelegd voor HR en de OR.”

Wat kunnen werkgevers doen?

Kitty: “Werkgevers moeten flink investeren in de kennis en vaardigheden van hun werknemers. De sector kan hier ondersteuning bieden door dit gezamenlijk op te pakken. Zo zorgen we samen voor goed opgeleid personeel en daarmee goed werk. Leren hoeft niet in de schoolbanken, maar kan ook gerealiseerd worden door bijvoorbeeld iemand stage laten lopen binnen het eigen bedrijf. Bedrijven moeten ruimte geven aan de werknemers om zich te kunnen ontwikkelen. Laat werknemers meedenken, meepraten, en ook meebeslissen. Dan zijn ze een stuk gemotiveerder om mee te gaan in alle ontwikkelingen. Wij pleiten voor een innovatieve organisatie waar technologische innovatie en sociale innovatie samengaan.”

Wat zie je gebeuren in de toekomst?

Kitty: “Opdrachtgevers gaan steeds meer eisen stellen, dus het is voor bedrijven eigenlijk onmogelijk om niet mee te gaan met deze ontwikkelingen. En ook, door sommige technologische ontwikkelingen neemt de fysieke belasting voor werknemers af. Dat is goed! Maar het mag niet gaan leiden tot een slechte kwaliteit van werk: veel van hetzelfde, eentonigheid, et cetera. Voor werknemers wordt het werk interessanter als ze meer vaardigheden hebben en daardoor breed inzetbaar zijn. Kortom zich kunnen blijven ontwikkelen. Niemand vindt saai werk leuk!”

Bedrijven en werknemers kunnen contact opnemen met FNV Bouwen & Wonen voor ondersteuning op het gebied van sociale innovatie via uta@fnv.nl.


Nachtwerkers meer kans op slechte werk-privébalans

Nachtwerkers meer kans op slechte werk-privébalans

Door de globalisering en technologische vooruitgang werken we steeds minder op standaard werktijden. De verwachting is dat deze trend de komende decennia nog verder toenemen. Nachtwerkers hebben meer kans op een slechte werk-privé balans.

In 2019 werkten ruim 1,2 miljoen Nederlanders soms of regelmatig in de nacht, zo luidt de data van het CBS. In het onderzoek betekent nachtwerk dat er minimaal 1 uur gewerkt wordt tussen 00:00 ’s nachts en 06:00 ’s ochtends.

Mensen die in de nacht werken, hebben meer dan 2,5 keer zoveel kans op een slechte werk-privébalans. Zij vinden het lastiger om werk en privé te combineren dan mensen die alleen overdag werken. Dat is een van de resultaten uit het onderzoek van het RIVM en TNO, naar de impact van nachtwerken en mogelijke oplossingen. De nachtwerkers geven in de interviews verder aan dat zij door nachtwerk minder tijd met hun familie of partner kunnen doorbrengen en dat ze zich geïsoleerd voelen. Ook hebben ze door vermoeidheid op vrije dagen minder behoefte aan sociale contacten hebben of mijden ze deze zelfs, omdat ze zich moeten voorbereiden op een nachtdienst. Dit geldt overigens niet voor alle nachtwerkers. Sommigen geven aan dat zij privétaken juist beter kunnen combineren wanneer zij nachtdiensten draaien dan tijdens dagdiensten.

Dag-nachtritme

Het menselijk lichaam heeft een biologische klok. Hierdoor hebben we allemaal een dag-nachtritme van dat ongeveer 24 uur duurt. Dit ritme wordt ook wel het circadiane ritme genoemd, wat ‘circa één dag’ betekent. Het ritme is te zien in het slaap-waakritme, maar ook in een groot aantal andere lichaamsprocessen. Zo heeft je biologische klok invloed op je hormoonafgifte (onder andere melatonine en cortisol) en je glucosehuishouding.

Verschillende functies van het lichaam, waaronder lichaamstemperatuur, honger, en verzadiging, worden ook gereguleerd door de biologische klok. Je klok zorgt er dus voor dat de processen in je lichaam op het juiste moment plaatsvinden.

Effecten op gezondheid

De impact die nachtwerken op de gezondheid van iemand heeft wordt waarschijnlijk medebepaald door verschillende karakteristieken. Denk aan de duur van de nachtdiensten en hoe vaak men in diensten werkt. Ook het rooster of patroon waarin verschillende typen diensten elkaar opvolgen speelt mogelijk een rol.

Werken in de nacht verstoort het dag-nachtritme (de biologische klok) van het lichaam. Volgens de Gezondheidsraad leidt (langdurig) nachtwerk tot een verhoogd risico op slaapproblematiek, diabetes type 2, en hart- en vaatziekten.

In het onderzoek melden de respondenten dat zij verschillende gezondheidsklachten ervaren. De fysieke klachten zijn onder andere vermoeidheid, hoofdpijn, maag-darmklachten, en spier- of gewrichtsklachten. Ook is er sprake van verschillende mentale gezondheidsgevolgen, zoals gevolgen voor het cognitief functioneren (verminderde focus, alertheid, geheugen, en concentratie), prikkelbaar zijn, eenzaamheid en somberheid, en stress.

Werknemers met nachtwerk hebben ongeveer 1,5 keer zoveel kans op arbeidsongevallen (gedurende de dag of nacht) dan werknemers zonder nachtwerk. Dit blijkt uit de analyses op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO en CBS onder bijna 400.000 werknemers. Hierbij zijn geen grote verschillen tussen sectoren te zien. Het is echter onbekend of de ongevallen plaatsvinden tijdens een dag- of een nachtdienst. Ook werd de terugreis naar huis na een nachtdienst (waarbij de kans bestaat dat nachtwerkers zitten te knikkebollen achter het stuur) niet meegenomen in de NEA.

Waarom toch ’s nachts werken?

64 procent van de werkgevers gaf in het onderzoek van het RIVM en TNO aan dat de belangrijkste reden voor nachtwerk is dat het werk direct uitgevoerd moet worden. Denk hierbij aan werk in de zorg, bij de politie, of de brandweer. Economische redenen, zoals het behalen van productiedoelstellingen en de optimale inzet van machines, en praktische redenen zoals machines die 24 uur per dag moeten draaien, zijn voor ongeveer een derde van de werkgevers (zeer) belangrijke redenen.

Oplossingen

Het RIVM en TNO hebben in het onderzoek ook gekeken naar oplossingen om de risico’s voor gezondheid en welzijn van nachtwerkers te verminderen. Hier valt ook de werk-privébalans onder. Uit de resultaten blijkt dat zowel werkgevers als werknemers en bedrijfsartsen weinig mogelijkheden zien om minder werk in de nacht te doen.

Werkgevers benoemen bereikbaarheidsdiensten en het inzetten van nieuwe technologie (denk aan automatisering) als opties om het nachtwerk misschien voor een klein deel te verminderen.

De nachtwerkers zelf zijn niet te spreken over de bereikbaarheidsdiensten, omdat deze mogelijk een negatief effect hebben op de slaapkwaliteit en op de werk-privébalans. Dat is dus geen oplossing, maar het verplaatsen van het probleem. Nachtwerkers zelf benoemen verschillende oplossingen, zoals het beperken van de hoeveelheid taken in de nacht, of onderling ervaringen delen.

Tijdens het symposium over het onderzoek van het RIVM en TNO afgelopen 16 maart, sprak een verpleegkundige die regelmatig nachtdiensten draait over de oplossingen die haar ziekenhuis biedt aan nachtwerkers. Zo krijgen de nachtwerkers ’s nachts een gezonde maaltijd en snack aangeboden, en bestaat er de mogelijkheid om een powernap te doen tijdens de dienst.

Volgens het RIVM en TNO is het gezien de beperkte mogelijkheden om nachtwerk te verminderen, nodig dat er meer kennis komt over mogelijke oplossingen en hoe deze oplossingen op een goede manier gerealiseerd kunnen worden.

Biedt jouw werkgever oplossingen voor nachtwerk? Heb je vragen, of wil je jouw eigen ervaringen met werken in de nacht delen? Stuur een e-mail naar uta@fnv.nl en we nemen contact met je op.


2023: Nieuw jaar, nieuwe regels

2023 | Nieuw jaar, nieuwe regels

2023, een nieuw jaar met nu al veel veranderingen. Wij houden je graag op de hoogte van wat er tot nu toe allemaal is veranderd. Je zal het misschien nog niet door hebben gehad maar zowel op cao-niveau als op landelijk niveau zijn per 1 januari al veranderingen opgetreden. Hieronder geven wij je een kort overzicht met een aantal belangrijke veranderingen:

Loonsverhoging

Alle werknemers die vallen onder de cao Bouw en Infra krijgen per 1 januari 2023 een loonsverhoging van 2,5 procent. Op 1 juli 2023 zal er een tweede loonsverhoging zijn van wederom 2,5 procent. Dit is de hoogste loonsverhoging ooit in deze cao. De reden van deze hoge loonsverhoging is met name omdat wij als vakbond het noodzakelijk vonden om werknemers zekerheid te bieden.   

Reiskostenvergoeding

Voor reiskosten geldt er een maximum vergoeding wat een werkgever onbelast kan uitkeren. Dit maximum was 19 eurocent per kilometer. Dit is per 2023 verhoogd naar 21 cent per kilometer. Volgens de cao heb je recht op een reiskostenvergoeding van 32 cent bruto. Daarvan mocht vorig jaar dus 19 cent netto worden vergoed, nu is die netto vergoeding 21 cent. Voor jou betekent dit dus dat je direct recht hebt op de verhoging. Je moet de reiskostenverhoging op je loonstrook kunnen terugzien. Ben je lid en twijfel je eraan of het goed is doorgevoerd, dan kan je ons ook vragen even met je mee te kijken.

Minimumloon

Het minimumloon is iets wat jaarlijks stijgt. Dit jaar zal het minimumloon éxtra stijgen vanwege de inflatie. Werknemers hebben dit jaar recht op een brutoloon van minimaal €1.934,40 per maand. Dat is €12,40 euro per uur bij een 36-urige werkweek.  

Thuiswerkvergoeding

De corona pandemie heeft het thuiswerken erg aantrekkelijk gemaakt. Op veel plekken waar voorheen gezegd werd dat thuiswerken niet mogelijk was, is het tegendeel bewezen. Sinds 2022 is het mogelijk om een belasting vrije vergoeding te geven aan werknemers voor de kosten die gemaakt worden bij het thuiswerken. De hoogte van de vergoeding was €2,- per dag. Dit bedrag is per 2023 verhoogd naar €2,15 per dag. Het is mogelijk om een vaste vergoeding af te spreken met je werkgever op basis van jouw verwachte thuiswerkdagen. Op deze manier hoef je niet per dag bij te houden of je op kantoor of thuis je werkzaamheden verricht.  

Kinderopvangtoeslag

Na veel commotie heeft het kabinet besloten om de kinderopvangtoeslag meer te gaan verhogen dan eigenlijk op de agenda stond. De kinderopvangtoeslag zou per 2023 wel omhoog gaan, maar de verhoging die eerst op de agenda stond was gebaseerd op oude cijfers. De kinderopvangtoeslag zou 5,6 procent omhoog gaan. Door de sterk stijgende kosten heeft het kabinet net voor de jaarwisseling besloten om het percentage te verhogen naar 6,6 procent. Dat betekent dat de vergoeding voor een kinderdagverblijf nu €9,06 per uur is. Voor buitenschoolse opvang is dat €7,79 per uur. Wanneer de extra verhoging precies dit jaar wordt uitgekeerd is onduidelijk.  


Continu verbeteren

Kan continu verbeteren werkdruk voorkomen?

In Nederland groeit het percentage ziekteverzuim door psychische aandoeningen, zoals een burn-out en overspanning. Tijdens de Volandis Deskundigendag vertelde Mirjam Bouten van iValue Improvement over haar onderzoek naar werkdruk, en hoe continu verbeteren hier invloed op kan hebben.

Continu verbeteren geeft medewerkers de tools die ze nodig hebben om problemen op te lossen waar ze in hun werk tegenaan lopen. Denk bijvoorbeeld aan de implementatie van oplossingen als zelfsturing, de verdeling van werk, en een geordende werkplek. Het doel van het onderzoek van Mirjam Bouten, uitgevoerd voor Hogeschool Avans, was om te onderzoeken of er een relatie is tussen implementatie van verschillende continu verbeter-tools, en werkdruk.

Burn-out

Om een burn-out te voorkomen is de beste oplossing het delen van werk, zo blijkt uit het onderzoek. Door de werkzaamheden en daarmee ook de verantwoordelijkheid te verdelen over meer dan één persoon, worden mensen ontlast. Het lijkt een open deur, maar nog niet eerder is deze conclusie door middel van wetenschappelijk onderzoek bewezen.

Verrassender is het resultaat waaruit blijkt dat het maken van veel overuren maar weinig invloed heeft op de werkstress die medewerkers ervaren. Echter, het maken van overuren heeft wel degelijk te maken met het krijgen van een burn-out.

Positieve invloed

Het antwoord op de vraag ‘Kan continu verbeteren werkdruk voorkomen?’ is: ja. Volgens de voorlopige resultaten van het onderzoek van Mirjam Bouten valt het grote goed te halen bij het onderdeel ‘respect voor de mens’. Opleiding en begeleiding hebben een enorm positieve invloed op de mentale gesteldheid van medewerkers. Uit de gegevens blijkt dat in vrijwel iedere sector minder werkdruk wordt ervaren, wanneer er voldoende begeleiding mogelijk is tijdens de werkzaamheden. Ook zelfsturing heeft een positief effect.

Andere continu verbeter-elementen waarvan blijkt dat ze werkdruk verminderen zijn:

  • Duidelijke visuele en haalbare doelen,
  • De mogelijkheid om mee te denken.

Er zijn ook verbeter-methodieken die volgens het onderzoek geen of nauwelijks aantoonbare correlatie hebben met werkdruk. Zo heeft de overlegfrequentie niets te maken met de hoeveelheid werkdruk die iemand vaart. Ook heeft een geordende werkplek (dus geen visuele stress) geen invloed op de hoeveel werkdruk die iemand ervaart.

Het onderzoek loopt nog, om definitieve conclusies te kunnen trekken. Er wordt al gekeken naar een vervolgonderzoek, waarin mogelijk branches met elkaar worden vergeleken.


Artikel Langdurig Zitten

Sta hier eens bij stil: we zitten te veel

Uit onderzoek van TNO blijkt dat 57 procent van de UTA’ers teveel zit. Langdurig zitten brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Zo heb je een grotere kans op vroegtijdig overlijden, en meer kans op hart- en vaatziekten. Tijd om te bewegen!

“Draai een keer in het rond, stamp met je voeten op de grond, zwaai je armen in de lucht, en ga nu zitten met een zucht”. Waarschijnlijk zit jij nu met dit kinderliedje in je hoofd. En in plaats van dit lied de rest van de dag te zingen, is het misschien verstandig om het dansje erbij te gaan doen. 57 procent van het UTA-personeel zit namelijk te veel, zo vertelde Lidewij Renaud van TNO tijdens de Volandis Deskundigendag afgelopen 17 november. Geen verkeerd idee dus om wat vaker te bewegen, want er zitten enkele gezondheidsrisico’s aan langdurig zitten.

Hoelang is te lang?

In 2021 hebben Nederlandse volwassenen van 18 t/m 64 jaar gemiddeld 9,6 uur van de dag zittend doorgebracht, aldus TNO. Men zit in het weekend minder lang dan doordeweeks. In het weekend is dit namelijk 8,4 uur en doordeweeks 10,1 uur. Meer dan de helft van het zitten vindt plaats tijdens het werk. Het gaat hier om gemiddeld 4,6 uur per dag. In de vrije tijd zit men ongeveer 3,2 uur. De overige tijd (1 uur) zitten we in de auto voor het woon-werkverkeer. In 2015 en 2017 waren Nederlanders ‘Europees kampioen zitten’. Het gaat echt om zitten, dus activiteiten met een laag energiegebruik in zittende of (half)liggende houding, maar niet slapend.

In Nederland geldt de algemene beweegrichtlijn om minimaal 150 minuten per week matig-intensief te bewegen. Je kunt hierbij denken aan wandelen en fietsen. Daarnaast wordt ook geadviseerd om minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten te doen.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om zitten te vervangen door fysieke activiteit. Het maakt hierbij niet uit hoe intensief je beweegt, omdat iedere activiteit beter is dan zitten. Voor mensen met een zittend beroep is het goed om regelmatig, bij voorkeur elk halfuur, het zitten te onderbreken met staan of lopen.

Gezondheidsrisico’s

Langdurig zitten hangt samen met een risico op vroegtijdig overleiden, aldus de Gezondheidsraad. Meer dan acht uur zitten per dag kan leiden tot 27 procent meer kans op vroegtijdig overlijden dan als men minder dan vier uur zit. Daarnaast heb je door langdurig te zitten een hoger risico op hart- en vaatziekten. De kans op hart- en vaatziekten is namelijk 74 procent hoger voor mensen die meer dan 8 uur zitten per dag en weinig bewegen, in vergelijking met mensen die minder dan vier uur per dag zitten en erg veel bewegen. Daarnaast zou langdurig zitten ook de kans op diabetes type II, depressieve klachten en sommige vormen van kanker verhogen. Wanneer het zitten met beeldschermwerk wordt gecombineerd, is er ook sprake van een verhoogde kans op klachten aan armen, nek en schouders.

Kom in beweging

Je kunt meer bewegen een onderdeel van je werkdag te maken door elk halfuur even op te staan en door je huis, werkruimte of buiten te lopen. Leg de lat niet te hoog voor jezelf, door meteen aan de beweegnorm te voldoen. Begin met kleine stapjes en kijk naar wat jij leuk vindt om te doen. Het gebruik van een stappenteller kan al een leuke motivator zijn om meer stappen op een dag te zetten. Of ga eens een rondje wandelen in je pauze, of pak wat vaker de fiets of trap. Je kan er ook voor kiezen om de meest favoriete collega te worden door steeds koffie voor anderen te gaan halen.

Ga vooral ook eens in gesprek met je leidinggevende. Je kan bijvoorbeeld vragen om hulpmiddelen, zoals een zit-stabureau of een beweegschema. Uiteindelijk heeft je werkgever er baat bij dat het personeel meer beweegt. Goed voorbeeld doet volgen.

Het moet organisatorisch wel mogelijk zijn om het zitten te onderbreken. Geef niet meteen op als het niet mogelijk is om te gaan staan, maar kijk wat er mogelijk is binnen jouw werk. Zwaai bijvoorbeeld een paar keer met je armen, of haal je schouders een aantal keer op. Heb je alle ruimte? Draai dan een keer in het rond, en doe een dansje. Niet alleen goed voor je gezondheid, maar ook nog eens voor je concentratie en stemming.


Thuis werken coronacrisis

Werken tijdens de coronacrisis: werk zoveel mogelijk thuis

Het coronavirus begint de wereld behoorlijk te ontwrichten. Zoals in alle situaties is je werkgever verplicht ervoor te zorgen dat jij je werk op een veilige en gezonde manier kan uitvoeren. Wie thuis kan werken, móet thuis werken. Wanneer dit niet mogelijk is moet de werkgever passende maatregelen treffen.

Dit artikel is bijgewerkt op: 23-03-2020

Premier Rutte heeft samen met minister Bruins in een persconferentie maatregelen omtrent het coronavirus toegelicht, welke zijn gebaseerd op het advies van het RIVM. Iedereen in Nederland dient sociaal contact te vermijden en thuis te blijven bij (milde) gezondheidsklachten. De maatregelen gelden tot en met 31 maart.  Hieronder lees je wat van werkgevers en werknemers wordt verwacht.

Zoveel mogelijk thuis werken

Je werkgever moet de risico’s op een besmetting met het virus in kaart brengen, deze beoordelen en vervolgens passende maatregelen treffen.

Iedereen wordt opgeroepen om zoveel mogelijk thuis te werken of de werktijden te spreiden. Bespreek de mogelijkheden met je werkgever. Je werkgever moet in ieder geval zorgen voor geschikt thuiswerk-materiaal wanneer je thuis moet werken.

Mocht je je ziek voelen, dan kan de werkgever je uiteraard niet verplichten om te werken. Ook niet thuis. Wanneer je huisgenoot intensief moet worden verzorgd, kun je een beroep doen op zorgverlof.

Daarnaast mag de werkgever geen vakantiedagen inhouden omdat er vanwege corona minder werk is.

Wanneer je (mogelijk) besmet bent met het coronavirus is het verstandig om dit aan je werkgever te melden, omdat het virus erg besmettelijk is. Je werkgever mag vervolgens registreren dat je ziek bent, maar hij/zij mag niet specificeren wat voor ziekte je hebt. Ook mag de informatie niet worden gedeeld met je collega’s, tenzij je hier toestemming voor geeft. In het geval van besmetting met het coronavirus is het verstandig dit te doen. Zo kan worden achterhaalt met wie je in contact bent geweest.

Mocht thuiswerken geen optie zijn, dan kun je samen met de werkgever in gesprek over extra aandacht voor het schoonmaken van de werkplek. Denk hierbij bijvoorbeeld aan deurklinken, telefoons of toetsenborden waarmee een besmetting gemakkelijk over kan worden gedragen. Ook dient de werkgever de mogelijkheid te creëren om afstand van elkaar te houden.

Houd voor updates over de maatregelen ook de site van de overheid in de gaten over het corona-virus.

WVT vervangen door NOW

Op 17 maart presenteerde het kabinet een noodpakket voor de economische gevolgen van het coronavirus. De regeling werktijdverkorting maakt plaats voor de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). De maatregel houdt in dat een ondernemer die omzetverlies verwacht een tegemoetkoming in de loonkosten kan aanvragen bij het UWV. Hierdoor kunnen bedrijven hun werknemers blijven doorbetalen. De voorwaarde is dat er geen werknemers worden ontslagen vanwege bedrijfseconomische redenen in deze periode. Lees hier meer over de NOW.

Regeling voor ZZP’ers

In tijden van crisis zijn het vaak de uitzendkrachten en ZZP’ers die als eerst in de problemen komen. Voor ZZP’ers betekent geen opdrachten simpelweg geen inkomen. Niet alle ZZP’ers zijn in staat om deze klap op te vangen. In het noodpakket om de economische gevolgen van het coronavirus te beperken worden ook de ZZP’ers benoemd. Zo kunnen ZZP’ers voor drie maanden een uitkering aanvragen bij de gemeente, zodat zij in ieder geval een inkomen van minimaal het bijstandsniveau hebben. Deze uitkering is een gift. Het kabinet waarschuwt dat deze maatregel nog juridisch moet worden uitgewerkt. Het kan even kan duren voordat ZZP’ers deze bijstandsregeling kunnen aanvragen.

Voor meer informatie over wat je als zelfstandige moet weten over de coronacrisis kun je terecht op deze website van FNV ZZP.

Alleen kinderopvang voor cruciale beroepen

Scholen en kinderopvang zijn vanaf maandag 16 maart tot en met 6 april dicht. Het is een maatregel die alles te maken heeft met het beperken van de gevolgen van de corona-uitbraak. Kinderen van ouders die cruciale beroepen uitoefenen, zoals in de zorg of bij de hulpdiensten, worden nog wél opgevangen bij de kinderopvang en op scholen. Nederlanders die werken bij bedrijven welke vitale processen uitvoeren, zoals een drinkwatervoorziening of gasproductie, kunnen een beroep doen op de opvang. De voorwaarde is hier wel dat je een onmisbare functie vervult.

Volgens het ministerie van SWZ blijft de situatie onveranderd. Ouders wordt gevraagd om de factuur voor de kosten van de kinderopvang gewoon te blijven betalen, ook de eigen bijdrage. De kinderopvangtoeslag blijft namelijk gewoon doorlopen, ook voor ouders die geen vitaal beroep hebben. De kinderopvang wordt voor een groot deel vergoed via de kinderopvangtoeslag. Het kabinet heeft aangegeven dat ouders de eigen bijdrage ook terugkrijgen voor de periode dat hun kinderen niet naar de opvang kunnen. Deze regeling geldt overigens ook voor ouders met cruciale beroepen, die hun kinderen wel naar opvang kunnen brengen.

Bekijk op de website van FNV een uitgebreide lijst met veelgestelde vragen rondom het coronavirus. Ook de Rijksoverheid heeft hier een website voor, of kijk op de website van het RIVM voor meer informatie.